Romeinen 16:21-24
In de voorgaande verzen had de apostel zijn groeten gegeven aan verscheidene leden van de gemeente, en de groeten van alle gemeenten in zijne nabijheid aan hen allen, nu voegt hij hier bij een zeer toegenegen groet aan hen van sommige bijzondere personen, die nu bij hem waren, ten einde des te beter de gemeenschap en den broederlijken zin tussen van elkaar gescheiden heiligen te bevorderen en door het opschrijven van deze namen, die hun goed bekend waren, zijn brief des te meer ingang te geven. Hij noemt:
1. Sommigen van zijn bijzondere vrienden, waarschijnlijk bij de Romeinse Christenen niet onbekend. Timotheus mijn medearbeider. Paulus noemt soms Timotheus zijn zoon, dus zijn mindere, maar hier zijn medearbeider, als zijn gelijke in rang en ten bewijze van de grote achting, die hij hem toedroeg. En Lucius, waarschijnlijk Lucius van Cyrene, een bekend lid van de gemeente te Antiochië, Handelingen 13:1, gelijk Jason van die te Thessalonica, waar hij vervolging onderging ter wille van Paulus, Handelingen 17:5, 6. En Sosipater, die ondersteld wordt dezelfde te zijn als Sopater van Berea, welke genoemd wordt in Handelingen 20:4. Dezen noemt Paulus zijne bloedverwanten, niet alleen in het algemeen omdat zij Joden waren, maar zij waren door geboorte of aanhuwelijking met hem verwant. Het schijnt dat Paulus van aanzienlijke afkomst was, hij was in verscheidene plaatsen aan enigen verwant. Het is een grote vertroosting de heiligheid en nuttigheid van onze verwanten te zien.
2. Van den man die Paulus' schrijver was.
Ik, Tertius, die den brief geschreven heb, groet u in den Heere, vers 22. Paulus maakte gebruik van de diensten van een schrijver, niet uit een soort van ijdelheid, maar wellicht omdat hij een slechte hand schreef, die moeilijk leesbaar was, waarover hij zich verontschuldigt in zijn brief aan de Galatiërs, dien hij met eigen hand schreef, Galaten 6:11 :Ziet, hoe groten brief ik u geschreven heb met mijne hand, pêlikois grammasi, dat is eigenlijk: met zulke letters! Vermoedelijk waren Tertius en Silas dezelfde persoon (naar sommigen menen), want Silas is Hebreeuws, en Tertius Latijn, en beide woorden betekenen de derde. Tertius schreef op wat Paulus hem voorzegde, of hij schreef in het net over wat Paulus in slechte letters geschreven had. De kleinste dienst aan de gemeente en aan de dienaren der gemeente bewezen, zal niet zonder herdenking en beloning blijven. Het was voor Tertius een ere dat hij, ofschoon slechts als overschrijver, zijn deel had aan het schrijven van dezen brief.
3. Nog enige anderen, die bij de Christenen in aanzien waren, vers 23. Gajus mijn huiswaard. Het is onzeker of dit Gajus van Derbe was, Handelingen 20:4, of Gajus van Macedonië, Handelingen 19:29, of Gajus van Corinthe, 1 Corinthiërs 1:14, en evenzo aan wie van deze drie Johannes zijn derden brief schreef. Paulus roemt hem om zijn grote gastvrijheid, hij is niet alleen mijn huiswaard, maar ook die van de gehele gemeente. Hij was een man, die hun allen hulpe bood als de gelegenheid daartoe zich voordeed, die zijn huis opende voor de gemeentelijke vergaderingen, die de rust verzekerde van de gemeente door alle Christelijke vreemdelingen te herbergen, die tot hem kwamen. U groet Erastus de rentmeester der stad, weer een andere, met de stad wordt Corinthe bedoeld, vanwaar uit de brief verzonden werd. Deze schijnt een man van eer en aanzien geweest te zijn, een publiek persoon, rentmeester of ontvanger. Niet vele machtigen of rijken worden geroepen, maar toch enkele. Zijn rang en eer en betrekking weerhielden hem niet van met Paulus om te gaan en voor het welzijn der gemeente te arbeiden, en wel naar het schijnt in het werk der bediening, want hij wordt gelijk met Timotheus genoemd in Handelingen 19:22, en wordt vermeld in 2 Timotheus 4:20. Het was geen verlaging voor den rentmeester der stad om prediker van het Evangelie te zijn. Quartus wordt ook vermeld en de broeder genoemd, want een is onze Vader, namelijk Christus, en wij zijn allen broeders.