Jozua 2:8-21
Hier wordt de zaak tussen Rachab en de verspieders geregeld-met betrekking tot de dienst, die zij hun nu bewijzen zal en de gunst, die zij haar later bewijzen zullen. Zij beveiligde hen, op voorwaarde dat zij haar zullen beveiligen.
1. Zij geeft hun, en zendt door hen aan Jozua en Israël, al de bemoediging, die zij konden wensen, om hun voorgenomen aanval op Kanaän te volvoeren. Daarvoor waren zij gekomen, en het was van de moeite waard om er voor gekomen te zijn. Van de beambten ontslagen zijnde, gaat zij tot de verspieders op het dak van het huis, waar zij verborgen lagen, vindt hen misschien wel wat in ontsteltenis om het gevaar, waarin zij vreesden te zijn van de beambten, en nog nauwelijks bekomen van de schrik, maar nu heeft zij hun datgene te zeggen wat hen gerust kan stellen, en hun groot genoegen zal doen.
1. Zij laat hun weten dat het gerucht van de grote dingen, die God voor hen gedaan had, tot Jericho was doorgedrongen, vers 10, niet alleen, dat zij gehoord hadden van de overwinningen, onlangs door hen behaald over de Amorieten, in het naburige land aan de overzijde van de rivier, maar ook dat hun wonderdadige bevrijding uit Egypte, hun doortocht door de Rode Zee veertig jaren geleden nog levendig herdacht werden in Jericho, nog druk besproken werden, en ieders verbazing gaande maakten. Aldus waren deze Jozua en zijn medegenoten een wonderteken, Zachar. 3:8. Zie hoe God Zijn wonderen een gedachtenis maakt, Psalm 111:4, zodat de mensen zullen vermelden de kracht van Zijn vreeslijke daden, Psalm 145:6.
2. Zij zegt hun welke indruk het bericht van deze gebeurtenissen had gemaakt op de Kanaänieten. Ulieder verschrikking is op ons gevallen, vers 9, als wij het hoorden, zo versmolt ons hart, vers 11. Als zij een herberg hield, dan had zij hierdoor gelegenheid om de mening te horen van onderscheidene lieden. die haar bezochten, alsmede van reizigers uit andere delen des lands, zodat de verspieders door niemand beter ingelicht konden worden omtrent hetgeen zij wensten te weten dan door haar. En het zou voor Jozua en Israël van groot nut wezen die berichten te ontvangen, ook de lafhartigste Israëliet zal bemoedigd worden, als hij hoort hoe hun vijanden alle moed hadden verloren, en het was gemakkelijk om tot de gevolgtrekking te komen dat zij, die thans reeds voor hun aangezicht bezweken, ook ongetwijfeld voor hun aangezicht zullen vallen, inzonderheid omdat het de vervulling was van een belofte, die God hun gedaan had, namelijk dat Hij hun schrik en hun vrees over al dit land zou leggen, Deuteronomium 11:25, en zo zal dit een voorsmaak en onderpand zijn van de vervulling van al de andere beloften, die God hun gedaan had. Laat de stoutmoedige, onverschrokken man niet roemen in zijn kloekmoedigheid, evenmin als de sterke in zijn kracht, want God kan beide geest en lichaam verzwakken. Laat Gods Israël ook hun machtigste vijanden niet vrezen, want hun God kan, als het Hem behaagt, ook hun machtigste vijanden bevreesd maken voor hen. Laat niemand denken, dat hij zijn hart tegen God kan verharden en voorspoedig zijn, want hij, die de ziel des mensen gemaakt heeft, kan ten allen tijde het zwaard van Zijn verschrikkingen er toe doen naderen.
3. Hierop belijdt zij haar geloof in God en Zijn belofte, en misschien was er-alles in aanmerking genomen-zo'n groot geloof niet gevonden, neen, zelfs niet in Israël, als in deze Kanaänietische vrouw. a. Zij geloofde in Gods macht en heerschappij over geheel de wereld, vers 11. "JAHWEH uw God, die gij aanbidt en aanroept, is zo ver boven alle goden, dat Hij de enig ware God is, want Hij is een God boven in de hemel en beneden op de aarde, en wordt door het heir van beide gediend." Er is een zeer grote afstand tussen hemel en aarde, maar beide zijn gelijkelijk onder het toezicht en bestuur van de grote JAHWEH. De hemel is niet boven Zijn macht, en de aarde is niet beneden Zijn kennisneming.
b. Zij gelooft Zijn belofte aan Zijn volk Israël, verse. Ik weet dat de Heere u dit land gegeven heeft. De koning van Jericho had evenveel als zij gehoord van de grote dingen, die God voor Israël gedaan heeft, maar hij was niet instaat hieruit af leiden dat God hun dit land gegeven had, maar besluit hen tot het laatste toe te weerstaan, want de krachtigste middelen ter overtuiging zullen, zonderGods genade, het doel niet bereiken, en door die genade spreekt Rachab de hoer, die alleen gehoord had van de wonderen door God gewrocht, met meer verzekerdheid van de belofte, gedaan aan de vaderen, dan al de oudsten van Israël, die ooggetuigen waren van deze wonderen en van wie velen zijn omgekomen wegens hun ongeloof aan deze belofte. Zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben, dat heeft Rachab gedaan. O vrouw, groot is uw geloof!
II. Zij vraagt hun om haar en haar bloedverwanten onder hun bescherming te nemen opdat zij in de verwoesting van Jericho niet met de overigen zullen omkomen, vers 12, 13.
1. Het was een blijk van de oprechtheid en kracht van haar geloof betreffende de aanstaande omwenteling in haar vaderland, dat zij zo verlangend was om de vriendschap en welwillendheid van de Israëlieten te verwerven. Zij voorzag de verovering van haar land, en in het geloof daaraan dong zij bijtijds naar de gunst van de veroveraars. Zo heeft Noach, bevreesd geworden zijnde, de ark toebereid tot behoud van zijn huisgezin, door welke ark hij de wereld heeft veroordeeld, Hebreeën 11:7. Zij, die waarlijk geloven in de Goddelijke openbaring betreffende het verderf van de zondaren en de schenking van het hemelse land aan Gods Israël, zullen zich beijveren om de toekomenden toorn te ontvlieden en naar het eeuwige leven te grijpen door zich bij God en Zijn volk te voegen.
2. Haar voorzien in de veiligheid van haar bloedverwanten, zowel als in haar eigen, is een loffelijk voorbeeld van natuurlijke genegenheid, en een wenk voor ons, om evenzo alles te doen wat wij kunnen voor de zaligheid van de zielen van hen, die ons dierbaar zijn, en hen met ons, zo mogelijk, onder de band des verbonds te brengen. Er wordt geen melding gemaakt van haar man en kinderen, maar alleen van haar ouders, broeders en zusters, voor wie zij, hoewel haar eigen huis hebbende, toch zorg en belangstelling bleef houden.
3. Haar verzoek dat zij het haar zweren zullen bij JAHWEH is een bewijs van haar bekendheid met de enige ware God, en haar geloof in Hem en groten eerbied voor Hem, waarvan een voornaam bewijs is het heilig zweren bij Zijn naam.
4. Haar verzoek is zeer recht en billijk dat daar zij hen beschermd had, zij nu ook haar zullen beschermen, en daar haar vriendelijkheid zich uitstrekte tot hun volk, voor hetwelk zij nu handelden, hun vriendelijkheid zich ook zou uitstrekken tot hen, die haar aangingen. Het was wel het minste, dat zij doen konden voor een vrouw, die hun het leven had gered met gevaar van haar eigen leven. Zij, die barmhartigheid bewijzen, kunnen barmhartigheid verwachten van anderen. Zij vraagt om generlei wereldlijk voordeel als beloning voor haar vriendelijkheid jegens hen, hoewel zij zich zozeer in haar macht bevonden, dat zij wel haar eigen voorwaarden had kunnen stellen, doch zij vraagt slechts om haar leven, hetgeen bij de algemene verwoesting, die zal plaatshebben een bijzondere gunst zou zijn. Aldus heeft God aan Ebed-Melech beloofd dat hij, ter beloning van zijn vriendelijkheid voor Jeremia, in de zwaarsten, moeilijksten tijd, zijn ziel, dat is zijn leven, tot een buit zal hebben Jeremia 39:18. Toch werd deze Rachab later verhoogd, zodat zij een vorstin in Israël werd, als de vrouw van Salmon, een van de voorvaders van Christus Mattheus 1:5. Hen, die Christus getrouwelijk dienen en voor Hem lijden, zal Hij niet slechts beschermen, maar bevorderen, en meer voor hen doen dan zij kunnen bidden of denken.
III. Zij verbinden zich plechtig om in de algemene verwoesting voor haar behoudenis te zullen zorgen, vers 14. Onze ziel zij voor ulieder om te sterven, of: "ons leven voor het uwe. Wij zullen evenveel zorg dragen voor uw leven als voor het onze, en zullen evenmin iemand uwer leed doen, als wij onszelf leed zouden willen doen." Ja zij roepen Gods oordelen over zich in, als zij hun belofte aan haar zouden verbreken. Zij had haar leven verpand voor het hun, en in vergelding daarvoor verpanden zij nu hun leven voor het hare, en-als openbare personen-verpanden zij daarmee ook de trouw en de eer van hun volk, want duidelijk en klaar laten zij geheel Israël in hun verbintenis delen door deze woorden: Wanneer de Heere ons dit land geeft, bedoelende niet slechts zichzelf, maar het volk, welks agenten zij waren. Ongetwijfeld wisten zij zich genoegzaam gemachtigd om met Rachab betreffende deze zaak te onderhandelen, en vertrouwden zij dat Jozua wat zij deden zou goedkeuren en bekrachtigen, want anders zouden zij niet eerlijk hebben gehandeld, de algemene wet, dat zij met de Kanaänieten geen verbond moesten aangaan, Deuteronomium 7:2, verbood hun niet om een particulier persoon onder hun bescherming te nemen, die hun belangen van harte was toegedaan, en hun werkelijk goedheid en vriendelijkheid had bewezen. De wet van de dankbaarheid is een van de wetten van de natuur. Merk hier nu op:
1. De beloften, die zij haar deden. In het algemeen: "Wij zullen u weldadigheid en trouw bewijzen, vers 14. Wij zullen niet slechts thans vriendelijk zijn in het beloven, maar ook bouw in het volbrengen van de belofte, en niet slechts trouw in het nauwkeurig volbrengen van wat wij nu beloven, maar vriendelijk door meer te doen dan gij van ons vraagt en verwacht." De goedheid van God wordt dikwijls uitgedrukt door Zijn goedertierenheid en waarheid, Psalm 117:2 en in die beide eigenschappen moeten wij Hem volgen. In het bijzonder: "Al wie bij u in het huis zijn zal, diens bloed zij op ons hoofd, indien een hand tegen hem zijn zal, vers 19. Indien door onze achteloosheid leed geschiedt aan hen, die wij verplicht zijn te beschermen dan laden wij hiermede schuld op ons, en bloed zal blijken een zware last te zijn."
2. De voorwaarden en bepalingen van hun beloften. Hoewel zij in haast waren, en misschien ook wel enigszins in verwarring, zien wij toch, dat zij zeer voorzichtig en omzichtig zijn in het vaststellen van die overeenkomst met de voorwaarden er van, teneinde zich tot niet meer te verbinden, dan voegzaam voor hen was om na te komen. Verbonden of verdragen moeten met zorg en nauwkeurigheid worden gesloten, en wij moeten zweren met bedachtzaamheid, opdat wij ons niet verlegen en verstrikt vinden, als het te laat is, en wij niet naar gedane geloften onderzoek gaan doen. Zij, die nauwgezet willen zijn in het houden van hun beloften, zullen voorzichtig zijn in het doen er van, en zullen er wellicht voorwaarden bij stellen, die anderen beuzelachtig kunnen vinden.
Hun belofte gaat hier vergezeld van drie voorwaarden, en zij zijn noodzakelijk. Zij zullen Rachab en al haar bloedverwanten altijd beschermen, mits: a. Dat zij het koord van scharlakendraad, waarmee zij hen nu uit het venster ging aflaten, aan het venster van haar huis zal bevestigen, vers 18. Dit moest een teken aan haar huis zijn, en de verspieders zullen zorgdragen, dat dit in het leger Israëls bekend zal wezen, opdat geen krijgsman, hoe vurig en ijverig ook in zijn militaire verrichtingen, enigerlei geweld zou plegen in het huis, dat aldus getekend was. Dit was gelijk het bloed, dat op de deurposten gesprengd was en de eerstgeborenen tegen de verderf engel beveiligde, en daar dit teken van dezelfde kleur was, verwijzen sommigen hiernaar om de veiligheid van de gelovigen voor te stellen onder de bescherming van het bloed van Christus, gesprengd op het geweten. Van hetzelfde koord, dat zij gebruikte om deze Israëlieten te beveiligen, zal gebruik worden gemaakt om haar te beveiligen. Hetgeen waar wij God mee dienen en eren, zal Hij tot zegen en vertroosting voor ons doen zijn.
b. Dat zij allen, wier veiligheid zij begeerde, bij zich in het huis moest hebben en houden, en dat geen hunner bij de inneming van de stad zich naar buiten moest wagen, vers 18, 19. Dit was een noodzakelijke voorwaarde, want Rachabs bloedverwanten konden op geen andere wijze onderscheiden of gekend worden, dan door in haar getekend huis te zijn. Indien zij zich met hun naburen gingen vermengen, dan was het niet te verhelpen, het zwaard zou dan de een zowel als de ander verteren. Het was een redelijke voorwaarde dat, terwijl zij zuiver en alleen om Rachabs wil behouden zullen worden, haar huis de eer zal hebben van hun toevlucht, hun sterkte te zijn, en dat zij, indien zij niet wilden omkomen met hen, die niet geloofden, inzoverre de zekerheid en de strengheid van het verderf, dat over hun stad stond te komen, zouden geloven dat zij een toevlucht zochten in een plaats die veilig was geworden door belofte, zoals Noach in de ark, en Lot in Zoar, en zich zouden behouden van dit verkeerd geslacht door zich van hen af te scheiden. Het was ook een veelbetekenende voorwaarde, ons te kennen gevende dat zij, die toegevoegd zijn aan de kerk, zich, teneinde behouden te worden, dicht bij het gezelschap van de gelovigen moeten houden, en ontvlucht zijnde aan het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheid, er zich voor moeten hoeden om er wederom in verstrikt te geraken.
c. Dat zij de zaak geheim moest houden, vers 14, 20. Indien gij deze onze zaak te kennen zult geven, dat is: "Indien gij ons verraadt, nadat wij vertrokken zijn, of indien gij deze onze overeenkomst bekend maakt, zodat ook anderen scharlaken snoeren aan hun vensters binden en ons aldus in de war brengen, dan zullen wij onschuldig zijn van uw eed." Diegenen zijn de verborgenheid des Heeren onwaardig, die haar, als het nodig is, niet voor zich weten te houden.
IV. Toen heeft zij er afdoend voor gezorgd, 0m haar nieuwe vrienden te beveiligen, zij heeft hen door een andere weg uitgelaten, Jakobus 2:25. Het verdrag, dat zij met haar gemaakt hadden ten volle begrepen en er mee ingestemd hebbende, vers 21, liet zij hen neer met een zeel door het venster over de stadsmuur, de ligging van haar huis hen hierin begunstigende. Evenzo is Paulus uit Damascus ontkomen, 2 Corinthiers 11:33. Zij zei hen ook welke weg zij moesten inslaan om veilig te zijn, beter bekend zijnde met de landstreek dan zij het waren vers 16. Zij raadt hun aan van de grote weg af te wijken, en zich schuil te houden in het gebergte, totdat de vervolgers wedergekeerd zijn in de stad, want eerder konden zij niet veilig over de Jordaan komen. Zij, die op de weg zijn van God en van hun plicht, kunnen verwachten dat Zijn voorzienigheid hen zal beschermen, maar dat zal hen niet vrijstellen van alle wijze maatregelen te nemen voor hun eigen veiligheid. God zal ons bewaren, maar dan moeten wij ons niet moedwillig aan gevaar blootstellen. Gods voorzienigheid moet vertrouwd, niet verzocht worden. Calvijn denkt dat hun last aan Rachab om de zaak geheim te houden, bedoeld was voor haar veiligheid, opdat zij, roemende op haar veilig zijn tegen het zwaard van Israël, niet voordat zij kwamen om haar te beschermen, de koning van Jericho in handen zou vallen, en wegens verraad ter dood gebracht zou worden, aldus geven zij haar verstandig raad voor haar veiligheid, zoals zij hun voor hun veiligheid goede raad had gegeven. En het is een goede raad, waarvoor wij immer dankbaar moeten zijn, om acht te hebben op onszelf.