20. Maar, o HEERE der heirscharen, Gij rechtvaardige Rechter, a) die de nieren en het hart proeft 1) (
Psalm 7:10) en alzo weet, dat ik alleen om mijns ambts wil, en niet om mijne gerechtigheid dien haat en die vervolging van de lieden mijner vaderstad moet ondervinden (
Hoofdstuk 1:1)! laat mij Uwe wraak van hen zien, die in mij U haten en vervolgen; want aan U heb ik mijne twistzaak ontdekt(
Hoofdstuk 20:12.
Romeinen 12:19a) 1 Samuël 16:7. 1 Kronieken 28:9. 26:2. Openbaring :23.
1) Het is een troost voor ons, als de mensen onrechtvaardig met ons handelen, dat wij een God hebben, tot wien wij gaan kunnen, die de zaak der beledigde onschuld handhaaft en wil handhaven en tegen de onrechtvaardigen opkomen. Want Gods rechtvaardigheid, die een schrik is voor de goddelozen, is een troost voor de godvruchtigen. Zijn oog is op Hem, als een God die de nieren proeft en de harten doorzoekt; die volkomen ziet wat in den mens is, wat zijne gedachten en voornemens zijn.
Het was geen zonde tegen Jeremia als mens, maar tegen hem als Profeet Gods, den gezant des Allerhoogsten, en daarom, opdat Gods eer zou gehandhaafd worden, bidt hij de straf af over zijne vijanden.