9. En het derde deel van de schepselen in de zee, die leven hebben, is gestorven; en het derde deel van de schepen is vergaan.
Een meer bepaalde vorm nemen de algemene verwoestingen van het Romeinse rijk, die met tussenpozen eeuwen hebben geduurd, met het blazen van de tweede bazuin aan. Uit de menigte van de gedurige invallen van de barbaren treedt een bijzonder volk te voorschijn, dat verwoestend en plunderend en verbrandend door het Oosten trekt, totdat het zelf aangevallen wordt en ten onder gaat wij bedoelen de Hunnen, met wier overtrekken over de Wolga in het jaar 375 na Christus de volksverhuizing begint.
Een brandende berg kan niets anders betekenen dan een macht van het volk, dat voor zich alles verteert, totdat zij in zichzelf uitgebrand is, dat dus vanwege de door- en vernielings-tochten door de landen zelf tot geen vast bestaan komt, tot geen blijvend neerzetten brengt, maar zich snel in zichzelf oplost. De zee, waarin deze brandende berg wordt geworpen, is de zee van de volken en wel hier die, die besloten is in het wereldrijk van Rome. Door het plunderen en verwoesten van het onbeschaafde barbaarse volk gaat het derde deel van deze volksmassa, alles wat leven heeft, teniet. De schepen in de zee zijn de municipieën Deze 27:11, zoals men in de natuurlijke beeldspraak reeds van het schip van de staat en over bestuurders als van degenen spreekt, die het roer van de staat in handen hebben.
Hoe in die stormachtige tijd, totdat de golven van de volksverhuizing weer bedaard waren een menigte bloed is gevloeid, zodat ruim het derde deel van de mensheid, waarover dat oordeel kwam, het leven zal hebben verloren, hoeveel schepen hierbij te gronde gingen, die wij moeten beschouwen als symbolen van staten, die over die golven van volken ontstonden, onzeker wankelden en snel weer ten onder gingen, is uit de geschiedenis bekend.
Hetgeen is als een grote berg, waarop een hoogstijgend, wijd en zijn lichtverspreidend vuur brandt, of als een vuurberg in de zee geworpen wordt, is de Morgenlandse kerk, die eenmaal scheen als een helder licht in de wereld en hier niet slechts met een vuur, maar met een vuur op een hoge berg, welks helderheid her- en derwaarts in het rond straalt, vergeleken wordt. Het vuur is hier een zinnebeeld van glans en verlichting en niet van verbranding en vernietiging. De zee komt hier niet als een woelige waterwoestijn, maar als een zoutwater-massa, waarvan het vocht ondrinkbaar is, in aanmerking, zoals bij Zacharia 14:8 Joël 3:18 Ezechiel 47:1-12 Het zeewater, in tegenstelling tot het bronwater, is niet drinkbaar, maar schadelijk en werkt ten slotte dodelijk. Zeewater is daarom een beeld van de vervalste leer, waarbij het Evangelie wel blijft bestaan, maar toch zodanig met valse vonden vermengd is, dat het in een nutteloos en giftig zout overgaat, zoals de beste wijn door enige schadelijke inmengselen onbruikbaar wordt. Het zeewater bevat in zich de oplossingen van bijna alle aardse lichamen en is niet gemakkelijk in zijn enkele bestanddelen te ontbinden. Het is hier dus een zinnebeeld van de veelzijdig vervalste leer in het Morgenland, van de tijden van de apostelen tot op Mohammed, gedurende welke de heidenen uit alle godsdiensten en de Joden met hun sekten hun uitvindingen in het Evangelie overbrachten en het op een mengsel, met zeewater overeenkomstig, deden lijken. Dit zeewater van de vervalste leer bluste het helle-vuur van de Morgenlandse kerk langzamerhand uit en pas toen het vuur niet meer brandde en de berg gans en al in de zee verzonken was, of pas toen de Morgenlanders het Christendom ten volle hadden verbasterd, werd het veelvuldig vervalste zeewater met de Islam tot bloed, of, in de plaats van het vervalste Evangelie trad als geheel en al valse leer de Islam te voorschijn, die het Evangelie ten volle verwierp. Een derde deel van de zee wordt bloed en aan dit bloed of aan de Islam sterft het derde deel van de schepselen in de zee, die zielen hebben. In de tweede toornschaal, waar de Moslim-wereld een prooi wordt van de antichrist, luidt het eenvoudig: En de zee werd bloed en niet alleen het derde deel, maar alle levende schepselen stierven in de zee. De graad van strengheid van het gericht van de bazuinen is slechts een derde deel van de graad van strengheid van de toornschalen, die op een volledige vernietiging uitlopen. Een misverstand zou het zijn aan te nemen, slechts een derde deel van de Islam zij valse, twee derde deel daarentegen onvervalste en zuivere leer. Een derde deel van de schepselen in de zee, die zielen hebben, stierven. Aan de bijvoeging "welke zielen hebben", bemerkt men, dat er mensen worden bedoeld. (Van het lot van de zeevissen toch, geeft de Koning van de wereld ons geen voorspelling). De belijders van de Islam sterven aan hun leer, die "bloed" genoemd wordt, de geestelijke dood; en langzamerhand heeft deze ook zo'n vervulling en uittering in de hele Moslim-wereld doen ontstaan, dat de zieke man, zoals de staatslieden het Turkse rijk noemen, weldra sterven zal. In het derde deel van de schepen ligt de tegenstelling met het derde deel van de bezielde schepselen van de zee. De voorspelling, omdat daar nu eenmaal sprake van is, knoopt zich aan de zee vast en schildert ons in het vergaan van de zee-schepen, die slechts werkelijke schepen kunnen aanduiden, het verval van het Morgenland door de Islam. De schepen zijn een zinnebeeld van de handel; de handel veronderstelt nijverheid, de zee, landbouw en veeteelt. In het vergaan van de schepen wordt zo kort en bondig de achteruitgang en verwoesting van het Morgenland afgeschilderd, waar sinds het ontstaan van de Islam de uiterlijke welvaart in het groot hoe langer hoe meer afneemt en alle kunst, wetenschap, industrie, landbouw en elke zich ontwikkelende bloesem van menselijke werkzaamheid in een toestand van toenemend verdorren en verwelken overgaat, zodat de eenmaal zo bloeiende voor-Aziatische landen nu een treurige woestijn vertonen. In de tweede toornschaal wordt er van de schepen niet meer gesproken, omdat er dan, zoals ook reeds heden, van uiterlijke welvaart geen sprake meer kan zijn.
Bergen zijn machtige, veroverende rijken. Zacharia noemt het Perzische rijk, wat zich tegen de tempelbouw onder Zerubbabel verzette, "een grote berg. " Omdat de Heere als de schutsmuur voor Israël is tegen al zijn roofzuchtige naburen, noemt Hem Asaf "doorluchtiger en heerlijker dan alle roofbergen. " Bij Jeremia en Daniël wordt het machtige Babylonische rijk een steen genoemd en in dit boek zijn de zeven bergen zeven rijken. Zo bedreigt de Heere door de mond van Jeremia aan de overheersende Babylonische wereldheerschappij, dat die "verdervende berg, die de hele aarde verderft", "van de steenrotsen afgewenteld zal worden en gesteld tot een berg van de brand". Door de zee, waarin zulke oorlogszuchtige veroveraars door Gods oordeel geworpen worden, worden de volken aangeduid; ook schrijft Johannes zelf: "de wateren, die u gezien heeft, zijn volken en schaar en natiën en tongen. " Wat het heidense Romeinse rijk betreft, waartegen deze voorspellingen in de naaste plaats gericht zijn: omstreeks het jaar 250 werd het overvallen door de strijdbare Gothen en sinds die tijd namen de invallen van deze en andere volksstammen geen einde, totdat zij langzamerhand in het Romeinse rijk werden ingelijfd en het eindelijk geheel en al te gronde deden gaan. Sinds is deze voorspelling vaker vervuld aan andere wereldheerschappijen en zeeën van volkeren. Ook in het begin van deze eeuw werd Napoleon met zijn overheersing door Gods bezoekende hand in de goddeloze volkszee van ons werelddeel geworpen; hij werd ook over ons volk als een brandende berg geslingerd tot uitvoering van de gerichten van de Heere. Tegenwoordig komt de Heere met een nog veel schrikkelijker bazuin, omdat het geklank van de tweede bazuin de volken nog niet heeft gewekt uit hun zondenslaap tot boete en waarachtige bekering. Wanneer, ja wanneer zal het ten slotte zovere komen, dat wij voor de Heere vallen op het aangezicht en smeken om erbarmen en vergeving?
Dit wordt zo gezegd, omdat deze ketterijen benevens andere plaatsen, vele eilanden daarna heeft ingenomen, als: Rhodus, Sicilië, Brittannië en meer andere, zoals de historiën getuigen. Ook worden de volkeren in dit boek soms wateren genoemd, zoals Hoofdstuk 17:15 verklaard wordt; en door de schepen, die daarin zijn, worden vaak de particuliere gemeenten verstaan, die door deze leer zijn verdorven, zo nochtans dat Christus de twee derde delen daarvan door de vlijtigheid van de trouwe leraren bij de rechtzinnige leer nog heeft behouden.
Daar staat geen grote berg, maar als een grote berg, te kennen gevend, dat, ofschoon in de Kerk geen heerschappij plaats heeft, die aan de staatkunde eigen is, nochtans in de Kerk iets ontstond, dat op de staatkundige heerschappij leek. Door berg, grote berg, worden in de schriftuur verstaan zowel koninkrijken als ook de Kerk (Psalm 2:6 Jesaja 2:2). En omdat de koningen van de aarde doorgaans hun macht misbruiken en trots en opgeblazen worden, zo wordt door bergen ook de trotsheid en hoogmoed uitgedrukt (Jesaja 2:12, 14). Die dag van de Heere der heirschaar zal zijn tegen alle hovaardigen en hogen. En tegen alle hoge bergen (Jeremia 51:25). Zie Ik wil aan u, u verdervende berg (Zacharia 4:7). Wie bent u, o grote berg? Daar zijn bergen, die soms grote vlammen vuur uitgeven; van zo'n brandende berg wordt hier de gelijkenis genomen en daardoor wordt te kennen gegeven de grote hoogmoed, die in de Kerk ontstaan zou; duivels-kwestie, wie de meeste zal zijn, was er wel van te voren en zij is er nog, maar op deze tijd zou deze buitengewoon uitbreken, deze hoogmoed zou ook buitengewoon vergezelschapt zijn met vuur, dat is: twist en tweedracht (Lukas 12:49, 51 Deze hoogmoed werd als een brandende berg in de zee geworpen. Zoals de zee is een vergadering van vele wateren, zo worden vele volkeren zee, of vele wateren genoemd (Openbaring 7:15). De wateren, die u gezien heeft. zijn volken en schaar en natiën en tongen. De Kerk was toen over de hele wereld verspreid in allerlei natiën, in deze viel de brandende berg van regeerzucht, van hoogmoed en verdeeldheid en beroerde allen, die ongestadig zijn, zoals de zee. En de vrucht was: En het derde deel van de zee is bloed geworden. En het vierde deel van de schepselen in de zee, die leven hebben, zijn gestorven en het derde deel van de schepen zijn vergaan. Dit is ook een van de Egyptische plagen. Door die hoogmoed en het twisten van de opzieners, ieder om de eerste te zijn, is de Kerk bedorven, alle zoete gemeenschap afgebroken, de bekering en de opbouw van de zielen werd verwaarloosd, een ieder arbeidde maar om het meesterschap en ondertussen braken allerlei ketterijen door, waaraan vele belijders stierven, wier bloed van de opzieners geëist wordt (Ezechiel 3:18 niet in bloed leven kan, maar daarin sterft, zoals in Egypte, zo kan ook de ziel van de mensen niet bekeerd en opgebouwd worden in een Kerk, waar twist en hoogmoed het alles overhoop werpen en ketterijen haar gang gaan; maar het sterft, al wat sterven wil en niet alleen bijzondere personen, maar hele schepen, bijzondere kerken lijden schipbreuk van het geloof en vergaan, en worden tegelijk daardoor de middelen van vereniging, verbinding en gemeenschap van de Kerk met elkaar weggenomen. Deze brandende berg vernielde het nochtans alles niet, maar alleen een vierde deel een zee groot, nochtans een bepaald gedeelte. Zoals de ketterij van Arius en de daaruit spruitende ketterijen van de andere kant de Kerk overstroomden, zoals in de eerste bazuin getoond is, zo bedierf de trotse hoogmoed om meester te zijn de Kerk van de anderen kant, zodat het te land en te water vol verwarring was. En zoals de eerste aanleiding gaf tot groei van de antichrist, zo was ook de tweede een grote trap waardoor hij op de troon klom; want door de heerszucht boog de ene bisschop de anderen onder zich, totdat er ten slotte vier hoofd-bisschoppen door conciliën vastgesteld werden. De een was te Alexandrië, een te Antiochië, een te Jeruzalem en een te Rome. Het bleef daarbij niet; maar de hoofd-bisschoppen werden tot twee gebracht, namelijk: een te Rome en een te Constantinopel, zijnde de ene de zetel geweest van de keizers en de andere het toen nog tegenwoordig zijnde. Maar deze twee kwamen ook gans niet overeen, de een wilde boven de andere zijn en de een schold de anderen voor de antichrist, totdat ten slotte Rome de overhand kreeg, zoals de vijfde bazuin zal openbaren.
Door de tweede bazuin is de twist en grootsheid in de Kerk ingekomen met haar droevige uitwerking. De zee is dan hier tot zinnebeeld van de Kerk, die wijd en uitgestrekt is door de wereld, zuiver van zeden en leden, aan zout geen gebrek hebbende, steeds her en derwaarts bewogen, goede en kwade vissen bevattend, op haar oppervlakte de kostelijke waar van het Evangelie dragend, aanzienlijk door verscheidene gemeenten, die als schapen zijn, die de gelovigen omvangen de evangelieschatten bewaren, door de leraren bestuurd worden, door de wind van de Heilige Geest voortgedreven werden, in de wereld als voortreizend, naar de hemel koers zetten, de wereld ten sieraad zijn en aan vele opkomende onweren onderhevig zijn. Door de berg schildert de Schrift de grootsheid, door het vuur twist en tweedracht vaak af (Jesaja 2:12, 14 Jeremia 51:25 Zacharia 4:7 Lukas 12:49, 51). In de zee van de Kerk nu wordt deze berg van vuur brandend geworpen, namelijk van de aarde, ten teken, dat de grootsheid en twist haar oorsprong niet nemen in de ware Kerk, maar uit de aarde, aardse en wereldsgezinde mensen. De schade daarvan is zo groot, dat het hele uiterlijke van de Kerk bezoedeld wordt en Gods huis een spelonk van moordenaars, dat hier "bloed worden" genoemd wordt.