Openbaring 22:6-19
Wij hebben hier een plechtige bevestiging van den inhoud van dit boek, en bepaaldelijk van dit laatste gezicht. Sommigen menen dat zij niet alleen op dit boek betrekking heeft, maar op het gehele Nieuwe Testament, ja op den gehelen Bijbel, en daardoor den canon der Schrift volledig maakt en bevestigt.
1. Het wordt bevestigd door den naam en de natuur van den God, die ons deze openbaringen schonk, Hij is de Heere God, getrouw en waarachtig, en dat zijn al Zijne woorden evenzeer.
2. De boodschappers, die Hij verkoos om deze dingen aan de wereld te openbaren, de heilige engelen hebben ze aan de heilige mensen Gods getoond, en God zal Zijn heiligen en Zijn engelen niet gebruiken om de wereld te bedriegen.
3. Zij zullen spoedig bevestigd worden door hun vervulling, het zijn dingen, die haast geschieden moeten. Christus zal haast maken, Hij komt haastelijk, en zal allen twijfel doen ophouden, en dan zal het blijken dat zij zalig en wijs geweest zijn, die deze woorden hebben geloofd en bewaard.
4. De oprechtheid van den engel, die in deze gezichten de gids en de uitlegger voor den apostel geweest was, deze oprechtheid was van dien aard, dat hij niet alleen weigerde zich door den apostel Johannes te doen aanbidden, maar hem ook een en andermaal daarover bestraft. Hij gevoelde zo teder voor de eer van God en was zo ontstemd wanneer men God ongelijk zou doen, dat hij nooit in diens naam zou komen om Gods volk te misleiden met louter droomgezichten en begoochelingen. En daarbij is het een groot bewijs van de oprechtheid van dezen apostel, dat hij zijn eigen zondige dwaasheid belijdt, waarin hij nu voor de tweede maal verviel, en die hij ter voortdurende herinnering vermeldt, dat toont dat hij een vertrouwenswaardig en onpartijdig schrijver was.
5. Het bevel, dat hem gegeven wordt, om dit boek der profetie open te laten en niet te verzegelen, opdat allen het kunnen inzien, moeite doen om het te verstaan, hun tegenwerpingen er tegen maken en de profetie met de gebeurtenissen vergelijken. God handelt hier open en vrij met allen, Hij spreekt niet in het geheim, maar roept ieder op als getuige van de verklaringen, die Hij aflegt, vers 10.
6. De uitwerking die dit dus geopende boek op de mensen zal hebben, zij, die onrecht doen en vuil zijn, zullen de gelegenheid waarnemen om daarmee voort te gaan, maar het zal hen, die oprecht zijn voor God, bevestigen, versterken en verder heiligen, het zal voor den een een reuke des levens en voor den ander een reuke des doods zijn, en daardoor tonen van God te komen, vers 12.
7. Het zal de regel voor het oordeel van Christus zijn op den groten dag, Hij zal de beloningen en straffen aan de mensen uitdelen naarmate hun werken overeenkwamen met of verschilden van het Woord Gods, en daarom kan dat Woord zelf niet anders dan waarachtig en getrouw zijn.
8. Het is het woord van den bewerker, voleinder en beloner van het geloof en de heiligheid van Zijn volk, vers 13, 14. Hij is de eerste en de laatste, en van het begin tot het einde dezelfde, en dat is Zijn woord evenzeer. En door Zijn woord zal Hij aan de Zijnen, die zich daarmee overeenkomstig gedragen, een recht geven op den boom des levens, en een ingang in den hemel, en dat zal de volkomen bevestiging zijn van de waarheid en het gezag van Zijn woord, omdat het bevat het recht en het bewijs van dien bevestigden staat van heiligheid en gelukzaligheid voor Zijn volk in den hemel.
9. Het is het boek, dat veroordeelt en van den hemel buitensluit alle goddeloze, onrechtvaardige mensen, en voornamelijk degenen, die den leugen lief hebben en doen, vers 15, en dus kan het nooit zelf een leugen zijn.
10. Het wordt bevestigd door de getuigenis van Jezus, die de Geest der profetie is. En deze Jezus, als God, is de wortel David's, ofschoon als mens diens afstammeling: iemand in wie alle ongeschapen en geschapen voortreffelijkheid verenigd zijn, te groot en te goed om Zijne gemeenten en de wereld te misleiden.
11. Het wordt bevestigd door een openlijke en algemene uitnodiging om te komen en deel te nemen aan de beloften en voorrechten van het Evangelie, die stromen van het water des levens. Deze worden aangeboden aan allen, die in hun zielen een dorst voelen, welke door niets ter wereld kan gelest worden.
12. Het wordt bevestigd door de daarbij gevoegde getuigenis van den Geest Gods, den genadigen Geest, die woont in allen die ware leden van de gemeente Gods zijn. De Geest en de bruid verenigen zich in de getuigenis van de waarachtigheid en de uitnemendheid des Evangelies.
13. Het wordt bevestigd door de plechtigste bekrachtiging, veroordelende en vervloekende allen, die het wagen durven iets te bederven of te veranderen aan het Woord Gods, hetzij door er iets aan toe te voegen of door er iets af te doen, vers 18, 19. Hij, die toedoet tot het Woord Gods, brengt daardoor over zich al de plagen, die in dit boek geschreven zijn, en hij, die er iets afdoet, snijdt daardoor zich zelven af van al de beloften en voorrechten, die het bevat. Deze bekrachtiging is gelijk een vlammend zwaard, dat de canon der heilige Schrift bewaart voor ongewijde handen. Zulk een bescherming gaf God aan de wet, Deuteronomium 4:2, en aan het gehele Oude Testament, Maleachi 4:4, en hier op de plechtigste wijze aan den gehelen Bijbel, ons daardoor verzekerende dat dit een boek is van den heiligsten aard, van goddelijk gezag en van voortdurende belangrijkheid, en dus van de bijzondere zorg Gods.