Handelingen 20:13-16
Paulus spoedt zich henen naar Jeruzalem, maar beijvert zich om op den weg derwaarts zo veel mogelijk goed te doen, hoos en parodoo "als het ware ter loops". Hij was te Troas geweest, en had er goed gedaan, en nu doet hij ene soort van reis langs de kust, kooplieden zouden het ene handelsreis noemen, gaande van plaats tot plaats, ongetwijfeld er naar strevende, om elke plaats, die hij bezocht, er beter door te maken, zoals ieder Godvruchtige behoort te doen.
I. Hij zond zijne metgezellen over zee naar Assus, maar zelf wilde hij te voet gaan, vers 13. Hij had bij zich zelven besloten, dat, hoe men hem ook zou dringen tot het tegendeel, of men, hetzij zijne geriefelijkheid of zijn "fatsoen", of de geriefelijkheid van een schip, dat juist zeilree lag, of het gezelschap zijner vrienden bij hem zou aanvoeren, hij te voet naar Assus zou gaan. Nu was de landweg, dien Paulus koos, wel korter, maar de ouden hebben er reeds van gewaagd, dat het een zeer ruwe weg was, (Homerus. Iliade 6, en Eustathius in zijne kanttekeningen op hem, zeggen, dat het genoeg was om iemand te doden om te voet naar Assus te gaan, Lorin, in Locum.) Toch heeft Paulus dien weg willen gaan.
1. Ten einde op weg zijne vrienden te bezoeken, en goed onder hen te doen, hetzij door zondaren tot bekering te brengen, of de heiligen te stichten, en zijn groot werk voort te zetten. Of:
2. Om zich te harden tegen ontbering, en zich niet in gemakzucht toe te geven. Aldus wilde hij door vrijwillige zelfverloochening zijn lichaam bedwingen en het tot dienstbaarheid brengen, ten einde zijn lijden voor Christus, als hij er toe geroepen zou worden, des te gemakkelijker te kunnen dragen, 2 Timotheus 2:3. Wij moeten er ons aan gewennen ons zelven te verloochenen.
II. Te Assus scheepte hij zich in met zijne vrienden. Daar namen zij hem in, want hij had toen genoeg van zijne wandeling, en wilde wel van de andere manier van reizen gebruik maken, of wellicht kon hij niet verder over land gaan, en was hij genoodzaakt om over zee te gaan. Toen Christus Zijne discipelen wegzond in het schip, en zelf achterbleef, is Hij toch tot hen gekomen, en klom tot hen in, Markus 6:45, 51.
III. Hij spoedde zich henen naar Jeruzalem. Zijn schip voer voorbij Chios, vers 15, legde aan te Samos (dit waren aanzienlijke plaatsen, waarvan door Griekse dichters en geschiedschrijvers gewag wordt gemaakt.) Zij bleven ene wijle te Trogyllium, de zeehaven na die van Samos, en den volgenden dag kwamen zij te Milete, de zeehaven, die dicht bij Efeziërs was gelegen, want, vers 16, hij had besloten ditmaal niet naar Efeziërs te gaan, want hij zou daar niet heen kunnen gaan zonder door zijne vrienden gedrongen te worden-en hun aandringen zou hij niet kunnen weerstaan-om enigen tijd bij hen te blijven, en daar hij besloten was niet te blijven, wilde hij zich niet in verzoeking begeven om wèl te blijven, want hij spoedde zich, om (zo het hem mogelijk was) op den Pinksterdag te Jeruzalem te zijn. Hij was vier of vijf jaren te voren te Jeruzalem geweest, Hoofdstuk 18:21, 22, en nu begaf hij zich weer derwaarts om zijne voortdurende achting te betonen aan de gemeente aldaar, waarmee hij zorgde in gemeenschap te blijven, opdat men niet zou denken, dat hij er door zijne opdracht om onder de Heidenen te prediken, van vervreemd was. Hij wilde er op het Pinksterfeest zijn, omdat dit een tijd was van veel toeloop te Jeruzalem, hetgeen hem de gelegenheid kon geven om het Evangelie te verbreiden onder de Joden en Jodengenoten, die van alle kanten kwamen om op het feest te aanbidden, en het Pinksterfeest had door de uitstorting des Geestes op dien dag onder de Christenen ene bijzondere vermaardheid verkregen. Mensen van zaken moeten zich (met onderwerping aan Gods voorzienigheid) vaste tijden stellen en doen wat zij kunnen om er zich aan te houden, hetgeen zeer bevorderlijk zal zijn aan de bespoediging er van, datgene het eerst doende wat wij achten het nodigste te zijn, en er ons niet van te laten afleiden. Het is een genoegen voor ons om met onze vrienden te zijn, het geeft ons vermaak en afleiding, niets meer, maar wij moeten er niet door afgeleid worden van ons werk. Als Paulus ene roeping heeft te volbrengen te Jeruzalem, zal hij niet den tijd verbeuzelen in Azië, hoewel hij daar meer en betere vrienden had. Hier is de wereld niet, waarin wij bij elkaar kunnen blijven, dit hopen wij in de andere wereld wèl te kunnen.