1 Samuël 18:1-5
David was gezalfd voor de kroon, om haar uit de hand van Saul en met voorbijgang van Jonathan te nemen, en toch bevinden wij hier:
I. Dat Saul, die nu de kroon in bezit had vertrouwen in hem stelde. God heeft dit aldus beschikt, opdat hij door zijn bevordering aan het hof voor toekomstige diensten toebereid zou worden. Saul nam hem nu mee naar huls en wilde hem niet toelaten zich weer in afzondering terug te trekken, vers 2..
En daar David zich boven de krijgslieden had onderscheiden door de uitdaging aan te nemen, waarvoor zij terugdeinsden, heeft Saul hem over de krijgslieden gesteld, vers 5, niet dat hij hem tot generaal benoemde, die post had Abner, maar misschien tot kapitein van de lijfwacht, of hij gaf bevel dat hij, hoewel hij de jongste was, ter beloning van zijn grote diensten, de voorrang zou hebben boven de anderen.
Hij gebruikte hem in de zaken van de regering. En David toog uit, overal, waar Saul hem zond, zich even gehoorzaam betonende als kloekmoedig. Zij, die hopen te heersen, moeten eerst leren gehoorzamen. Hij had zich als een gehoorzaam zoon betoond voor Isai, zijn vader, en nu als een gehoorzaam dienaar voor Saul, zijn meester. Van hen, die goed zijn in de ene betrekking, kan men hopen, dat zij het ook in een andere zullen wezen.
II. Jonathan, die erfgenaam was van de kroon, ging een verbond met hem aan. God beschikte het zo, dat zijn weg des te meer geëffend zou worden, doordat zijn mededinger zijn vriend was.
1. Jonathan vatte een buitengewone genegenheid en vriendschap voor hem op, vers 1.
Toen hij geëindigd had tot Saul te spreken, kreeg hij hem lief. Of dit ziet op zijn spreken tot Saul vóór de strijd, Hoofdstuk 17:34-37, of daarna vers 58, toen waarschijnlijk veel meer gezegd was, dan hier staat aangetekend, is onzeker.
Maar beide malen heeft David zich met zoveel wijsheid, bescheidenheid en Godsvrucht uitgedrukt, en met zo gelukkig een spraakwending, met zoveel stoutmoedigheid, en toch met zoveel zachtheid en lieflijkheid, en dit alles op zo natuurlijke, ongekunstelde wijze, zoveel temeer verrassend wegens geringe opvoeding en voorkomen, dat de ziel van Jonathan onmiddellijk verbonden werd aan de ziel van David Jonathan had vroeger het Filistijnse leger aangevallen met hetzelfde geloof en dezelfde kloekmoedigheid als waarmee David nu de reus was aangevallen, zodat er tussen hen een zeer treffende gelijkenis was van neiging en gezindheid en overleg, hetgeen hun hart zo gemakkelijk aan elkaar verbond, zo snel en zo innig, dat het was, alsof er slechts een ziel in die twee lichamen huisvestte.
Niemand had zoveel reden als Jonathan om David met ongunstige blikken aan te zien, omdat hij hem van de kroon weerde, en toch heeft niemand hem meer lief. Zij, die in hun genegenheid geleid worden door beginselen van wijsheid en genade, zullen haar niet laten vervreemd worden door wereldlijke belangen of overwegingen, de grotere gedachten zullen de kleinere verdringen en tenietdoen. 2. Hij getuigde van zijn liefde voor David door een edelmoedig geschenk, vers 4. Het hinderde hem zo groot een ziel, hoewel gehuisvest in zo schoon lichaam, toch als vermomd te zien in het gering en armelijk gewaad van een schaapherder, daarom zorgt hij er voor hem spoedig in het gewaad eens hovelings te doen verschijnen, want hij gaf hem een mantel, en wel een krijgsmansmantel, want hij gaf hem inplaats van zijn staf en slinger een zwaard en een boog, en inplaats van zijn herderstas een gordel, en wat het geschenk nog aangenamer maakte, zij waren dezelfden die hijzelf had gedragen, en (als een voorteken van hetgeen zou volgen) ontdeed hij er zich van om er David mee te bekleden. Die van Saul zouden hem niet gepast hebben, maar wèl die van Jonathan, hun gestalte was ongeveer aan elkaar gelijk, een bijzonderheid, die goed voegde bij hun eenheid van zin en neiging.
Toen Saul David met deze tekenen van eer bekleedde, legde hij ze weer af, omdat hij ze eerst wilde verdienen, en dan dragen, maar nu hij bewijzen heeft gegeven dat de geest eens vorsten en eens krijgsmans in hem was, schaamde hij zich niet om het gewaad eens vorsten en krijgsmars te dragen. David wordt gezien in Jonathans klederen, opdat allen zouden weten, dat hij Jonathans tweede ik was.
Onze Heere Jezus heeft ons aldus Zijn liefde getoond, dat Hij zich ontkleedde om ons te kleden, zich arm heeft gemaakt om ons te verrijken, ja Hij deed meer dan Jonathan, Hij heeft zich bekleed met onze lompen, terwijl Jonathan Davids klederen niet heeft aangetrokken.
3. Hij streefde naar de voortduring van deze vriendschap, zo volkomen waren zij voldaan met elkaar, zelfs op het eerste gezicht, bij het eerste onderhoud, dat zij een verbond met elkaar sloten, vers 3
Hun wederzijdse genegenheid was oprecht, en een eerlijk gemoed deinst voor geen verzekeringen terug. Ware liefde wenst standvastig te zijn. Zij, die Christus liefhebben als hun eigen ziel, zullen zich gaarne in een eeuwig verbond aan Hem verbinden.
III. Dat zowel het hof als het land overeenkomen om hem te zegenen. Het is slechts zelden, dat zij overeenkomen in gunst en achting voor dezelfde persoon, maar David was aangenaam in de ogen des gansen volks, en ook wat vreemd was-in de ogen der knechten van Saul vers 5.
De eersten hadden hem hartelijk lief, de anderen zouden zich geschaamd hebben om hem niet te eren. En het was voorzeker een groot voorbeeld van de macht van Gods genade in David, dat hij instaat was al die eer en achting, die hem zo plotseling werden bewezen te dragen, zonder zich te verheffen. Zij, die zo snel klimmen, hebben een goed hoofd nodig en een goed hart, het is moeilijker te weten overvloed te hebben dan vernederd te worden.