1 Koningen 12:1-15
Salomo had duizend vrouwen en bijvrouwen en toch lezen wij slechts van een zoon, die hij had om zijn naam en gedachtenis op te houden, en die éne zoon was een dwaas. Er is gezegd, Hosea 4:10 :Zij "zullen hoereren, maar niet uitbreken in menigte." Zonde is een slecht middel om een geslacht op te bouwen. Rehabeam was de zoon van de wijste van de mensen, maar zijns vaders wijsheid heeft hij niet geërfd, en daarom was het hem van weinig nut zijn troon te erven. Wijsheid noch genade is erfgoed. Salomo is op de troon gekomen, toen hij nog zeer jong was, maar toen was hij reeds een wijs man. Toen Rehabeam op de troon kwam, was hij veertig jaren, dus op een leeftijd, wanneer de mensen wijs zijn, indien zij ooit wijs zullen zijn, en toch was hij dwaas. Wijsheid hangt niet af van de leeftijd, en zij is ook niet gelegen in de veelheid van de jaren of in het voordeel van de opvoeding. Salomo's hof was als een markt van wijsheid, en de verzamelplaats van geleerden, en Rehabeam was de lieveling van het hof, en toch was dit alles niet voldoende om een wijs man van hem te maken, de loop is niet van de snellen, noch de strijd van de helden. Rehabeams opvolging wordt niet betwist, na de dood van zijn vader werd hij terstond tot koning uitgeroepen. Maar:
1. Het volk wenst een verdrag met hem aan te gaan te Sichem, en hij bewilligt er in om daar met hen samen te komen.
1. Hun voorgeven was hem daar koning te maken, maar de bedoeling was hem koning af te maken. Zij wilden hem elders dan in de stad Davids openlijk inhuldigen, opdat het niet de schijn zou hebben, dat hij alleen koning van Juda was. Zij hebben tien delen aan hem, en willen hem, eenmaal tenminste, onder zich en, in hun eigen midden hebben, teneinde zijn rechten te erkennen.
2. De plaats was veelbetekenend, te Sichem waar Abimelech zich tot koning had opgeworpen, Richteren 9. Maar de plaats was ook vermaard vanwege de bijeenkomst van de staten aldaar, Jozua 24:1. Wij kunnen veronderstellen dat Rehabeam kennis droeg van de bedreiging, dat het koninkrijk van hem afgescheurd zal worden, en hij hoopte het te voorkomen door naar Sichem te gaan en aldaar met de tien stammen te onderhandelen, maar het bleek dat dit het meest onstaatkundige was, dat hij doen kon, en dat het de breuk heeft verhaast.
II. De vertegenwoordigers van de stammen richtten een adres tot hem, hem verzoekende om verlichting van de drukkende belastingen, die hun waren opgelegd. De samenkomst bepaald zijnde, zonden zij naar Egypte om Jerobeam, opdat hij hun woordvoerder zou zijn, hetgeen zij niet hadden behoeven te doen, hij wist wat God voor hem bestemd had, en hij zou gekomen zijn, al hadden zij hem niet geroepen, want nu was het de tijd om het bezit te verwachten van de hem beloofde kroon. In hun adres,
1. Klagen zij over de vorige regering, uw vader heeft ons juk hard gemaakt, vers 4. Zij klagen niet over de afgoderij en afval van zijn vader van God, wat de zwaarste grief van alles was, was geen grief voor hen, zo onbekommerd en onverschillig waren zij geworden voor de zaken van de Godsdienst, alsof God of Moloch voor hen volkomen gelijk waren, zo zij slechts op hun gemak konden leven en geen belastingen behoefden te betalen. Toch was de klacht ongegrond en onrechtvaardig. Nooit heeft een volk geruster of in groter overvloed geleefd dan zij onder de regering van Salomo. Brachten zij belastingen op? Het was ter bevordering van de sterkte en de heerlijkheid van hun land. Indien Salomo's gebouwen hun geld kostten, zij kostten hun geen bloed, zoals dit met oorlog het geval zou geweest zijn. Werden veel dienstbare handen onder hen gebruikt? Het waren geen handen van Israëlieten. Waren de belastingen drukkend? Hoe kon dat, als Salomo in zo groten overvloed staafgoud heeft ingevoerd, dat zilver, om zo te zeggen, zo gewoon was als stenen? Zodat zij aan Salomo slechts gaven wat Salomo's was. Ja meer, gesteld eens dat hun enigerlei hardheid was opgelegd, werd het hun dan niet vooruit gezegd, dat dit de wijze van de koning zou zijn, en toch wilden zij er één hebben. De beste regering kan zich niet vrijwaren tegen smaad en afkeuring, neen, zelfs niet die van Salomo. Partijzuchtige, muitzieke geesten zijn nooit verlegen om iets, waarover zij kunnen klagen. Ik weet van niets onder het bewind van Salomo, dat het juk van het volk hard heeft kunnen maken, tenzij misschien aan de vrouwen, op wie hij in zijn latere jaren zo verzot was, oogluikend werd toegelaten hen te verdrukken.
2. Zij eisten verlichting van de druk en op die voorwaarde zullen zij het huis van David trouw blijven. Zij vragen niet om geheel en al vrijgesteld te worden van belasting te betalen, maar alleen dat hun de last lichter zal gemaakt worden, dat was al hun zorg, hun geld te sparen, hetzij dan al of niet de Godsdienst ondersteund en de regering beschermd zou zijn, dat was hun om het even. Zij zoeken allen het hun.
III. Rehabeam won de raad in van zijn omgeving betreffende het antwoord, dat hij zou geven op dit adres. Het was verstandig raad in te winnen, in het bijzonder voor iemand met zo'n zwak hoofd als het zijne. Maar bij die gelegenheid was het onstaatkundig om zelf tijd te nemen. tot beraad, want daardoor gaf hij aan het ontevreden volk ook tijd om de dingen tot een opstand te doen rijpen, en zijn beraadslaging over zo eenvoudig een zaak zal gehouden worden voor een aanduiding dat hem de welvaart van het volk weinig ter harte ging. Zij zagen wat zij hadden te verwachten, en hebben zich dienovereenkomstig bereid.
1. De ernstige, ervaren mannen van zijn raad adviseerden hem om aan hen, die het smeekschrift hadden ingediend, in elk geval een vriendelijk tegemoetkomend antwoord te geven, hun vriendelijke beloften te doen, en hen heden, op deze kritieke dag, te dienen, dat is: hun te zeggen dat hij hun dienaar was, en dat hij hun herstel zou geven van al hun grieven, er zich op toeleggen hen te behagen en gerust te stellen. "Verloochen uzelf", zeiden zij, "in zoverre, om dit voor eens te doen, en dan zullen zij alle dagen uw knechten zijn. Als de tegenwoordige drift en ijver bekoeld is door een zacht antwoord, en de vergadering naar huis gezonden is, dan zullen zij bij koeler nadenken verzoend zijn met het huis van Salomo en er aan gehecht blijven." Het middel om te heersen is te dienen, goed te doen en zich neer te buigen om het te doen, aan allen alles te worden, en aldus hun hart te winnen. Die machthebbenden zitten werkelijk het hoogst en het gemakkelijkst en veiligst, die dit doen.
2. De jonge mannen in zijn raad waren driftig en hoog, en rieden hem aan om een streng en dreigend antwoord te geven op de eis van het volk. Het was een blijk van Rehabeams zwakheid:
a. Dat hij aan de oude raadslieden de voorkeur niet gaf, maar een betere mening had van de jonge lieden, die met hem opgegroeid waren en met wie hij gemeenzaam was, vers 8. Dagen behoren te spreken. Het was dwaas van hem te denken dat zij, omdat zij aangename metgezellen voor hem geweest zijn in de vermaken van zijn jeugd, daarom ook geschikt waren om het bestuur te hebben over de zaken van het rijk. Grote vernuften hebben niet altijd de meeste wijsheid, ook moeten diegenen niet als onze beste vrienden beschouwd en vertrouwd worden, die het best weten hoe ons vrolijk te maken, want dat zal niet bevorderlijk zijn aan ons waar geluk. Het is van het grootste belang voor jonge lieden, die hun loopbaan in de wereld beginnen, om geschikte personen te hebben, met wie zij omgaan, naar wie zij zich schikken en regelen, en op wie zij steunen voor goede raad. Indien zij hen hun beste vrienden achten, die hun hoogmoed voeden hun ijdelheid strelen en hen dienen in hun vermaak, dan zijn zij reeds getekend voor verderf.
b. Dat hij niet gesteld was op gematigde raad, maar behagen schiep in hen, welke hem tot strengheid en hardheid neigden, hem aanspoorden om de belastingen te verdubbelen, hetzij daar al of niet aanleiding toe bestond, en hun in duidelijke bewoordingen te zeggen dat hij dit doen zou vers 10, 11. Zij vonden de raad van de oude lieden dom en vervelend vers 7. Zij willen geestig zijn in hun raad, en laten zich daarop voorstaan. De oude raadslieden hebben het niet op zich genomen om Rehabeam de woorden in de mond te leggen zij rieden hem slechts aan goede, vriendelijke woorden te spreken, maar de jonge lieden voorzien hem van puntige, ruwe zinnebeelden: Mijn kleinste vinger zal dikker zijn dan mijns vaders lenden, enz. Het is niet altijd de beste zin, die de beste bewoordingen heeft.
IV. Hij antwoordde het volk overeenkomstig de raad van de jonge lieden, vers 14, 15. Hij hield zich hoog en hard en gebiedend, en verbeeldde zich, dat hij met hoogheid alles gedaan kon krijgen, en daarom wilde hij liever gevaar lopen van hen te verliezen, dan zichzelf te verloochenen om hun goede woorden te geven. Velen storten zich in het verderf door meer te rade te gaan met hun zin en neiging, dan met hun belang. Zie,
1. Hoe Rehabeam verdwaasd was in zijn raad. Hij kon niet dwazer of onstaatkundiger gehandeld hebben.
a. Hij erkende hun ongunstige beoordeling van zijns vaders regering als juist. Mijn vader heeft uw juk zwaar gemaakt, en daarin was hij onrechtvaardig jegens de nagedachtenis zijns vaders, die hij gemakkelijk van de aantijging had kunnen zuiveren.
b. Hij verbeeldde zich dat hij beter inslaat was hen te regeren en in ontzag te houden dan zijn vader geweest is, niet bedenkende dat hij zeer verre zijn mindere was in bekwaamheid. Kon hij denken dat men van hem de gebreken van de regering zijns vaders wel zou dragen, als hij toch volstrekt niet bij machte was om tegenover die gebreken ook de glans en roem van zijns vaders regering te stellen?
c. Hij dreigde hen niet alleen door belastingen te zullen uitzuigen, maar hen door wrede wetten te zullen tuchtigen, en met strenge toepassingen er van, die niet slechts als geselen zouden zijn, maar als scorpioenen, geselen met weerhaken er in, die bij elke slag het bloed zullen doen stromen. Kortom, hij zal met hen handelen als met dieren, hen beladen en hen slaan naar het hem lust, er zich niet om bekreunende of zij hem beminden of niet beminden, maar hij zou zich door hen doen vrezen.
d. Hij sprak die tergende woorden tot een volk, dat door langdurige vrede en voorspoed rijk, en sterk, en trots was geworden, zich niet zou laten vertreden, zoals een arm, ontmoedigd en terneergeslagen volk, en die nu geheel geneigd waren tot opstand, en reeds iemand gereed vonden om zich aan hun hoofd te stellen. Nooit voorzeker is iemand zó door hoogmoed verblind geweest, door hoogmoed en het uit zijn op willekeurig gezag, en niets is noodlottiger dan dat. 2. Hoe Gods raadsbesluit hiermede vervuld werd. Het was van de Heere, vers 15. Hij liet Rehabeam over aan zijn dwaasheid, en hield hetgeen tot zijn vrede diende verborgen voor zijn ogen, opdat het koninkrijk van hem afgescheurd zou worden. God bedient zich van de onvoorzichtigheid en ongerechtigheid van de mensen om Zijn eigen wijze en rechtvaardige doeleinden tot stand te brengen, en laat de zondaren verstrikt worden in het werk van hun eigen handen. Zij, die het koninkrijk van de hemelen verliezen, hebben het, evenals Rehabeam het zijne, door hun eigen dwaasheid en eigenzinnigheid weggeworpen.