1 Samuël 19:11-17
I. Hier is Sauls verdere kwade bedoeling tegen David. Toen hij aan de werpspies was ontkomen, onderstelde Saul dat hij regelrecht naar zijn eigen huis zou gaan, dat hij ook gedaan heeft, en nu zond hij enige van zijn wachten, om in hinderlaag te liggen aan zijn deur, en hem des morgens, zodra hij uit zijn huis kwam te vermoorden, vers 11.
Josephus zegt dat de bedoeling was hem te grijpen, en hem in allerijl voor een gerechtshof te brengen, dat bevel had ontvangen hem ter dood te veroordelen als een verrader, en het vonnis terstond te laten voltrekken, maar hier wordt ons gezegd, dat men sneller met hem te werk wilde gaan, zij hadden bevel ontvangen hem te doden.
Wel mocht David klagen dat zijn vijanden mannen des bloeds waren, zoals hij doet in de psalm, die hij in die tijd en bij deze gelegenheid gedicht heeft, Psalm 59, toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden om hem te doden. Zie vers 2, 3 en 7. Hij klaagt dat zwaarden op hun lippen zijn, vers 8.
II. Davids wondervolle verlossing uit dat gevaar. Michal was er het middel toe, die Saul hem gegeven had om hem ten valstrik te zijn, maar die zijn beschermster en hulp bleek te wezen, de duivel schiet zich dikwijls met zijn eigen boog voorbij.
Hoe Michal het te weten kwam dat hij in gevaar was, blijkt niet, misschien was haar bericht gezonden van het hof, of liever, zij bespeurde, toen zij zich ter ruste wilde begeven, de wachten om het huis, hoewel zij zich stil en rustig hielden, zodat zij zeiden: wie hoort het? zoals David opmerkt in vers 8 van die psalm.
Haars vaders heftigen toorn tegen David kennende, vermoedde zij dadelijk wat de bedoeling was, en heeft zij voor de veiligheid haars mans gezorgd.
1. Zij kreeg David buiten gevaar. Zij zei hem hoe nabij het gevaar was, vers 11. Indien gij uw ziel dezen nacht niet behoedt, zo zult gij morgen gedood worden.
Zij zei hem, gelijk Josephus het omschrijft, dat, zo de zon hem de volgenden morgen daar zag, zij hem nooit meer zien zou, en toen heeft zij hem doen ontkomen.
David zelf was meer ervaren in de kunst van vechten dan van vluchten, en, zo het wettig voor hem ware geweest, hij zou zijn huis met zijn zwaard hebben kunnen zuiveren van hen, die het omsingelden, maar Michal liet hem neder, en hij ging heen, en vluchtte, en ontkwam. vers 12, daar alle deuren bewaakt werden, en zo vluchtte hij en ontkwam.
En nu was het, dat hij, hetzij in zijn eigen binnenkamer vóór hij vertrok, of in de schuilplaats waar hij heen gevlucht is, die negen en vijftigsten psalm schreef, die aantoont, dat hij in zijn haast en schrik toch kalm van geest was, en dat in dit grote gevaar zijn geloof in God even sterk en vast was, en terwijl het plan was hem des morgens te doden, spreekt hij met de grootste verzekerdheid, en zegt: "Maar ik zal Uw sterkte zingen, en des morgens Uw goedertierenheid vrolijk roemen, omdat Gij mij een Hoog Vertrek zijt geweest, en een Toevlucht ten dage, als mij bange was". vers 17. 2. Zij gebruikte een list om Saul en hen, die hij als werktuigen van zijn wreedheid gebruikte, te misleiden. Toen des morgens de deuren van het huis geopend werden, en David niet verscheen, hebben de boden huiszoeking naar hem gedaan.
Maar Michal zei hun dat hij ziek te bed lag, vers 14, en zo zij haar niet geloven wilden, dan konden zij zelf hem gaan zien, vers 13, want zij had een stenen beeld in het bed gelegd, en het goed en warm toegedekt, alsof het David was, die sliep en niet in een toestand was om met hem te kunnen spreken.
Het geitehaar aan het beeld moest op Davids haar gelijken, ten einde hen zoveel gemakkelijker te misleiden. Michal kan niet verontschuldigd worden wegens haar liegen, en haar leugentaal aldus door bedrog te bedekken,
Gods waarheid had haar leugen niet nodig, maar zij bedoelde er mee Saul enigen tijd in onzekerheid te houden, ten einde aan David de tijd te geven om in veiligheid te komen, niet twijfelende of de boden zouden hem vervolgen, indien zij wisten dat hij weggegaan was. De boden waren menselijk genoeg om hem niet te storen, toen zij hoorden dat hij ziek was, want aan hen, die in deze ellende zijn, moet medelijden betoond worden, maar Saul heeft, toen hij het hoorde, stellige orders gegeven om hem ziek, of niet ziek tot hem te brengen, vers 15.
Breng hem op het bed tot mij op, dat men hem dode. Het was laag en wreed, aldus over een krenken mens te triumferen, en de dood te zweren aan iemand, die, voorzoveel hij wist, stervende was door de hand van de natuur.
Zo gretig dorstte hij naar zijn bloed, en zo fel was zijn wraakzucht, dat hij niet tevreden kon wezen of hij moet zelf hem de dood geven, of schoon hij kort geleden gezegd had: laat mijne hand niet tegen hem zijn.
Zo worden de mensen als zij aan hun hartstochten de vrijen teugel vieren, al meer en meer gewelddadig. Toen de boden weer naar zijn huis gezonden werden, werd het bedrog ontdekt, vers 16.
Maar nu kon men hopen dat David in veiligheid was, en daarom was Michal niet zeer bekommerd om de ontdekking. Saul bestrafte haar omdat zij David geholpen had te ontvluchten, vers 17.
Waarom hebt gij mij alzo bedrogen? Welk een laag karakter had Saul, dat hij kon verwachten dat Michal, omdat zij zijn dochter was, daarom haar echtgenoot aan hem moest verraden en onrechtvaardig overleveren! Moest zij niet haar vader en haar vaders huis verlaten en vergeten om haar echtgenoot aan te hangen?
Zij, die zelf door geen banden van rede of Godsdienst gehouden willen worden, zijn altijd bereid te denken, dat ook anderen die banden even gemakkelijk afschudden.
In antwoord op Sauls bestraffing is Michal niet zo in zorg voor de goede naam haar echtgenote, als zij voor zijn persoon, zijn leven, geweest is, toen zij tot haar verontschuldiging inbracht: Hij zeide tot mij: Laat mij gaan, waarom zou ik u doden? Gelijk haar voorgeven, dat zij zijn vlucht had willen verhinderen, vals was, (zij was het, die hem aanried te vluchten, en hem er bij behulpzaam was) zo was het ook een onrechtvaardige onwaardige blaam op hem, toen zij te kennen gaf, dat hij dreigde haar te zullen doden als zij hem niet wilde laten gaan, en wel geschikt om Saul in zijn woede tegen hem te versterken.
David was alles behalve zo wreed een man, en zo tiranniek een echtgenoot, zo woest en ongevoelig in zijn besluiten en zo trots in zijn bedreigingen, als zij hem hier voorstelde.
Maar David heeft zowel van vrienden als van vijanden geleden, en zo was het ook met de Zone Davids.