Deuteronomium 34:5-8
I. Hier is de dood van Mozes, vers 5. Alzo stierf Mozes de knecht des Heeren. God had hem gezegd dat hij niet over de Jordaan mocht gaan, en hoewel hij in het eerst ernstig om de herroeping van dit vonnis heeft gebeden, was toch Gods antwoord op zijn gebed hem genoeg en nu sprak hij niet meer van deze zaak, Hoofdstuk 3:26. Zo heeft onze gezegende Heiland gebeden dat de drinkbeker van Hem voorbij mocht gaan, maar, daar dit niet kon, heeft Hij berust met: Vader, Uw wil geschiede. Mozes had reden om te begeren nog een tijdje in de wereld te leven. Wel is waar, hij was oud, maar hij had de dagen van de jaren des levens van zijn vaderen nog niet bereist. Zijn vader Amram is honderd zeven en dertig jaren oud geworden, zijn grootvader Kehath honderd drie en dertig, zijn overgrootvader Levi honderd zeven en dertig, Exodus 6:16-20. En waarom moest Mozes, wiens leven nuttiger was dan dat van een hunner, op honderd en twintig jarige leeftijd sterven, daar hij toch het verval van de ouderdom niet bespeurde, maar even geschikt was tot de dienst als ooit tevoren? Israël kon hem toen node missen, zijn leiding en zijn gemeenschapsoefening met God zouden even gelukkig en gewenst voor hen zijn bij de verovering van Kanaän, als de kloekmoedigheid en het beleid van Jozua. Het was hard voor Mozes zelf, om na al de vermoeienissen van de woestijn te hebben doorstaan, belet te worden om de genoegens van Kanaän te smaken, na de last en de hitte des daags te hebben gedragen, de eer van het werk te voleindigen aan een ander te moeten afstaan, en dat wel niet aan zijn zoon, maar aan zijn dienaar, die moet ingaan tot zijn arbeid, wij kunnen veronderstellen, dat dit voor vlees en bloed niet aangenaam was. Maar de man Mozes was zeer zachtmoedig, God wil het aldus, en goedsmoeds onderwerpt hij zich.
1. Hij wordt hier de knecht des Heeren genoemd, niet slechts als Godvruchtige, al Gods heiligen zijn Zijn knechten, maar als een uitnemend en nuttig man, die Gods raad had gediend in Israël uit te voeren uit Egypte, en hen door de woestijn te leiden. Het was grotere eer voor hem om de knecht des Heeren dan om koning in Jeschurun te zijn.
2. Maar toch, hij sterft. Noch zijn Godsvrucht, noch zijn nuttige dienst en arbeid zullen hem vrijwaren tegen de dood. Gods dienstknechten moeten sterven, opdat zij rusten van hun arbeid, hun loon ontvangen, en plaats maken voor anderen. Als Gods dienstknechten worden weggenomen, Hem niet langer moeten dienen op aarde, dan gaan zij Hem beter dienen, Hem dag en nacht dienen in Zijn tempel.
3. Hij sterft in het land van Moab, buiten Kanaän, toen hij en zijn volk nog in ongevestigde toestand waren, nog niet waren ingegaan tot hun rust. In het hemelse Kanaän zal geen dood meer zijn.
4. Hij sterft aan de mond des Heeren, zoals de betekenis is van de woorden. De Joden zeggen: "met een kus van Gods mond". Ongetwijfeld is hij kalm en zacht ontslapen (het was een euthanasia, een begerenswaardige dood. Er waren geen banden tot zijn dood, en hij smaakte de liefde zijns Gods in zijn dood. Maar dat hij stierf naar de mond des Heeren betekent niets meer dan dat hij stierf in onderworpenheid aan de wil van God. Als de dienstknechten des Heeren al hun ander werk verricht hebben, dan moeten zij ten laatste in gehoorzaamheid aan hun Meester sterven, en bereid zijn naar huis te gaan, wanneer Hij hen ook roept, Handelingen 21:13.
II. Zijn begrafenis, vers 6. Het is een ongegronde waan van sommigen van de Joden, dat Mozes, evenals Elia, weggenomen werd in de hemel, want er is uitdrukkelijk gezegd: hij stierf en was begraven, maar waarschijnlijk is hij opgewekt om met Elia getuige te zijn van Christus' verheerlijking op de berg.
1. God zelf begroef hem, namelijk door de dienst van de engelen, die zijn begrafenis wel stil en in het verborgen, maar toch zeer statig en luisterrijk volbrachten. God draagt zorg voor de dode lichamen van Zijn dienstknechten, gelijk hun dood Hem kostelijk is, zo is ook hun stof Hem kostelijk, geen greintje er van zal verloren gaan, het verbond er mee zal herdacht worden. Toen Mozes dood was, heeft God hem begraven, toen Christus dood was, heeft God Hem opgewekt, want de wet van Mozes moest een einde nemen, maar niet het Evangelie van Christus. De gelovigen zijn der wet gedood, opdat zij eens anderen zouden worden namelijk desgenen, die van de doden opgewekt is Romeinen 7:4. Het schijnt dat Michaël, dat is Christus (naar sommigen denken) Mozes heeft begraven, want door Hem zijn de Mozaïsche inzettingen teniet gedaan, aan Zijn kruis genageld, en begraven in Zijn graf, Colossenzen 2:14.
2. Hij werd begraven in een dal tegenover Beth-Peor. Hoe gemakkelijk zouden de engelen, die hem begroeven, hem over de Jordaan gevoerd kunnen hebben, en hem bij de aartsvaders in de spelonk van Machpela hebben begraven! Maar wij moeten leren niet al te veel bezorgd te zijn ten opzichte van de plaats waar wij begraven worden, indien de ziel rust bij God, dan doet het er niet heel veel toe waar het lichaam rust. Eén van de Chaldeeuwse paraphrasten zegt: Hij was begraven tegenover Beth-Peor, opdat wanneer Baäl-Peor ook mocht roemen, dat de Israëlieten aan hem gekoppeld waren, het graf van Mozes tegenover zijn tempel hem een bestraffing zou zijn.
3. De bijzondere plaats er van was niet bekend, opdat de kinderen Israëls, die zozeer geneigd waren tot afgoderij, het dode lichaam van Mozes, de grote stichter en weldoener van hun volk, niet opgegraven, zorgvuldig bewaard en aangebeden zouden hebben. Het is waar, onder alle voorbeelden van hun afgoderij, lezen wij niet dat zij ooit reliquieën hebben aangebeden, waarvan de reden misschien was dat zij, aldus belet zijnde Mozes te aanbidden, zich zouden schamen om iemand anders te aanbidden. Sommigen van de Joodse schrijvers zeggen dat het lichaam van Mozes verborgen werd, opdat de tovenaars, die de doden vroegen, hem niet zouden ontrusten, zoals de tovenares van Endor Samuël ontrust heeft hem doende opkomen, God wilde de naam en de gedachtenis van Zijn knecht Mozes niet aldus laten misbruiken. Velen denken dat dit de twist was tussen Michaël en de duivel om het lichaam van Mozes, vermeld in Judas 9. De duivel wilde de plaats bekendmaken, teneinde haar een strik te doen zijn voor het volk en Michaël wilde het hem niet toelaten. Diegenen dus, die Goddelijke eer bewijzen aan de overblijfselen (reliquieën) van gestorven heiligen, houden het met de duivel tegen onze Vorst.
III. Zijn ouderdom, vers 7. Zijn leven was verlengd:
1. Tot hoge ouderdom. Hij was honderd en twintig jaren oud, zodat hij wel niet de hoge leeftijd van de patriarchen bereikte, maar toch veel ouder is geworden dan de meesten van zijn tijdgenoten, want de gewone leeftijd van de mens was nu onlangs op zeventig jaren teruggebracht, Psalm 90:10. De jaren van Mozes' leven waren drie veertigtallen, de eerste veertig bracht hij door als een hoveling in welgesteldheld en eer aan het hof van Farao, het tweede veertigtal bracht hij door als een arme, eenzame herder in Midian, in het derde veertigtal was hij koning in Jeschurun, in eer en macht, maar bezwaard en belast met zeer veel zorg en moeite, zo veranderlijk is de wereld, waarin wij leven en zozeer zijn goed en kwaad er in vermengd, de wereld voor ons is onvermengd en onveranderlijk. 2. Tot een goede ouderdom. Zijn oog was niet verdonkerd, zoals dat van Izak, Genesis 27:1, en dat van Jakob, Genesis 48:10. Ook was zijn kracht niet vergaan, er was geen verval van lichaamskracht, noch een afneming van geestvermogens, hij kon nog evengoed spreken, en schrijven en lopen als ooit tevoren, zijn verstand was nog even helder en zijn geheugen even sterk als altijd. "Zijn gelaat was niet gerimpeld", zeggen sommigen van de Joodse schrijvers, hij had nooit een tand verloren", zeggen anderen, en velen van hen zeggen, dat het glinsteren van het vel zijns aangezichts Exodus 34:30, tot het laatste toe geduurd heeft. Dit was de algemene beloning voor zijn diensten, en het was inzonderheid de uitwerking van zijn buitengewone zachtmoedigheid, want dat is een genadegave, die evenzeer als iedere andere medicijn voor de navel en een bevochtiging voor de beenderen is. Hoewel de veroordelende kracht van de wet door Mozes gegeven, voor de gelovigen teniet is gedaan blijven de geboden toch nog bindend, en zullen dit zijn tot aan het einde van de wereld, van deze is het oog niet verdonkerd, want zij zullen de gedachten en bedoelingen des harten onderscheiden, ook is hun kracht van verplichting niet vergaan, wij zijn nog onder de wet van Christus.
IV. Het plechtig rouwbedrijf over hem, vers 8. Het is een plicht jegens de blijvende eer van overleden voorname personen, om hen te volgen met onze tranen, als degenen die hen liefhadden en waardeerden, en hun verlies gevoelen, en waarlijk verootmoedigd zijn wegens de zonden die God er toe gebracht hebben om hen van ons weg te nemen, want boetvaardige tranen werden zeer gepast met deze vermengd.
1.Merk op wie de rouwbedrijvenden waren: de kinderen Israëls, allen verenigden zich en namen deel aan de plechtigheid, waarin die dan ook bestond, hoewel sommigen onder hen misschien, die ontevreden waren op zijn bestuur, slechts in schijn rouw bedreven. Toch kunnen wij veronderstellen dat degenen onder hen waren, die vroeger met hem hadden getwist, zijn bestuur hadden afgekeurd, en wellicht tot hen hadden behoord, die er van spraken hem te stenigen, maar nu hij van hen weggenomen was, zijn verlies gevoelden en van harte betreurden, ofschoon zij hem niet hadden weten te waarderen terwijl hij in hun midden was. Zo werden de murmureerders er toe gebracht de lering aan te nemen, Jesaja 29:24. Het verlies van goede mensen, inzonderheid van goede regeerders, is zeer te betreuren, en moet ter harte worden genomen, diegenen zijn wel stompzinnig, die er onverschillig voor zijn.
2. Hoelang zij rouw bedreven: dertig dagen, zolang heeft die plechtigheid geduurd, en wij kunnen veronderstellen dat er sommigen onder hen waren, in wier hart de rouw veel langer duurde. Maar het voleindigen van de dagen des wenens van de rouw over Mozes is een wenk voor ons om, hoe zwaar het verlies ook zij,, dat wij hebben geleden, ons toch niet over te geven aan altijd durende smart, wij moeten de wond mettertijd laten genezen. Als wij hopen juichende naar de hemel te zullen gaan, waarom zouden wij er dan toe besluiten om rouw dragende naar het graf te gaan? De ceremoniële wet van Mozes is dood en begraven in het graf van Christus, maar de Joden hebben de dagen van hun rouw er om nog niet voleindigd.