Johannes 19:31-37
Dit voorval van het doorsteken van Christus' zijde na Zijn dood wordt alleen door dezen evangelist meegedeeld.
I. Let op het bijgeloof der Joden, dat er de aanleiding toe was, vers 31:dewijl het de voorbereiding was van den sabbat, en deze sabbat, in de paasweek zijnde, was groot. Om eerbied te tonen voor den sabbat wilden zij niet, dat de dode lichamen aan het kruis zouden blijven op den sabbat, maar baden Pilatus, dat hun benen zouden gebroken worden, hetgeen een wrede, doch afdoende wijze was om een einde te maken aan hun leven, zodat zij dan begraven konden worden. Merk hier op:
1. Hoe zij wensten aan hun eerbied voor den komenden sabbat te doen geloven, omdat het een der dagen der ongezuurde broden was, en, naar sommigen uitgerekend hebben, de dag van het offeren der eerstelingen van de vruchten. Iedere sabbat is heilig, is een feestdag, maar dit was megalê hêmera -een grote dag. De Paas-sabbatdagen zijn hoogtijden, sacramentsdagen, Avondmaalsdagen, hoge feestdagen, en er behoort meer dan gewone voorbereiding voor te wezen, opdat zij in waarheid hoge feestdagen, dagen der hemelen voor ons zijn zullen.
2. Hoe zij het een smaad achtten voor dien dag, als de dode lichamen aan het kruis zouden blijven hangen. Dode lichamen mochten nooit blijven hangen, Deuteronomium 21:23, maar in dit geval zouden de Joden de gewoonte der Romeinen toegelaten hebben, indien het geen buitengewone dag geweest was, en, daar er toen vele vreemdelingen van alle plaatsen te Jeruzalem waren, zou dit hun een ergernis geweest zijn. Ook konden zij het wellicht niet dragen het gekruiste lichaam van Christus te zien, want, zo hun geweten niet gans en al toegeschroeid was, moet het hun, nu hun woede begon te verkoelen, wel verwijtingen gedaan hebben.
3. Hun verzoek aan Pilatus, om hun lichamen, die nu zo goed als dood waren, maar af te maken, niet door hen te worgen of te onthoofden, dat een medelijdend verhaasten zou geweest zijn van het einde van hun lijden, "de genadeslag", zoals wij het noemen, maar door hun benen te breken, dat hen onder hevige pijn zou doen sterven. De barmhartigheden der goddelozen zijn wreed, en de voorgewende heiligheid der geveinsden is afschuwelijk. Deze Joden wilden het doen voorkomen, alsof zij groten eerbied hadden voor den sabbat, maar zij hadden geen eerbied voor recht of gerechtigheid, zij hadden geen gewetensbezwaar om een onschuldigen, voortreffelijken persoon te laten kruisigen, maar wèl om een dood lichaam aan het kruis te laten hangen.
II. Het afmaken der twee moordenaren, die met Hem gekruist waren, vers 32. Pilatus was den Joden nog altijd ter wille en gaf de orders, die zij begeerden, en de krijgsknechten kwamen, verhard en onvatbaar voor medelijden, en braken de benen der twee moordenaars, dat hun ongetwijfeld ontzettende smartkreten ontwrong, en hen deed sterven overeenkomstig den wreden aard van Nero, namelijk zo, dat zij zich voelden sterven. Een dezer moordenaars was een boetvaardige, en had van Christus de verzekering ontvangen, dat hij weldra met Hem in het paradijs zou wezen, en toch stierf hij onder dezelfde pijn en in dezelfde ellende als de andere moordenaar, want alle dingen komen gelijkelijk over allen. Velen gaan naar den hemel voor wie er banden zijn tot hun dood toe, en sterven met een bittere ziel. De uiterste doodsbenauwdheid, de schrikkelijkste doodsstrijd is geen beletsel voor de levende vertroosting, welke weggelegd is voor de heilige ziel aan gene zijde des doods. Christus stierf en ging naar het paradijs, maar stelde ene wacht aan om Hem derwaarts heen te geleiden. Dit is de orde van het heengaan naar den hemel: -Christus, de eersteling en voorloper, daarna die van Christus zijn.
III. De proeve die genomen werd, om te weten, of Christus al of niet dood was, waardoor die dood buiten twijfel werd gesteld.
1. Zij onderstelden dat Hij dood was, en daarom hebben zij Zijne benen niet gebroken, vers 33. Merk hier op:
a. Dat Jezus in minder tijd gestorven is dan gekruisten gewoonlijk stierven. Zijn lichaamsgestel, dat wellicht uiterst fijn en teer was, werd daardoor ook spoediger door pijn afgemat en uitgeput, of liever: dit was om aan te tonen, dat Hij zelf Zijn leven heeft afgelegd, dat Hij kon sterven wanneer het Hem goeddocht, al waren Zijne handen ook met nagelen aan het kruis gehecht. Hij onderwierp zich aan den dood, maar werd er niet door overwonnen.
b. Dat Zijne vijanden van Zijn dood overtuigd waren. De Joden, die daar stonden om toe te zien, dat de terechtstelling volkomen plaatshad, zouden deze daad van wreedheid niet hebben nagelaten, indien zij er niet zeker van waren, dat Hij buiten het bereik er van was.
c. Welke gedachten er ook zijn in het hart des mans, de raad des Heeren zal bestaan. Zij hadden wel bepaald het voornemen en den wil om Zijne benen te breken, maar Gods raad anders zijnde, werd dit voorkomen.
2. Omdat zij zeker wilden zijn van Zijn dood, hebben zij een proeve genomen, waardoor hij buiten twijfel werd gesteld. Een der krijgsknechten doorstak Zijne zijde met een speer, het hart willende treffen, en terstond kwam er bloed en water uit, vers 34.
a. De soldaat wilde hierdoor de vraag tot beslissing brengen, of Hij al of niet gestorven was, en door deze eervolle wonde in Zijne zijde vervingen zij de smadelijke wijze, waarop zij de twee anderen hebben afgemaakt. Volgens de overlevering was de naam van dien soldaat Longinus, en die overlevering zegt verder dat hij, aan ene oogziekte lijdende, terstond genezen werd door enige droppelen van het bloed uit Christus' zijde, die er op gevallen waren. Dit zou van rijke betekenis zijn, indien het verhaal slechts op goede gronden steunde.
b. Maar God had er een verdere bedoeling mede, en wel: a. Om het bewijs te geven van de waarheid van Zijn dood, hetgeen dan weer een bewijs zal. zijn van Zijne opstanding, Indien Hij slechts schijndood was, of een onmacht had, dan zou Zijne opstanding bedrog zijn, maar uit deze proefneming bleek, dat Hij zeer zeker dood was, want deze speer verbrak en vernietigde de fontein des levens, en naar al de wetten en den loop der natuur was het onmogelijk, dat een menselijk lichaam zulk ene wonde in de levensdelen zou overleven. b. Om het doel van Zijn dood duidelijk te maken. Er was veel verborgenheid in opgesloten, en dit zo plechtig getuigenis van Zijn dood, vers 35, geeft te kennen, dat er iets wonderbaarlijks in was, dat het bloed en het water duidelijk en onderscheidenlijk uit dezelfde wonde vloeide, het was tenminste van grote betekenis. Deze zelfde apostel verwijst er naar als naar iets zeer gewichtigs, 1 Johannes 5:6 -8. Ten eerste. Het openen Zijner zijde was vol van betekenis. Als wij onze oprechtheid willen betuigen, dan wensen wij dat er een venster ware in ons hart, zodat onze gedachten en bedoelingen voor allen zichtbaar worden. Door dit venster, geopend in Christus' zijde, kunt gij in Zijn hart zien, er vurige liefde zien, liefde sterk als de dood, gij kunt er ook onze namen geschreven zien. Sommigen zien er ene toespeling in op het openen van Adams zijde in zijn staat der onschuld. Toen Christus, de tweede Adam, in een diepen slaap was gevallen aan het kruis, werd Zijne zijde geopend, en daaruit werd Zijne kerk genomen, die Hij zich ondertrouwd had. Zie Efeze 5:30, 32.
Ten tweede. Het bloed en het water, die er uitvloeiden, waren van betekenis.
1. Zij wezen op de twee grote voorrechten en weldaden, die door Christus allen gelovigen ten deel vallen-rechtvaardigmaking en heiligmaking, het bloed tot vergeving van zonden, het water tot wedergeboorte, bloed tot verzoening, water tot reiniging. Onder de wet werd veel gebruik gemaakt van bloed en water, Schuld moest geboet worden door bloed, onreinheid moest weggedaan worden door het water der reiniging. Deze twee moeten altijd samengaan: gij zijt geheiligd, gij zijt gerechtvaardigd, 1 Corinthiërs 6:11. Christus heeft hen samengevoegd, en wij moeten ze niet willen scheiden. Beiden zijn zij uit de doorstoken zijde onzes Verlossers gevloeid. Aan Christus gekruist zijn wij de verdienste voor onze rechtvaardigmaking, den Geest en de genade voor onze heiligmaking verschuldigd, en het laatste hebben wij even nodig als het eerste, 1 Corinthiërs 1:30.
2. Zij wezen op de twee grote inzettingen-den Doop en het Avondmaal des Heeren, door welke deze weldaden en voorrechten aan de gelovigen voorgesteld en verzegeld en op hen toegepast worden, beiden zijn zij door Christus ingesteld en bekrachtigd. Het is niet het water in de doopvont, dat voor ons het bad der wedergeboorte is, maar wel het water, dat uit Christus' zijde vloeide, het is niet het druivebloed, dat het geweten der mensen zal bevredigen en de ziel verkwikken, maar wèl het bloed uit de zijde van Christus. Nu was de rots geslagen, 1 Corinthiërs 10:4, nu was de fontein geopend, Zacheria 13:1, nu waren de fonteinen des heils gegraven, Jesaja 12:3. Hier is de rivier, welker beekjes de stad Gods zullen verblijden.
IV. Het getuigenis der waarheid hiervan, afgelegd door een ooggetuige, vers 35, den evangelist zelven. Merk op:
1. Welk een bevoegd getuige hij was van de feiten.
a. Wat hij getuigde, heeft hij gezien. Hij had het niet van horen zeggen, en evenmin heeft hij het slechts gegist, neen, hij is er ooggetuige van geweest, het is hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, 1 Johannes 1, 2 Petrus 1:16, hebbende alles van voren aan naarstiglijk onderzocht, Lukas 1:3.
b. Wat hij gezien heeft, daarvan heeft hij een getrouw getuigenis afgelegd, hij heeft niet slechts de waarheid gezegd, maar de gehele waarheid, en hij heeft dit niet slechts mondeling betuigd, maar ook in geschrifte, in perpetuam rei memoriam -tot een eeuwige gedachtenis.
c. Zijn getuigenis is waarachtig, want hij schreef niet slechts uit eigen persoonlijk weten en opmerken, maar ook naar de ingeving van den Geest der waarheid, die in alle waarheid leidt. d. Hij was zelf ten volle verzekerd van de waarheid van hetgeen hij schreef, en heeft met anderen willen bewegen te geloven wat hij zelf niet geloofde: hij weet, dat hij zegt hetgeen waar is.
e. Hij getuigde deze dingen, opdat ook wij geloven mogen. Hij heeft ze niet slechts vermeld voor zijn eigen voldoening, of voor het bijzonder gebruik van zijne vrienden, maar heeft ze bekend gemaakt in de wereld, niet om de nieuwsgierigen te behagen of den geleerden genoegen te doen, maar om de mensen er toe te brengen om tot hun eeuwig welzijn in het Evangelie te geloven.
2. Zijne nauwkeurigheid in deze bijzondere aangelegenheid. Opdat wij wèl verzekerd zouden zijn van de waarheid van Christus' dood, zag hij Zijn hartenbloed vloeien, en hiermede de weldaden, die voor ons voortvloeien uit Zijn dood, aangeduid door het bloed en het water, die uit Zijne zijde vloeiden. Laat dit de vreze tot zwijgen brengen van zwakke Christenen, en hen aanmoedigen in hun hoop, de ongerechtigheid zal hun verderf niet wezen , want beide bloed en water zijn uit Christus' doorstoken zijde gevloeid, beide om hen te rechtvaardigen en hen te heiligen, en zo gij vraagt: Hoe kunnen wij zeker hiervan wezen? dan luidt het antwoord, gij kunt er zeker van zijn, want die het gezien heeft, die heeft het getuigd.
V. De vervulling der Schrift in dit alles, vers 36. Opdat de Schrift vervuld worde en aldus de eer van het Oude Testament gehandhaafd, en de waarheid van het Nieuwe Testament bevestigd zou worden. Wij zien er hier twee voorbeelden van:
1. De Schrift werd vervuld in het niet-breken van Zijne benen, waardoor dit woord vervuld werd: Geen been van Hem zal verbroken worden.
a. Die belofte was wel gedaan aan al de rechtvaardigen, maar bedoelde toch voornamelijk Jezus Christus, den Rechtvaardige, Psalm 34:21. Hij bewaart al zijne beenderen, niet een van die wordt gebroken. En David zegt in den geest: Al mijne beenderen zullen zeggen: Heere, wie is U gelijk! Psalm 35:10. b. Er was een type hiervan in het paaslam, waarnaar hier inzonderheid verwezen schijnt te worden, Exodus 12:46, gij zult geen been daarvan breken, en dat wordt herhaald in Numeri 9:12:zij zullen daarvan geen been breken, voor welke wet de wil van den wetgever de reden is, maar het antitype moet beantwoorden aan het type. Ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus, 1 Corinthiërs 5:7. Hij is het Lam Gods, Johannes 1:29, en, als het ware Pascha, bleven Zijne beenderen ongebroken. Dit bevel omtrent Zijn gebeente werd gegeven toen Hij dood was, zoals ook omtrent Jozefs gebeente, Hebreeën 11:22.
c. Er lag ene betekenis in opgesloten: de kracht van het lichaam ligt in het gebeente. Het Hebreeuwse woord voor de beenderen betekent de kracht, en daarom moest geen been van Christus gebroken worden, om aan te tonen dat, hoewel Hij gekruisigd is in zwakheid, Zijne macht om te behouden toch onverbroken is. De zonde breekt onze beenderen, zoals zij die van David heeft gebroken, Psalm 51:10, maar Christus' beenderen heeft zij niet gebroken, Hij stond kloek en sterk onder den last, machtig om te behouden.
2. De Schrift werd vervuld in het doorsteken van Zijne zijde, vers 37. Zij zullen mij aanschouwen, dien zij doorstoken hebben, aldus is het geschreven in Zacheria 12:10. En aldaar zegt dezelfde, die den Geest der genade uitstort, en geen mindere kan zijn dan de God der heilige profeten: Zij zullen zien in welken zij gestoken hebben. a. Hierin ligt opgesloten, dat de Messias doorstoken zal worden, en dit is hier meer ten volle vervuld dan in het doorgraven van Zijne handen en voeten, Hij was doorstoken door het huis David's en de inwoners van Jeruzalem, gewond in het huis Zijner liefhebbers, zoals er volgt in Zacheria 13:6.
b. Er is beloofd, dat zij, nadat de Geest zal zijn uitgestort, op Hem zullen zien en rouwklagen. Dit is ten dele vervuld geworden, toen velen van hen, die Hem vervolgd en gedood hebben, verslagen werden in het hart en er toe gebracht werden in Hem te geloven, en het zal nog verder vervuld worden, in genade, wanneer gans Israël zal zalig worden, en, in toorn, wanneer zij, die volharden in hun ongelovigheid, Hem zullen zien, dien zij doorstoken hebben, en over Hem rouw zullen bedrijven. Openbaring 1:7. Maar het is van toepassing op ons allen. Wij allen zijn schuldig aan het doorsteken van den Heere Jezus, en het is voor ons allen nodig en van het uiterste belang om met aandoening des harten op Hem te zien.