35. En Samuël zag Saul niet meer tot de dag van zijn dood toe; de ontmoeting in 19:24 toch was van geheel andere aard, dan wanneer hij hem vroeger als vriend en raadgever opzocht en de ondernemingen van de koning met zijn voorbede vergezelde; evenwel droeg Samuël, hoewel er van nu aan een wijde kloof tussen beiden gevestigd was, leed om Saul; en het berouwde de HEERE, dat hij Saul tot koning over Israël gemaakt had.
De gehele nu volgende geschiedenis is die van een man, die zijn ondergang steeds nadert, om voor een ander heerlijk opgaand gesternte plaats te maken; die echter dit lot niet met overgave draagt, maar met inwendige woede en met het streven, om de gehate mededinger uit de weg te ruimen, zich daartegen stelt.
Hij was goed begonnen, toen kwam een ruwe wind, die de bloem verbrak, totdat zij eindelijk geheel verwelkte..
Saul is als een schip, dat prachtig opgetuigd de veilige haven verliet, maar door hevige stormen geteisterd en door een felle bliksemschicht in mast of roerpen getroffen, een speelbal werd van de onstuimige golven, en nog een tijd lang in telkens tegenovergestelde richting geslingerd wordt, totdat het eindelijk op gindse klip geheel te pletter stoot en spoorloos in de diepte verdwijnt..
Het opmerkelijkst van alles, wat ons in het geschiedverhaal wordt meegedeeld, en wat ons de aard van de Godsregering in Israël het duidelijkst voor ogen stelt, is dit, dat Sauls verwerping zijn afzetting van de koninklijke waardigheid niet tevens in zich sluit, maar alleen later tot gevolg heeft, dat zijn huis na zijn dood van de troon word verwijderd. Die verwerping, voor het ogenblik zonder zichtbare gevolgen, werkt als een langzaam vergif. Langs geheel zichtbare wegen bestuurde God de lotgevallen van Zijn volk zo, dat tenslotte blijken moest, hoe geheel onmogelijk het was met zodanige gezindheden, als die in Saul werden gevonden, over Israël te regeren.. Hoe gemakkelijk was het voor Samuël, bij het groot aanzien, dat hij algemeen had, geweest, de koning neer te doen storten, wanneer hij gewild had en heerszucht de drijfveer van zijn handelen geweest was, zoals zij voorgeven, die zijn handelwijze ten opzichte van de koning op gelijke lijn stellen met de handelwijze van vele pausen in de middeleeuwen, die over keizers en koningen de banvloek slingerden, volken tot ongehoorzaamheid opzetten, ja zelfs de eed van gehoorzaamheid teniet deden. Dit zou Samuël veel eerder gelukt zijn, dan hun, die men dwaselijk onderstaan heeft met hem te vergelijken. De beste rechtvaardiging van de profeet ligt in de getuigenis van de Schrift, die zij van hem in Vers 35 geeft..
Nadat Samuël nog door de zalving van David (16:1vv.) tot de zekerheid gekomen is, dat de koning naar Gods hart gevonden, en daardoor de eerste grond tot opbouw van het rijk van Israël gelegd is, trekt hij zich geheel in de stilte van het afgezonderd leven terug. Nog slechts eens vóór zijn dood zien wij hem uit het duistere van dit stille leven te voorschijn treden, toen hij de gezalfde van de Heere tegen de door de Heere verworpene in bescherming moest nemen (19:18vv.). Dan verschijnt Samuël aan de spits van zijn profeten, hetgeen ons tevens een duidelijk teken is, dat hij zijn werkzaamheid in de laatste tijd van zijn leven tot deze kring bepaald heeft. Misschien heeft hij nu ook in deze tijd van zijn rust de schriftelijke aantekeningen gemaakt, die in 1 Kronieken 29:29 als "geschiedenissen van Samuël de Ziener" vermeld worden..
Menigeen, wiens hart oprecht is met God, is zo gedrukt door het gevoel van Zijn afdwalingen, voornamelijk door die, die begaan zijn na belijdenis van geloof, dat hij vreest, dat de geschiedenis van Saul een schilderij van hemzelf is. Maar voor hem, die iedere kwade weg haat, is er troost. De droefheid, die gij voelt, is een bewijs, dat gij niet van God verworpen zijt; want aan hem moet gij uw afkeer van zonde en uw ernstig verlangen toeschrijven, om vernieuwd te worden in heiligheid. Sauls geval is het uwe niet. Gij hebt een andere gemoedstoestand dan hij. O, dank daarvoor en houd vast hetgeen gij ontvangen hebt. Verlangen wij de gehele wil van God te doen? O, wend u tot Hem, niet in schijn en vorm alleen, maar met ongeveinsde oprechtheid..
Samuël draagt leed om Saul, omdat hij hem tot koning heeft gezalfd en ervan overtuigd is, dat waar God hem verworpen heeft, ook niets meer baten zal, om hem weer op het goede spoor te brengen..
Waar hier ook weer gezegd wordt, dat het de Heere berouwde, daar hebben wij het ook hier op te vatten in de zin, dat het de Heere leed deed. Een menselijke uitdrukking van het Hoogheilig Wezen van God..