1 Samuël 10:9-16
Saul had nu afscheid genomen van Samuël, zeer verbaasd, naar wij wèl kunnen onderstellen, over hetgeen hem geschied was, en schier bereid om te vragen of hij waakte of droomde. Nu wordt ons hier gezegd:
I. Wat er gebeurde op de weg, vers 9. De tekenen, die Samuël hem gegeven had, kwamen zeer nauwkeurig uit, maar wat hem de meeste voldoening gaf, was dit: hij bevond onmiddellijk dat God hem een ander hart had gegeven. Een nieuw vuur was in zijn borst ontstoken, dat hij nooit tevoren gekend heeft.
Het zoeken van de ezelinnen is hem nu geheel uit de gedachte, en hij denkt aan niets anders dan aan te strijden met de Filistijnen, Israëls grieven te herstellen, wetten te maken, het recht te bedelen, en voor de openbare veiligheid te zorgen, dat zijn de dingen, waarvan nu zijn hoofd vervuld is.
Hij gevoelt zich opgeheven tot zo'n hoogte van stoutmoedigheid en dapperheid, als waarvan hij zich vroeger nooit bewust wast Hij heeft niet langer het hart van een landbouwer laag en min, en eng, en slechts belangstellende in zijn koren en zijn vee, maar het hart van een staatsman, een veldoverste, een vorst.
Hem, die door God tot enigerlei dienst wordt geroepen, zal Hij er voor bekwaam maken. Als Hij ons roept tot een anderen staat, dan zal Hij ons, als wij in oprechtheid wensen met onze macht, onze gaven, onze rijkdom Hem te dienen, een ander hart geven.
II. Wat er voorviel toen hij dicht bij huis kwam. Zij kwamen aan de heuvel, dat is te Gibea, of Geba, hetgeen heuvel betekent, en zo neemt de Chaldeër het hier als een eigennaam, hij ontmoette er de profeten, zoals Samuël het hem gezegd had, en de Geest Gods werd vaardig over hem, krachtig en plotseling, zoals de betekenis is van het woord, maar niet zo, om op hem te rusten en in hem te blijven.
Hij kwam, als om ook spoedig weer heen te gaan. Voor het ogenblik had dit echter een vreemde uitwerking op hem, want terstond voegde hij zich bij de profeten in hun Godsverering, en dat wel met evenveel plechtigheid, en in een even grote vervoering van genegenheid als iemand hunner, hij profeteerde onder hen.
1. Zijn profeteren werd opgemerkt, vers 11, 12, men nam er nota van. Hij bevond zich nu onder bekenden, die, toen zij hem onder de profeten zagen, elkaar riepen om dit vreemds te aanschouwen. Het zal er hun voor bereiden om hem als hun koning aan te nemen, al was hij ook hun gelijke, nu zij gezien hebben dat God hem tot de eer van een profeet had bevorderd. De zeventig oudsten profeteerden, eer zij tot rechters werden aangesteld, Numeri 11:25.
A. Zij verwonderden zich allen Saul onder de profeten te zien. Wat is dit dat de zoon van Kis geschied is? Hoewel deze profetenschool dicht bij het huis zijns vaders was, had hij zich toch nooit met de profeten vergezeld, noch hun enigerlei eerbied of achting beloond misschien soms wel met minachting van hen gesproken, en hem nu te zien onder hen profeterende, was hun een verrassing, zoals lang daarna, toen zijn naamgenoot van het Nieuwe Testament het Evangelie predikte, dat hij eerst had vervolgd, Handelingen 9:21. Waar God een ander hart geeft, zal zich dit spoedig openbaren.
B. Een hunner, die verstandiger was dan de overigen, vroeg: Wie is hun vader, of onderwijzer? Is het niet God? Zijn zij niet allen van Hem geleerd? Zijn zij niet allen Hem hun gave verschuldigd? En is Hij beperkt? Kan Hij Saul niet tot een profeet maken, zowel als iemand anders van hen, zo Hem dit behaagt?" Of, "Is niet Samuël hun veder?" Onder God was hij dit, en Saul was nu onlangs bij hem geweest, hetgeen hij door Sauls dienaar te weten is kunnen komen. Geen wonder, dat hij profeteert, die van nacht onder Samuëls dak is geweest.
C. Het werd tot een spreekwoord, veelvuldig gebruikt in Israël, als zij hun verwondering wilden te kennen geven, wanneer een slecht man goed was geworden, of tenminste in goed gezelschap werd aangetroffen. Is Saul onder de profeten? Saul onder de profeten is zo vreemd, zo'n wonder, dat het tot een wonder, dat het tot een spreekwoord wordt. Laat ook aan de ergsten, de slechtsten niet gewanhoopt worden, maar laat ook op een uitwendigen schijn van Godsvrucht, een plotselinge verandering voor het ogenblik niet al te zeer vertrouwd worden, want Saul onder de profeten was nog altijd Saul. Maar,
2. Zijn gezalfd zijn werd geheim gehouden. Toen hij geëindigd had te profeteren, schijnt hij al zijn woorden voor God te hebben gesproken, en de zaak van Zijn gunst te hebben aanbevolen want hij ging terstond naar de hoogte, vers 13, om God te danken voor Zijn gunst jegens hem, en te bidden om de voortduring van Zijn gunst. Maar,
A. Hij hield de zaak zorgvuldig verborgen voor zijn bloedverwanten. Zijn oom, die hem ontmoette, hetzij op de hoogte, of terstond bij zijn thuiskomst, ondervroeg hem, vers 14. Saul erkende, want zijn dienaar wist het-dat zij bij Samuël geweest waren, en dat deze hem gezegd had dat de ezelinnen waren gevonden, maar hij zei geen woord van het koninkrijk, vers 14, 15. Dit was een blijk:
a. Van zijn nederigheid. Menigeen zou z60 in vervoering geweest zijn over deze plotselinge verheffing, dat hij het van de daken zou verkondigd hebben. Maar Saul, hoewel het hem in zijn hart genoegen deed, heeft er zich onder zijn naburen niet op beroemd. De erfgenamen van het koninkrijk van de heerlijkheid zijn zeer tevreden dat de wereld hen niet kent 1 Johannes 3:1.
b. Van zijn wijsheid. Ware hij ijverig geweest om het bekend te maken, hij zou benijd zijn geworden, en wie weet welke moeilijkheden hem dit zou hebben berokkend. Samuël had het hem als een geheim meegedeeld en hij wist een geheim te bewaren. Aldus bleek het dat hij een ander hart had, een hart, geschikt voor de regering.
c. Van zijn afhankelijkheid van God. Hij poogt geen invloed te verkrijgen, maar laat het aan God over om Zijn eigen werk door Samuël voort te zetten en te voltooien, hij voor zich zal stilzitten om te zien hoe de zaak zal tot stand komen.