20. Van de overige kinderen van Levi nu 1), die Kehathieten, die niet insgelijks priesters maar slechts priesterknechten moesten zijn (
Hoofdstuk 23:12), was van de kinderen van Amram, het vaderlijke huis van de in
Hoofdstuk 23:16 als kleinzoon van Mozes, uit zijn oudste zoon Gerson genoemde Subaël, de eerste orde, die aangeduid werd; van de kinderen van Subaël was echter het hoofd ten tijde van David, Jechdeja.
1) Het opschrift "van de overige kinderen van Levi" (Vers 20) vergeleken met het onderschrift: "en ook zij wierpen later, zoals de broeders de zonen van Aäron," (Vers 31) laat een opgave van die Levitische klassen verwachten, welke tot handreiking, d.i. als helpers van de Priesters voor de dienst bij het huis van God dienden.
De overigen zijn de na de optelling van de Priesters nog overige Levieten. Daaronder kan men wel is waar de gezamenlijke Levieten, buiten de Aäronieten (of Priesters), verstaan, alleen deels de aanmerking van het onderschrift, dat zij, gelijk de zonen van Aäron, het lot wierpen, deels de omstandigheid, dat in Hoofdstuk 25 de 24 ordeningen van de zangers en musici, in Hoofdstuk 26:1-19 de afdelingen der deurwachters en in Hoofdstuk 26:20-32 de opzieners over de schatten en de Schrijvers en de Rechters nog in het bijzonder worden opgeteld, bewijzen, dat onze afdeling slechts handelt van die Levieten-klassen, die bij de eredienst in het bijzonder werden aangesteld..