1 Samuël 10:1-8
Samuël oefent hier het ambt uit van profeet aan Saul van Godswege de volle verzekering gevende, dat hij koning zal zijn, gelijk hij dit dan ook later overeenkomstig deze voorzegging geweest is.
I. Hij zalfde hem en kuste hem, vers 1. Dit geschiedde niet in een plechtige vergadering, maar op Goddelijk bevel geschiedende, was dit een vergoeding voor het ontbreken van alle uitwendige plechtigheden, ook was zij volstrekt niet minder geldig omdat zij in het verborgen plaats had, achter een heg, of, zoals de loden zeggen, bij een fontein. Gods inzettingen zijn groot en eerwaardig, al zijn de uiterlijke omstandigheden, waaronder zij bediend worden ook nog zo gering en verachtelijk.
1. Door Saul te zalven verzekerde Samuël hem, dat het God was, die hem koning maakte. Is het niet alzo dat de HEERE u gezalfd heeft?
En, ten teken daarvan, werd de hogepriester gezalfd tot zijn ambt, wat het verlenen aanduidde van die gaven, welke voor de vervulling van zijn ambt vereist werden, en hetzelfde werd te kennen gegeven in de zalving van de koningen, want hen, die God roept, maakt Hij bekwaam, en dat is een goed bewijs van een opdracht.
Deze heilige zalvingen die toen gebruikt werden, wezen op de Messias, of de Gezalfde, de Koning van de kerk en Hogepriester van onze belijdenis, die gezalfd was met de olie des Geestes, maar zonder mate, en boven alle priesters en vorsten van de Joodse kerk. Het was ongetwijfeld gewone olie, die Samuël gebruikt heeft, en wij lezen niet dat hij haar zegende of er bij gebeden heeft.
Maar het was slechts een kruik olie, waarmee hij hem zalfde, het vat de kruik-was broos, omdat zijn koninkrijk spoedig verbroken zou worden en de hoeveelheid klein, omdat hem slechts weinig van de Geest werd verleend, in vergelijking met wat aan David verleend werd, die daarom met een hoorn olie gezalfd werd, evenals ook Salomo, terwijl Jehu later, zoals nu Saul, met olie uit een kruik gezalfd werd.
2. Door hem te kussen verzekerde hij hem van zijn eigen goedkeuring van de keus, niet alleen van zijn toestemming, maar van zijn instemming er mede, zijn welgevallen er in hoewel het zijne macht verkortte, en zijn roem en de roem van zijn geslacht verduisterde.
God heeft u gezalfd, zegt Samuël, om koning te zijn, en ik ben er zeer verheugd om, ontvang deze kus ten teken daarvan."
Het was ook een kus van hulde en trouw hiermede erkent hij hem niet slechts als koning, maar als zijn koning, en in die betekenis wordt ons bevolen "de Zoon te kussen", Psalm 2:12.
God heeft Hem gezalfd, en daarom moeten wij Hem erkennen en Hem hulde doen. In Samuëls verklaring van de plechtigheid herinnert hij hem:
a. Aan de aard van de regering, waartoe hij geroepen is, hij was gezalfd om een voorganger te zijn, een hoofdman, een gebieder, voorzeker, wat eer en macht aanduidt, maar een gebieder, een bevelhebber in de krijg, wat zorg en moeite aanduidt, en gevaar. b. Aan de oorsprong er van, de HEERE heeft u gezalfd. Door Hem regeerde hij, en daarom moet hij voor Hem regeren, in afhankelijkheid van Hem, en met het oog op Zijn eer en heerlijkheid.
c. Aan het doel er van, het is over Zijn erfdeel, om er zorg voor te dragen, het te beschermen, er de zaken van ten goede te leiden, als een rentmeester, die een rijk en aanzienlijk man over zijn goederen aanstelt, om ze te besturen in zijn dienst en er hem rekenschap van te geven.
II. Tot zijn meerdere voldoening en overtuiging, geeft hij hem enige tekenen, die terstond, op deze zelfden dag zullen plaatshebben, en zij waren van zo'n aard, dat zij niet slechts het woord van Samuël zullen bevestigen in het algemeen, en hem als een waar profeet zullen doen kennen, maar ook dit woord tot Saul in het bijzonder zullen bevestigen, dat hij koning zal zijn.
1. Hij zal terstond twee mannen ontmoeten die hem tijding zullen brengen van huis, van de zorg en kommer zijns vaders over hem, vers 2 , deze mannen zal hij dicht bij Rachels graf ontmoeten.
De eerste plaats, waar hij hem heenwees, was een graf, het graf van een van zijn voorouders, want Rachel stierf in barensnood van Benjamin, daar moet hij een les leren omtrent zijn eigen sterflijkheid, en nu hij een kroon voor zich ziet, moet hij denken aan zijn graf, waarin al zijn eer in het stof zal worden gelegd. Hier zal hij twee mannen ontmoeten misschien expres uitgezonden om hem te zoeken, die hem zeggen zullen dat de ezelinnen gevonden zijn, maar dat zijn vader bekommerd is om hem, zeggende: Wat zal ik om mijn zoon doen?
Hij zal het gelukkig achten deze boden ontmoet te hebben, en het is goed om in gunstige voorvallen, al zijn zij nog zo gering. Gods voorzienigheid te zien, en erdoor tot vertrouwen te worden aangemoedigd in grotere zaken.
2. Vervolgens zal hij anderen ontmoeten, die naar Beth-El gaan, waar een hoogte schijnt geweest te zijn voor Godsdienstoefeningen, en deze mannen gingen er heen met hun offers, vers 3, 4.
Het was een teken ten goede voor iemand, die bestemd was om over Israël te heersen, dat hij, overal waar hij kwam, mensen ontmoette, die ter aanbidding Gods opgingen.
Er wordt verondersteld dat de bokjes de broden en de fles wijn, die zij droegen ten offer bestemd waren, met de spijsoffers en de drankoffers, waarmee het brandoffer gepaard moest gaan.
Maar Samuël zegt dat zij hem twee van hun broden zullen geven, en dat hij ze moet aannemen. Dit zou voor ons de schijn hebben van hulp te verlenen aan een bedelaar. Saul moet later gedenken aan de tijd, toen hij deze aalmoezen ontving en moet daarom nederig en barmhartig zijn jegens de armen.
Maar misschien werd dit toen beschouwd als een voegzaam geschenk aan een vorst, en als zodanig moet Saul het aannemen, het eerste geschenk, dat hem gebracht werd door degenen die niet wisten wat zij deden, noch waarom zij het deden, maar God gaf het hun in het hart, waardoor het temeer geschikt was om hem tot een teken te dienen. Deze twee broden, die de eerste schatting waren, welke aan deze pas gezalfden koning betaald werd, konden hem ter vermaning dienen, om de rijkdom van zijn kroon niet te besteden aan weelde, maar nog met eenvoudig voedsel tevreden te wezen. Brood is de staf des levens.
3. Het merkwaardigste van al deze tekenen. was zijn ontmoeting van een gezelschap profeten, met wie hij zich onder de invloed van de geest van de profetie, die dan over hem zal komen, zal verenigen. Wat God in ons werkt door Zijn Geest, dient veel meer tot bevestiging van ons geloof, dan alles wat door Zijn voorzienigheid voor ons wordt gewerkt Hier zegt hij hem, vers 5, 6:
a. Waar dit gebeuren zal, op de heuvel Gods, waar van de Filistijnen bezettingen zijn, wat verondersteld wordt nabij Gibea, zijn eigen stad, te wezen, want daar lag de bezetting van de Filistijnen, Hoofdstuk 13:3.
Misschien was het een van de artikelen van Samuëls overeenkomst met hen dat zij daar een bezetting zouden hebben, of liever zij hebben, na hun tenonderbrenging in het begin van zijn regering, weer veld gewonnen, zodat zij deze bezetting in die plaats konden leggen, en vandaar heeft God de man verwekt, die hen zal kastijden.
b. Er was een plaats, die de heuvel Gods werd genoemd, omdat daar een van de profetenscholen gebouwd was en de Filistijnen zelf hebben zoveel eerbied betoond voor de Godsdienst, dat een bezetting hunner krijgslieden toeliet dat daar een school van Gods profeten vreedzaam onder hen kon verblijven, zodat zij haar niet slechts niet verjoegen, maar de profeten niet gehinderd hebben in hun openbare Godsdienstoefeningen.
c. Bij welke gelegenheid hij een hoop profeten zal ontmoeten, met muziek voor hun aangezichten, en dat hij zich bij hen zal voegen.
Deze profeten schijnen niet onder ingeving Gods geweest te zijn om toekomstige dingen te voorzeggen, ook heeft God zich niet aan hen in dromen en nachtgezichten geopenbaard, maar zij hielden zich bezig met de studie van de wet, met hun naburen te onderwijzen en met daden van Godsvrucht, inzonderheid met God te loven, waarin zij op wondervolle wijze geholpen werden door de Geest Gods. Het was gelukkig voor Israël, dat zij niet alleen profeten hadden, maar "hopen" van profeten, die hun goed onderricht gaven, en ook een goed voorbeeld, en zeer veel bijdroegen om de Godsdienst onder hen in stand te houden.
Nu was het woord des HEEREN niet meer schaars, zoals toen Samuël pas verwekt was, die het middel was tot stichting van deze seminaries of Godshuizen, waaruit waarschijnlijk de synagogen ontstaan zijn.
Hoe jammer dat Israël de regering moe was van zo'n man, die wel niet als krijgsman de Filistijnen had verdreven, maar als man Gods de profetenscholen had opgericht, wat een grotere weldaad was voor Israël.
Muziek werd toen als een geschikt middel gebruikt om het gemoed te bereiden voor de indrukken van de goeden Geest, zoals bij Elisa, 2 Koningen 3:15 . Maar wij hebben geen reden om er thans hetzelfde nut en voordeel van te verwachten tenzij wij er dezelfde uitwerking van bespeuren zoals in Sauls geval, om de bozen geest te verdrijven. Deze profeten waren op de hoogte geweest, waarschijnlijk om offeranden te offeren, en nu kwamen zij terug, zingende psalmen.
Als wij terugkomen van de heilige inzettingen moet ons hart grotelijks verruimd zijn in heilige blijdschap en lof. Zie Psalm 138:5.
Saul zal zich sterk gedrongen gevoelen om zich met hen te verenigen, en daardoor zal hij in een anderen man veranderd worden dan hij geweest is toen hij als gewoon particulier leefde.
Door Zijn inzettingen verandert de Geest Gods de mensen, doet hen op wondervolle wijze van gedaante veranderen. Door God te loven in de gemeenschap van de heiligen werd Saul een ander man, of hij een nieuw man werd kan betwijfeld worden.
III. Hij zegt hem in de administratie van zijn regering te handelen naar Gods voorzienigheid hem zou leiden, en naar Samuël hem zou raden.
1. In gewone gevallen moet hij de leiding volgen van Gods voorzienigheid, vers 7. Doe wat uw hand zal vinden. Neem zulke maatregelen als uw eigen verstand u aan de hand zal doen." Maar,
2. In een buitengewone verlegenheid, waarin hij zich later te Gilgal zal bevinden, wanneer het voor hem het gewichtigste, meest beslissende ogenblik zal zijn, moet hij wachten totdat Samuël tot hem zal komen, hem zeven dagen verbeiden, vers 8. Hoe zijn tekortkomen hierin zijn val bleek te zijn, zullen wij later zien Hoofdstuk 13:11. Hem werd duidelijk hiermede te kennen gegeven, dat hij verantwoordelijk werd gesteld voor zijn gedrag, dus nauwkeurig op zich had te letten, en dat hij, hoewel hij koning was, onder de leiding van Samuël moest handelen, moest doen wat deze hem zou bevelen. De grootste en aanzienlijkste mannen moeten onderworpen zijn aan God en Zijn woord.