Lukas 6:12-19
In deze verzen wordt de Heere Jezus ons voorgesteld in het verborgene, de afzondering, in Zijn gezin en in het openbaar, en steeds handelende in overeenstemming met zich zelven.
I. In de afzondering zien wij Hem in gebed tot God, vers 12. Deze evangelist vestigt dikwijls de aandacht op Christus' afzondering, om ons een voorbeeld te geven van het gebed in het verborgen, door hetwelk wij dagelijks gemeenschap moeten onderhouden met God, en zonder hetwelk het niet mogelijk is dat de ziel kan welvaren. In die dagen, toen Zijne vijanden vervuld waren met uitzinnigheid en woede tegen Hem, en met elkaar beraadslaagden wat zij Hem zouden doen, ging Hij uit om te bidden, ten einde alzo te beantwoorden aan het type van David, Psalm 109:4 :Voor mijne liefde, staan zij mij tegen, maar ik was steeds in het gebed. Hij was alleen met God, het geschiedde dat Hij uitging naar den berg om te bidden, waar Hij niet gehinderd of gestoord kon worden, nooit zijn wij minder alleen, dan wanneer wij aldus alleen zijn. Dat er een gerieflijke plaats op dezen berg gebouwd was, waar Godvruchtige mensen zich tot gebed in de eenzaamheid konden terugtrekken, zoals sommigen denken, en dat het deze plaats van gebed is, die bedoeld wordt met hê proseuchê tou Theou, schijnt mij onzeker. Hij ging naar den berg om er alleen te zijn, en bijgevolg zal Hij waarschijnlijk niet heengegaan zijn naar ene plaats, die ook door anderen bezocht werd. Hij was lang alleen met God. Hij bleef den nacht over in het gebed tot God. Wij vinden een half uur een langen tijd om in de binnenkamer door te brengen in gebed, maar Christus bleef een gehelen nacht over in overdenking en stil gebed. Wij hebben heel veel te verhandelen voor den troon der genade, en wij behoorden ons grotelijks te verlustigen in gemeenschapsoefening met God, en hierdoor kunnen wij soms een langen tijd door- brengen in het gebed.
II. In Zijn gezin zien wij Hem Zijn onmiddellijke volgelingen en metgezellen aanwijzen, die de voortdurende hoorders moeten zijn van Zijne leer en de ooggetuigen van Zijne wonderen, opdat zij later uitgezonden kunnen worden als apostelen, Zijne boodschappers aan de wereld, om haar het Evangelie te prediken, en er Zijne kerk in te stichten, vers 13. Nadat Hij den gehelen nacht had overgebracht in het gebed, zou men gedacht hebben dat Hij als het dag was geworden, nu rust zou hebben genomen, en een wijle zich aan den slaap hebben overgegeven. Maar neen, zodra iemand zich bewoog riep Hij Zijne discipelen tot zich. In ons dienen van God behoort het onze voorname zorg te zijn geen tijd te verliezen, maar het einde van den enen plicht het begin te maken van den volgenden. Evangeliedienaren moeten met zeer plechtig gebed tot hun dienst worden ingeleid. De apostelen waren twaalf in getal. Hun namen worden hier voor de derde maal opgegeven, maar alle drie keren worden zij in een andere volgorde vermeld, om zowel aan leraren als aan de andere Christenen te leren niet zoveel waarde te hechten aan voorrang, er niet op gesteld te zijn om hem te geven, en nog veel minder om hem te nemen, maar hem te beschouwen als iets dat niet der moeite waard is om op te letten, en er genoegen mede te nemen zoals het valt of uitkomt. Hij, die in Markus Thaddeus en in Mattheus Lebbeus wordt genoemd, en wiens toenaam Thaddeus was, wordt hier genoemd Judas, de broeder van Jakobus, hij is dezelfde, die den brief van Judas heeft geschreven. Simon, die in Mattheus en Markus Kananites wordt genoemd, wordt hier genoemd Simon Zelotes, wellicht om zijn groten ijver voor den Godsdienst. Betreffende deze hier genoemde twaalven hebben wij reden te zeggen wat de koningin van Scheba van Salomo's dienaren zei: Welgelukzalig zijn uwe mannen, welgelukzalig deze uwe dienstknechten, die gedurig voor uw aangezicht staan, die uwe wijsheid horen. Nooit zijn mensen zo bevoorrecht geweest, en toch was een hunner een duivel en bleek een verrader te zijn, vers 16, en toch heeft Christus, toen Hij hem verkoos, zich niet in hem bedrogen.
III. In het openbaar zien wij Hem prediken en genezen, de twee grote werken, waaraan Hij Zijn tijd besteedde, vers 17. Met de twaalven kwam Hij af van den berg, en stond op een vlakke plaats, gereed om hen te ontvangen, die tot Hem kwamen, en weldra was om Hem heen vergaderd, niet slechts de schare Zijner discipelen, die hem plachten te vergezellen, maar ook een grote menigte des volks, een gemengde schare van geheel Judea en Jeruzalem. Ofschoon dat deel van Galilea, waar Christus toen was, op ruim twintig mijlen afstands was van Jeruzalem, -hoewel er te Jeruzalem overvloed was van vermaarde rabbijnen, die een groten naam en veel invloed hadden-kwamen zij toch tot Christus. Zij kwamen ook van den zeekant van Tyrus en Sidon. Hoewel zij, die daar woonden, meestal kooplieden waren, en op de grenzen waren van de Kanaänieten, waren sommigen van hen toch wel gezind om Christus te horen, de zodanige waren door het gehele land verspreid, hier een en daar een.
1. Zij kwamen om Hem te horen, en Hij predikte voor hen. Zij, die in hun nabijheid geen goede prediking kunnen horen, doen beter er een verren weg voor af te leggen dan er maar zonder te blijven. Het is der moeite waard om ver te reizen ten einde het woord van Christus te horen, en er andere zaken voor te laten.
2. Zij kwamen om door Hem genezen te worden, en Hij genas hen. Sommigen van hen hadden kwellingen des lichaams, en anderen der ziel, sommigen waren ziek, en anderen hadden duivelen, maar allen werden, na zich tot Christus gewend te hebben, genezen, want Hij had macht over krankheden en duivelen, vers 17 en 18, over de uitwerkselen en de oorzaken. Ja het scheen dat zij, die over geen bijzondere krankheden hadden te klagen, toch een grote versterking en vernieuwing als het ware, van hun gezondheid hebben bespeurd door de kracht, die van Hem uitging, want, vers 19, al de schare zocht Hem aan te raken, zij, die gezond waren, zowel als zij, die ziek waren, en allen bevonden zij zich op de een of andere wijze beter door Hem: Hij genas hen allen. En wie is er, die voor het een of ander gene genezing behoeft? Er is in Christus een volheid van genade, een genezende kracht in Hem, gereed om van Hem uit te gaan, die genoegzaam is voor allen, genoeg voor ieder.