Deuteronomium 6:1-3
Merk hier op:
1. Dat Mozes het volk leerde al datgene en datgene alleen hetwelk God hem geboden heeft hen te leren, vers 1. Zo moeten Christus' dienstknechten aan Zijn kerken leren alles wat Hij hen geboden heeft, niet meer en niet minder, Mattheus 28:19.
2. Dat het doel van hun onderwezen zijn was, dat zij zouden doen wat hun geleerd was, vers 1, dat zij de inzettingen Gods zullen houden, vers 2, zullen waarnemen om ze te doen, vers 3. Goed onderwijs van ouders en leraren zal onze veroordeling slechts verzwaren, indien wij er niet naar leven.
3. Dat Mozes zorgzaam poogt hen voor God en Godsdienst te doen kiezen nu zij Kanaän zullen binnengaan, ten einde toebereid te zijn voor het goede van dit land, en versterkt te zijn tegen de strikken en verzoekingen er van, en opdat zij, de wereld intredende, er wèl toegerust zouden intreden.
4. Dat de vreze Gods in het hart het krachtigste beginsel van gehoorzaamheid zal zijn, vers 2. Opdat gij de Heere, uw God, vreest, om te houden al Zijn inzettingen.
5. Dat het bezit van Godsdienst voor een gezin of een land de beste bezitting is. Het is ten hoogste wenselijk, dat niet alleen wij maar ook onze kinderen en kindskinderen de Heere vrezen.
6. Godsdienst en gerechtigheid bevorderen en beveiligen de voorspoed van ieder volk. Vrees God, en het zal wel met u wezen. Zij, die goed onderwezen zijn en doen wat hen geleerd is, zullen ook goed gevoed worden, zoals Israël in het land, dat van melk en honing is vloeiende, vers 3.