Lukas 21:20-28
Na hun een denkbeeld te hebben gegeven van den tijd der ongeveer acht en dertig volgende jaren, gaat Hij er nu toe over om hun te tonen, waarop al deze dingen tenslotte zullen uitlopen, namelijk op de verwoesting van Jeruzalem en de volkomen verstrooiing der Joodse natie, hetgeen een kleine oordeelsdag zal wezen, een type en voorbeeld van Christus' wederkomst, waarvan, niet zo volledig als hier, gesproken werd in de gelijkluidende plaats (Mattheus 24), waar er, als het ware, slechts een blik op wordt gegeven, want de verwoesting van Jeruzalem zal voor hen, wier hart er aan gehecht was, als de verwoesting der wereld zijn.
I. Hij zegt hun dat zij Jeruzalem belegerd zullen zien, van heirlegers omsingeld, vers 20, de Romeinse heirlegers, en als zij dat zagen, dan konden zij daaruit opmaken, dat hare verwoesting nabij gekomen is, want hiermede zal de belegering onvermijdelijk eindigen, al zal zij dan ook van langen duur zijn. God zal, evenals in Zijne genade, zo ook in Zijn oordeel, wat Hij begint ook voleindigen.
II. Hij waarschuwt hen om, op dit gegeven teken, op hun eigen veiligheid bedacht te zijn, vers 21. Alsdan dat die in Judea zijn, het land verlaten, en vlieden naar de bergen, en die in het midden van haar (namelijk van Jeruzalem) zijn, dat zij daaruit trekken, voordat de stad wordt ingesloten, en- zoals wij thans zeggen-de loopgraven geopend zijn. En laat hen, die in de dorpen en vlekken van den omtrek zijn, niet in de stad gaan, denkende dat zij daar veilig zullen zijn. Gijlieden: verlaat een stad en een land, die, naar gij ziet, door God verlaten werden, overgegeven aan het verderf. Gaat uit van haar, Mijn volk.
III. Hij voorzegt de schrikkelijke verwoesting, die over het Joodse volk zal komen, vers 22. Deze zijn dagen der wraak, waarvan zo dikwijls door de Oud Testamentische profeten gesproken is geworden, en die het verderf van deze tergende natie zullen voltooien. Al hun voorzeggingen moeten nu vervuld worden, en het bloed van al de Oud Testamentische martelaars zal nu van hen geëist worden. Alles, dat geschreven is, moet ten laatste vervuld worden. Na dagen van geduld, zo lang misbruikt, zullen nu dagen der wraak komen, want uitstel van straf is geen vergeving en geen kwijtschelding van straf. De grootheid dezer verwoesting wordt voorgesteld:
1. Door de oorzaak er van. Het is wraak over dit volk, de toorn Gods, die dit verterende vuur zal ontsteken.
2. Door de bijzondere verschrikking, die zij zal wezen voor zwangere vrouwen en voor zogende vrouwen. Wee den bevruchten en zogenden vrouwen, niet slechts omdat zij het meest onderhevig zijn aan angst en schrik, en het minst instaat zijn om voor haar eigen veiligheid te zorgen, maar omdat het een zeer zware marteling voor haar zal zijn, om te bedenken dat zij kinderen gebaard en gezoogd hebben voor de moordenaars.
3. Door de algemene verwarring onder het volk. Er zal grote nood zijn in het land, want de mensen zullen niet weten wat te doen, of hoe zij zich zelven kunnen helpen.
IV. Hij beschrijft de einduitkomst van de worstelingen tussen de Joden en de Romeinen, en waartoe zij ten slotte zullen komen. 1. Grote menigten van hen zullen vallen door de scherpte des zwaards. Men heeft berekend, dat in dezen oorlog der Joden meer dan elf maal honderd duizend mensen door de scherpte des zwaards zijn gevallen. De belegering van Jeruzalem was inderdaad een militaire executie.
2. De overigen zullen gevankelijk weggevoerd worden, niet onder een enkel volk, als toen de Chaldeeën hen hadden overwonnen en ten onder gebracht, hetgeen hun de gelegenheid had gegeven om bij elkaar te blijven en zich aan elkaar te houden, maar onder alle volken, waardoor het hun onmogelijk werd met elkaar in gemeenschap te blijven, en nog veel minder om een aaneengesloten lichaam te zijn.
3. Jeruzalem zal van de heidenen vertreden worden. Toen de Romeinen er zich meester van hadden gemaakt, hebben zij de stad gans en al verwoest, als een rebellerende, slechte stad, schadelijk voor koningen en landen, en bijgevolg hatelijk voor hen.
V. Hij beschrijft de grote verschrikking, die algemeen onder het volk zal heersen. "Er zullen tekenen zijn in de zon, en maan, en sterren, wondertekenen aan den hemel en hier in de lagere wereld, de zee en de watergolven zullen groot geluid geven, beroerd zijnde door stormen en orkanen, zoals nooit tevoren gekend waren, boven de gewone werking der natuurlijke oorzaken. Hierdoor zal een algemene verwarring en ontsteltenis teweeggebracht worden op de aarde, benauwdheid der volken met twijfelmoedigheid." vers 25. Onder de volken verstaat Dr. Hammond de onderscheidene regeringen, of tetrarchies der Joodse natie. Judea, Samaria en Galilea zullen tot den uitersten nood gebracht worden. "Den mensen zal het hart bezwijken van vrees, vers 26, zij zullen gans ontmoedigd zijn, sterven van vrees." Aldus worden dan diegenen den gansen dag gedood, door wie Christus' apostelen het waren, Romeinen 8:36, dat is: zij zijn den gansen dag in vrees van gedood te zullen worden, wegzinkende onder hetgeen op hen drukt, en toch nog sidderende van vrees voor nog erger, en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen. Als het oordeel begint van het huis Gods, dan zal het daar niet eindigen, het zal wezen alsof de gehele wereld in duigen valt, en waar zou men dan veilig kunnen zijn? De krachten der hemelen zullen bewogen worden, en dan moeten de grondzuilen der aarde wel wankelen. Aldus zullen de tegenwoordige Joodse staatsregeling, Godsdienst, wetten en regering vernietigd, ontbonden worden door een reeks van ongeëvenaarde rampen, die vergezeld gaan van de alleruiterste verwarring. Zo is de opvatting van Dr Clarke. Maar onze Heiland maakt gebruik van. deze figuurlijke uitdrukkingen, omdat zij aan het einde des tijds in letterlijken zin vervuld zullen worden, wanneer de hemelen zullen toegerold worden als een boek, en al hun krachten niet slechts bewogen zullen worden, maar verbroken, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden, 2 Petrus 3:10, 12. Gelijk die dag een en al verschrikking en verwoesting was voor de ongelovige Joden, zo zal de grote dag dat wezen voor alle ongelovigen.
VI. Hij maakt dit tot een soort van verschijning van den Zoon des mensen: Alsdan zullen zij den Zoon des mensen zien komen in ene wolk met grote kracht en heerlijkheid vers 27. De verwoesting van Jeruzalem was op een bijzondere wijze ene daad van Christus' oordeel, het oordeel, dat den Zoon des mensen is overgegeven. Zijn Godsdienst kon nooit volkomen gevestigd zijn dan door de verwoesting van den tempel en de opheffing van het Levitische priesterschap en de Levitische inzettingen, waarnaar zelfs bekeerde Joden en ook velen uit de heidenen nog steeds hunkerden, totdat zij tenietgedaan waren, zodat dit met recht beschouwd kon worden als een komen van den Zoon des mensen met grote kracht en heerlijkheid, doch niet zichtbaar, maar in de wolken, want ten einde zulke oordelen uit te voeren, zijn wolken en donkerheid rondom Hem. Nu was dit:
1. Een blijk en bewijs van de eerste komst van den Messias, gelijk sommigen dit verstaan. De ongelovige Joden zullen tot de overtuiging komen, dat Jezus de Messias is, als het te laat zal zijn, zij, die Hem niet wilden zien komen in de kracht Zijner genade om hen te behouden, zullen Hem moeten zien komen in de kracht van Zijn toorn, om hen te verderven, zij, die niet hebben gewild, dat Hij over hen zou heersen, zullen moeten zien en gevoelen dat Hij over hen triomfeert.
2. Het was een onderpand van Zijne wederkomst. In de verschrikking van dien dag zullen zij den Zoon des mensen zien komen in ene wolk, met al de verschrikkingen van den laatsten dag. Zij zullen er een proeve van zien, een flauwe gelijkenis er van. Indien nu dit zo schrikkelijk is, wat zal dan dat, namelijk de grote oordeelsdag zijn?
VII. Ten opzichte van de verschrikkingen van dien dag spreekt Hij al Zijn getrouwen discipelen moed in, vers 28 :Als nu deze dingen beginnen te geschieden, als Jeruzalem belegerd is en alles samenwerkt tot verderf der Joden, zo ziet gijlieden omhoog, wanneer anderen naar omlaag zien, ziet op naar den hemel, in geloof, hoop en gebed, en heft uwe hoofden opwaarts, blijmoedig en met vertrouwen, omdat uwe verlossing nabij is.
1. Toen Christus kwam om de Joden te verderven, kwam Hij om de Christenen, die door hen verdrukt en vervolgd werden, te verlossen, en toen "hadden de gemeenten vrede".
2. Als Hij ten laatsten dage komt om de wereld te oordelen, dan zal Hij al de Zijnen verlossen van hun kwellingen. En het vooruitzicht van dien dag is voor alle goede Christenen even aangenaam, als het voor de bozen en goddelozen ontzettend is. Zelfs hun dood is dat, zij kunnen hun hoofden opheffen met blijdschap, wetende dat hun verlossing nabij is, hun heengaan om tot hun Verlosser te komen.
VIII. Hier is een woord van voorzegging, dat verder reikt dan op het verderf der Joodse natie, en niet gemakkelijk begrepen wordt, wij hebben het in vers 24 :Jeruzalem zal van de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn.
1. Sommigen verstaan het van het verledene, zo bijvoorbeeld Dr. Hammond. De heidenen, die Jeruzalem hebben veroverd, zullen het in bezit houden, en dan zal het zuiver heidens zijn. totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn, totdat een groot deel der heidenwereld Christelijk is geworden, en dan, nadat Jeruzalem door keizer Hadrianus herbouwd zal wezen, met uitsluiting van alle Joden er van, zullen vele Joden Christenen worden, zich voegen bij de Christenen uit de heidenen, om ene kerk op te richten te Jeruzalem, die daar gedurende langen tijd zal bloeien.
2. Anderen, zoals Dr. Whitby, verstaan het van de toekomst. Jeruzalem zal in het bezit zijn der heidenen, van de een of andere soort meestal, totdat de tijd komt, wanneer de volken, die nog ongelovig gebleven zijn, het Christelijk geloof zullen omhelzen, en de koninkrijken dezer wereld Christus' koninkrijken zullen geworden zijn, en dan zullen alle Joden bekeerd worden. Jeruzalem zal dan door hen worden bewoond, en dan zullen zij noch hun stad langer door de heidenen vertreden worden.