1 Samuël 25:36-44
Thans hebben wij Nabals dood en Abigails bruiloft bij te wonen.
I. Nabals dood. De apostel spreekt van sommigen, die "tweemaal verstorven zijn", Judas: 12. Hier hebben wij Nabal "driemaal" verstorven, hoewel hij nog pas wonderbaarlijk voor Davids zwaard was behoed, en van zo groot een dood verlost was, want de bewaring van goddeloze mensen is slechts een bewaren van hen voor zwaardere slagen van de toorn Gods. Hier is:
1. Nabal dood in dronkenschap, vers 26. Abigail kwam thuis, het schijnt dat hij zoveel lieden om zich heen had, en door zo grote overvloed was omringd, dat hij noch haar, noch de levensmiddelen die zij David gebracht heeft, heeft gemist. Zij vond hem temidden van zijn vrolijkheid, weinig denkende hoe nabij zijn verderf hij was door iemand die hij dwaselijk tot zijn vijand had gemaakt. Zondaren zijn dikwijls het meest gerust als zij het meest in gevaar zijn, en het verderf aan de deur is.
Merk op:
a. Hoe buitensporig hij was in het onthaal van zijn gezelschap. Hij had een maaltijd in zijn huis als eens konings maaltijd, zo prachtig en zo overvloedig, hoewel zijn gasten slechts zijn schaapscheerders waren.
Deze overvloed zou geoorloofd kunnen zijn, indien hij had bedacht waarvoor God hem zijn bezitting had gegeven, niet om er een groot aanzien door te hebben, maar om er goed mee te doen.
Het is iets geheel gewoons, dat zij, die het karigst zijn waar het werken van Godsvrucht of barmhartigheid geldt, het meest verkwistend zijn, als het geldt aan hun eigen grillen of boze lusten te voldoen.
Aan God en Zijn armen wordt een penningske misgund, maar om een schoon gelaat te tonen naar het vlees, wordt het goud uit de beurs verkwist.
Indien Nabal niet had beantwoord aan zijn naam, hij zou nooit zo gerust en vrolijk hebben kunnen zijn vóór hij onderzocht had of hij wel veilig was voor Davids toorn, maar zo dwaas zijn vleselijkgezinde mensen, zegt bisschop Hall, dat zij zich aan hun genoegens overgeven, eer zij er voor hebben zorggedragen om vrede te hebben met God.
b. Hoe dwaas hij was in het toegeven aan zijn dierlijke lusten:
Nabal was zeer dronken. Een teken, dat hij Nabal, een dwaas was, dat hij zijn overvloed niet kon gebruiken zonder hem te misbruiken, niet met zijn vrienden vrolijk kon zijn zonder zich tot een beest te maken.
Er is geen stelliger teken dat een man weinig verstard heeft, en geen zekerder middel om het weinige dat hij heeft ten verderve te brengen dan overmatig drinken. Nabal, die nooit dacht te weinig te kunnen uitgeven voor liefdadige doeleinden heeft nooit gedacht dat hij te veel kon uitgeven voor weelde en overdaad. Abigail, hem in die toestand vindende, (en die hem omgaven waarschijnlijk in weinig betere toestand, daar de heer des huizes hun zo slecht een voorbeeld gaf) had zij genoeg te doen om in het verwarde huisgezin de orde een weinig te herstellen, maar zei aan Nabal niets van hetgeen zij gedaan had met betrekking tot David, niets van zijn dwaasheid om David tot toorn te verwekken, noch van zijn redding, want dronken zijnde, was hij niet instaat om naar rede te luisteren.
Goede raad te geven aan hen, die dronken zijn, dat is paarlen voor de zwijnen te werpen. Het is beter te wachten totdat zij weer sober zijn.
2. Nabal dood in droefgeestigheid, vers 37. Toen hij de volgende morgen een weinig tot zichzelf was gekomen, zei zijn vrouw hem, dat hij zijn gezin door zijn lompheid bijna in het verderf heeft gestort, en dat zij met grote moeite tussenbeiden was getreden om het te verhinderen, en Toen bestierf zijn hart in het binnenste van hem, en hij werd als een steen.
Sommigen opperen de mening, dat de onkosten, die gemaakt waren om David te bevredigen in het geschenk, dat Abigail hem bracht, hem het hart hebben gebroken, maar het schijnt veeleer dat het besef dat hij nu kreeg van het gevaar, waaraan hij zo ternauwernood was ontkomen, hem in die ontsteltenis heeft doen komen, hem zo heeft aangegrepen dat hij er zich niet van kon herstellen.
Hij werd naargeestig, sprak weinig, was beschaamd over zijn dwaasheid tegenover de wijsheid van zijn vrouw. Hoe is hij veranderd! Gisteravond was zijn hart vrolijk van de wijn, vanmorgen is hij als een steen, zo bedrieglijk zijn vleselijke genoegens, zo voorbijgaand is het lachen van de dwaas, het laatste van die blijdschap is droefheid.
Dronkaards zijn soms treurig, als zij nadenken over hun dwaasheid. Blijdschap in God maakt het hart altijd licht. Abigail heeft door haar wijze redeneringen Nabal nooit tot bekering kunnen brengen, maar door haar getrouwe bestraffing brengt zij hem nu tot wanhoop.
3. Nabal ten laatste in werkelijkheid dood. Omtrent na tien dagen, zolang onder die druk en die pijn geweest zijnde, zo sloeg de HEERE Nabal, dat hij stierf , vers 38, en het schijnt dat hij nooit meer zijn hoofd heeft opgehouden.
Het is rechtvaardig in God, zegt bisschop Hall dat zij, die leven zonder genade, sterven zonder vertroosting, en wij kunnen ook niets beters verwachten als wij voortgaan in onze zonden. Er wordt geen rouw bedreven over Nabal, hij ging heen zonder betreurd te zijn, ieder wenste dat het land nooit groter verlies mocht lijden. Toen David de tijding vernam van zijn dood, heeft hij er God voor gedankt, vers 39. Hij zegende God:
a. Omdat Hij hem bewaard heeft hem te doden. Gezegend zij de HEERE, die Zijn knecht heeft onthouden van het kwade. Hij was blij dat Nabal een natuurlijke dood gestorven is en niet door zijn hand. Wij moeten alle gelegenheden gebruiken om Gods goedheid jegens ons groot te maken, waarmee Hij ons voor zonde bewaard heeft.
b. Dat Hij het werk in Zijn eigen handen heeft genomen, en Davids eer had gewroken, hem niet ongestraft heeft gelaten, die hem beledigd had. Hierdoor zal zijn invloed worden bevestigd, en allen zullen ontzag voor hem hebben, als een man, voor wie God streed. c. Dat Hij hem en alle anderen hierdoor bemoedigd had om hun zaak aan God over te geven, als zij op de een of andere wijze geschaad of beledigd worden met de verzekering dat Hij hen op Zijn tijd recht zal laten wedervaren, zo zij stilzwijgen en het alles aan Hem overgeven.
II.Abigails huwelijk. David was zo bekoord door haar schoonheid en haar ongemene wijsheid en bekwaamheid, dat hij, na vernomen te hebben dat zij weduwe was haar zodra het betaamde zijn genegenheid voor haar bekendmaakte, vers 39, niet twijfelende of zij, die zich zo goed een huisvrouw had betoond voor zo slecht een man als Nabal was, voor hem nog veel meer een goede echtgenote zou zijn, en haar achting voor hem opgemerkt hebbende, en haar vast geloof dat hij op de troon zal komen,
1. Liet hij door een gevolmachtigde om haar hand verzoeken, daar zijn zaken hem wellicht niet toelieten om zelf te komen.
2. Ontving zij zijn aanzoek met grote zedigheid en nederigheid, vers 41, zichzelve die eer onwaardig achtende, maar zo'n eerbied voor hem hebbende, dat zij gaarne een van de geringste dienstmaagden wilde zijn in zijn gezin, om de voeten van zijn dienstknechten te wassen. Niemand is zo geschikt om verhoogd te worden, als zij, die zichzelf aldus kunnen vernederen.
3. Stemde zij in met het voorstel, vertrok met zijn boden, nam een gevolg mee overeenkomstig haar rang, en werd zij hem ter huisvrouw, vers 42. Zij heeft hem zijn tegenwoordige moeilijkheden niet verweten, maar waardeerde hem:
a. Omdat zij wist, dat hij een zeer goed man was.
b. Omdat zij geloofde, dat hij ter bestemder tijd een zeer groot man zou worden, zij huwde hem in het geloof niet twijfelende of, hoewel hij thans geen huis bezat, waar hij haar durfde heenbrengen, Gods belofte aan hem ten laatste toch vervuld zou worden. Zo moeten zij, die zich met Christus verbinden, bereid zijn om thans met Hem te lijden, gelovende dat zij hiernamaals met Hem zullen heersen.
Eindelijk. Bij deze gelegenheid hebben wij een bericht van Davids vrouwen.
1. Een, die hij had verloren voordat hij Abigail huwde, Michal, Sauls dochter, zijn eerste vrouw, de huisvrouw van zijn jeugd, aan wie hij trouw gebleven zou zijn indien zij hem trouw was gebleven, maar Saul had haar aan een ander gegeven, vers 44, ten teken van zijn misnoegen jegens hem, zijn betrekking als schoonvader van zich afwerpende.
2. Een andere, die hij behalve Abigail heeft gehuwd, vers 43,
en-naar het schijnt-voordat hij haar huwde, want in Hoofdstuk 27:3 wordt zij het eerst genoemd. David was vervoerd door de verdorven zeden van die tijd, maar vanaf het begin is het niet zo geweest, en zo is het ook nu niet, nu de Messias gekomen is en de tijd van de verbetering, Mattheus 19:4, 5. Misschien is David doordat Saul hem van zijn enige wettige vrouw beroofd heeft, tot die onregelmatigheid gekomen, want is de band van de huwelijksliefde eens losgemaakt dan is het slechts zelden, dat hij weer toegehaald wordt.
Toen David zijn eerste vrouw niet kon behouden, dacht hij dat dit hem vrijstelde van zich aan de tweede te houden. Maar wij bedriegen ons als wij denken van de fouten van anderen een dekmantel te maken, om er onze eigen fouten mee te bedekken.