1 Petrus 1:10-12
Nadat de apostel beschreven heeft de personen, aan welken hij zijn brief richt, en hun de heerlijke voorrechten, die zij bezaten, duidelijk gemaakt heeft, gaat hij er toe over hun de waarborgen te tonen voor hetgeen hij gezegd had. En omdat zij Joden waren en dus diepe verering voor het Oude Testament koesterden, wijst hij hen op het gezag der profeten om hen te overtuigen, dat de leer der zaligmaking door het geloof in Jezus Christus geen nieuwe leer was, maar dezelfde, waarnaar de oude profeten naarstig ondervraagden en die zij ijverig onderzochten.
I. Wie onderzochten zo ijverig? De profeten, de mannen door God geïnspireerd om te doen en te spreken buitengewone dingen, die boven hun eigen onderzoek en bekwaamheid lagen, zoals het voorzeggen van toekomstige gebeurtenissen en het openbaren van den wil Gods, door de leiding des Heiligen Geestes.
II. Het voorwerp van hun onderzoek. De zaligheid en de genade Gods aan u geschied. De algemene zaligheid van mensen uit alle volken, door Jezus Christus, en meer bijzonder de zaligheid, die den Joden aangeboden werd, de genade aan u geschied door Hem, die gezonden was tot de verloren schapen van het huis Israël's. Zij voorzagen heerlijke tijden van licht, genade, vertroosting, komende over de kerk, waardoor de profeten en rechtvaardigen begeerden te zien en te horen de dingen, die in de dagen des Evangelies komen zouden.
III. De wijze van hun onderzoek. Zij ondervraagden en onderzochten. De woorden zijn sterk en aandringend, zij zinspelen op mijnwerkers, die den grond omgraven en niet alleen door de aarde, maar door de rotsen heen breken, om het goud of erts te bereiken. Zo hadden deze heilige profeten een ernstige begeerte en waren dientengevolge hoogst-ijverig in hun onderzoek naar de genade Gods, welke geopenbaard zou worden in de dagen van den Messias. Dat zij geïnspireerd waren, maakte voor hen ernstig onderzoek niet overbodig, neen, niettegenstaande den buitengewonen bijstand van God, waren zij verplicht gebruik te maken van al de gewone middelen ter vermeerdering van wijsheid en kennis. Daniël was een zeer gewenst en geïnspireerd man, toch kwam hij door onderzoek en het lezen van boeken tot het verstaan van de tekenen der tijden, Daniël 9:2. Zelfs hun eigen open baringen vereisten hun onderzoek, overpeinzing en gebed, want vele profetieën hadden een dubbele betekenis, in de eerste plaats doelden zij op personen of gebeurtenissen van dien tijd, maar in hun diepere betekenis sloegen ze op den persoon, het lijden en het koningschap van Christus.
1. De leer van des mensen zaligmaking door Jezus Christus is het voorwerp van onderzoek en bewondering geweest van de grootste en wijste der mensen, de voortreffelijkheid van het onderwerp en het grote belang, dat zij er bij hadden, spoorden hen aan om met de grootste nauwlettendheid en ernst die zaak te doorzoeken.
2. Een godvruchtige schept groot behagen en voelt veel liefde voor de genade en barmhartigheid Gods voor anderen, zowel als voor hem zelven. De profeten waren grotelijks verblijd over het vooruitzicht van de barmhartigheid, die door de komst van Christus aan Joden en heidenen beiden bewezen zou worden. 3. Zij, die vertrouwd willen worden met die grote zaligheid en de genade, die daarin schittert, moeten haar naarstig en ernstig onder- zoeken, indien dat nodig was voor mensen als de profeten, hoeveel te meer voor ons, die zo zwak en onoordeelkundig zijn.
4. De genade, die in het Evangelie geopenbaard werd, overtrof al het voorafgaande, de bedoeling des Evangelies is heerlijker, duidelijker, verstandelijker, uitgebreider en werkelijker dan enige andere voorafgaande bedeling.
IV. De onderwerpen, welke de oude profeten voornamelijk onderzochten, vinden wij opgenoemd in vers 11. Jezus Christus was het voorname onderwerp van hun onderzoek en naar al wat met Hem in betrekking stond, ondervraagden zij naarstiglijk.
1. Zijne vernedering en Zijn dood, en de heerlijke gevolgen daarvan. Het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende. Dat onderzoek zou hen leiden in een inzicht van het gehele Evangelie, dat samengevat wordt in dit: dat Jezus Christus is overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.
2. De tijd en de wijze, waarin de Messias zou verschijnen. Zonder twijfel begeerden deze heilige profeten ernstig den dag van den Zoon des mensen te zien. en daarom was al hun aandacht gespannen om, na de zaak zelf, in de eerste plaats te onderzoeken wanneer de tijd der vervulling zou aanbreken, zover de Geest van Christus, die in hen was, daaromtrent iets geopenbaard had. De aard der tijden was dus een voorwerp van hun nauwlettende beschouwing, of het een tijd van rust of van woeling, een tijd van vrede of van oorlog zou zijn. Wij leren hieruit:
A. Jezus Christus bestond voor Zijn vleeswording, want Zijn Geest was toen in Zijn profeten, en daarom moest Hij, wiens Geest dat was, toen bestaan.
B. De leer van de Drie-eenheid was aan de gelovigen onder het Oude Testament niet ten enenmale onbekend. De profeten wisten dat zij werden geïnspireerd door den Geest, die in hen was, zij wisten dat die Geest de Geest van Christus was, en dus onderscheiden van Christus zelf, hier is dus een meervoud van personen, en ook uit andere gedeelten van het Oude Testament blijkt de kennis van de Drie-eenheid.
C. De werken, hier aan den Heiligen Geest toegeschreven, bewijzen dat hij God is. Hij beduidde, ontdekte en leerde aan de profeten, en getuigde vele honderden jaren tevoren het lijden, dat op Christus komen zou, met een menigte van bijzondere omstandigheden, die daaraan gepaard zouden gaan. En hij getuigde, gaf bewijs en zekerheid van de gewisheid dier gebeurtenis, door de profeten te inspireren om haar te openbaren, door wonderen te verrichten ter bevestiging van die openbaring, en door de gelovigen instaat te stellen haar te geloven. Deze werken bewijzen dat de Geest van Christus God is, want Hij heeft almachtige kracht en onbeperkte kennis.
D. Leer uit het voorbeeld van Christus een tijd van dienen en lijden te verwachten, alvorens gij de heerlijkheid ontvangen zult. Zo ging het met Hem, en de dienstknecht is niet meer dan zijn Heer. De lijdenstijd is slechts kort, maar de heerlijkheid duurt eeuwig, laat de tijd van lijden scherp en zwaar zijn, dat zal ons niet schaden, want het werkt ons een gans zeer uitnemend gewicht van eeuwige heerlijkheid. V. De goede uitslag, waarmee hun onderzoekingen werden bekroond. Hun heilige pogingen om zich zelven te onderrichten gingen niet verloren, want God gaf hun een openbaring. voldoende om hun zielen te bevredigen en te vertroosten. Hun werd geopenbaard, dat die dingen niet in hun tijd zouden geschieden, maar dat ze toch vast en zeker zouden komen en wel in de tijden der apostelen. Niet zich zelven, maar ons, en wij moeten ze onder de onfeilbare leiding des Heiligen Geestes aan de gehele wereld verkondigen. In welke dingen de engelen begerig zijn in te zien. Wij hebben hier drie soorten van onderzoekers en ondervragers naar de grote zaak van de zaligheid der mensen door Jezus Christus.
1. De profeten, die onderzochten.
2. De apostelen, die al de profetieën raadpleegden en getuigen waren van haar vervulling, en daarna aan anderen door de verkondiging van het Evangelie mededeelden wat zij wisten.
3. De engelen, die met de grootste aandacht naar deze dingen zien.
A. Een ijverig pogen om Christus en onze roeping te leren kennen zal zeker met goeden uitslag bekroond worden. De profeten ontvingen daarop een openbaring. Daniël onderzocht en kreeg een openbaring, de Bereërs onderzochten de Schriften en werden er in bevestigd.
B. De heiligste en beste mensen zien somwijlen hun gewettigde en vrome verzoeken geweigerd. Het was beide gewettigd en godvrezend van deze profeten, dat zij begeerden meer omtrent den tijd van de verschijning van Christus in de wereld te weten dan hun toegestaan was, maar het werd hun geweigerd. Het is gewettigd en goed van godvrezende ouders, dat zij bidden voor hun goddeloze kinderen, van de armen, dat zij bidden tegen hun armoede, van den godvruchtige, dat hij bidt tegen den dood, maar toch worden deze eerlijke vragen hun soms geweigerd. Het behaagt Gode meer aan onze behoeften dan aan onze vragen antwoord te geven.
C. Het is de eer en de praktijk van een Christen, om in vele gevallen meer voor anderen dan voor zich zelven nuttig te zijn. De profeten bedienden aan anderen, niet aan zich zelven. Niemand onzer leeft zich zelven, Romeinen 14:7. Niets is meer tegen de natuur des mensen, vooral tegen de Christelijke beginselen, dan dat iemand zich zich zelven ten doel stelt en voor zich zelven leeft.
D. De openbaringen Gods aan Zijne kerk, ofschoon trapsgewijze en bij gedeelten gegeven, zijn alle geheel voldoende, de leer der profeten en die der apostelen stem men volkomen met elkaar overeen, want zij komen van dezelfden Geest Gods.
E. De kracht van de Evangelische bediening berust op den Heiligen Geest, die van den hemel gezonden is. Het Evangelie is de bedeling des Geestes, het welslagen ervan hangt af van Zijn werkzaamheid en zegen.
F. De verborgenheden van het Evangelie en de wijze van de zaligmaking des mensen zijn zo heerlijk, dat de gezegende engelen ernstig begeren ze in te zien, zij zijn verlangend, ijverig om er in te zien, zij beschouwen het gehele plan van des mensen verlossing met grote aandacht en bewondering, vooral de punten, waarover de apostel gesproken had. In welke dingen de engelen begerig zijn in te zien, gelijk de cherubs voortdurend op het verzoendeksel zagen.