1 Kronieken 21:18-30
Wij zien hier de twist geëindigd, op Davids berouw is God met hem verzoend. "Ik dank U, Heere! dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd."
1. De voortgang van de strafvoltrekking werd gestuit, vers 15.
Toen David berouw had van de zonde, heeft het Gode berouwd van het oordeel, en gebood Hij de verderfengel zijn hand af te trekken, en zijn zwaard weer in zijn schede te steken, vers 27.
2. Aan David wordt bevel gegeven om op de dorsvloer van Ornan een altaar op te richten, vers 18.
De engel gebood de profeet Gad om aan David dit bevel te brengen. Dezelfde engel, die in de naam Gods de krijg had gevoerd, is hier ijverig om het vredesverdrag tot stand te brengen, want engelen begeren de dodelijken dag niet. De engel zou die order aan David zelf hebben kunnen geven, maar hij verkoos het te doen door zijn ziener, ten einde het profetisch ambt te eren.
Zo werd de openbaring van Jezus Christus door de engel bekendgemaakt aan Johannes, en door deze aan de gemeenten. Het bevel aan David om een altaar te bouwen was een gezegend teken van verzoening, want zo God hem had willen doden, Hij zou hem niet bevolen hebben een offer te brengen, omdat Hij het niet van zijn handen zou hebben aangenomen.
3. Onmiddellijk sloot David met Ornan de koop van de dorsvloer, want hij wilde God niet dienen op kosten van anderen. Ornan heeft hem die edelmoediglijk om niet willen opstaan niet slechts uit inschikkelijkheid voor de koning maar omdat hij zelf "de engel gezien had", vers 20, wat hem zo verschrikte dat hij en zijn vier zonen zich verborgen, niet instaat zijnde om de glans van zijn heerlijkheid te dragen en bevreesd zijnde voor zijn uitgetrokken zwaard. Onder deze vrees was hij bereid alles te doen om verzoening tot stand te brengen.
Zij, die waarlijk de schrik des Heeren weten, zullen alles doen wat zij kunnen om in hun plaats de Godsdienst te bevorderen, alle methoden van verzoening volgen ten einde Gods toorn af te wenden.
4. God betuigde Zijn aanneming van Davids offer op dit altaar, Hij antwoordde hem door vuur van de hemel, vers 26.
Om te kennen te geven dat Gods toorn van hem was afgewend, viel het vuur, dat rechtvaardig op de zondaar had kunnen vallen, op het offer en verteerde het, en hierop werd het verdervende zwaard weer in de schede gestoken.
Zo is Christus zonde gemaakt, een vloek voor ons geworden, en behaagde het de Heere Hem te verbrijzelen, opdat God door Hem niet een verterend vuur voor ons zou zijn, maar een verzoend Vader.
5. Hij bleef offeranden offeren op dit altaar. Het koperen altaar, dat Mozes had gemaakt was te Gibeon, vers 29, en daar werden al de offers van Israël geofferd, maar David was zo verschrikt op het gezicht van het zwaard des engels, dat hij "daarvoor niet kon heengaan om God te zoeken", vers 30.
De zaak vereiste spoed, want de plaag was begonnen. Aaron meest "haastelijk gaan" om verzoening te doen Numeri 16:46, 47.
En de zaak hier was niet minder dringend, zodat David geen tijd had om naar Gibeon te gaan, hij durfde ook de engel met zijn uitgetrokken zwaard over Jeruzalem niet laten, opdat de noodlottige slag niet gevallen zou zijn eer hij terugkwam.
En daarom heeft God, in Zijn teder mededogen voor hem, hem bevolen om aan die plaats een altaar te bouwen, vrijstelling verlenende van Zijn eigen wet betreffende een altaar, vanwege de nood van het ogenblik, en de offeranden aannemende, die op dit nieuwe altaar geofferd werden, hetwelk niet opgericht werd in minachting van dit altaar, maar in samenwerking er mede. Aan de symbolen van de eenheid werd niet zo vastgehouden als aan die eenheid zelf.
En toen de tegenwoordige benauwdheid voorbij was, bleef David (naar het schijnt) op dit altaar offeren zolang hij leefde, hoewel het altaar te Gibeon in stand bleef, want God had de offers aangenomen, die hier geofferd werden, vers 28.
Het is goed om bij de bediening te blijven, waarin wij de tekenen van Gods tegenwoordigheid hebben ervaren, bespeurd hebben dat Hij in waarheid met ons is. "Hier heeft God mij genadiglijk ontmoet, en daarom verwacht ik dat Hij mij ook nog verder hier zal ontmoeten."