1 Kronieken 19:6-19
Wij kunnen hier zien:
1. Hoe het hart van de zondaren, die ten verderve zijn getekend, verhard wordt tot hun verderf. De kinderen Ammons zagen dat zij "zich stinkende hadden gemaakt bij David", vers 6, en toen zouden zij verstandig hebben gehandeld zo zij vredesvoorwaarden begeerd hadden, zich hadden verootmoedigd en volkomen voldoening hadden aangeboden voor de belediging, die zij hem hadden aangedaan, te meer, daar zij zich niet alleen slinkende hadden gemaakt bij David, maar zich ook strafbaar hadden gemaakt in het oog van de rechtvaardige God, die de Koning is van de volken en het geschonden volkenrecht zal straffen. Maar inplaats hiervan bereidden zij zich ten oorlog, en aldus brachten zij door Davids hand de verwoesting over zich, die David niet voor hen bedoeld had.
2. Hoe de moed van dappere mannen verhoogd en versterkt wordt door moeilijkheden. Toen Joab zag dat de spits van de slagorde van voren en van achteren tegen hem was, vers 10, heeft hij, inplaats van aan een aftocht te denken, zijn vastberadenheid verdubbeld en, zijn leger niet kunnende verdubbelen, heeft hij het verdeeld, en niet alleen als een dapper, kloekmoedig man gesproken, maar gehandeld als een man van grote tegenwoordigheid van geest, toen hij zich omsingeld zag.
Hij kwam met zijn broeder overeen om elkaar, zo het nodig was, te hulp te komen, vers 12, wekte zichzelf en de andere bevelhebbers op om, ieder op zijn post, krachtig te handelen met het oog op de eer en de heerlijkheid Gods en het welzijn van hun land, en toen liet hij de uitkomst over aan God: "de Heere nu doe wat goed is in Zijn ogen."
3. Hoe ijdel de grootste kunst en kracht zijn tegenover gerechtigheid en billijkheid. De Ammonieten spanden alle krachten in, brachten een zo goed mogelijke krijgsmacht te velde, en handelden met het grootste beleid, maar een slechte zaak hebbende en handelende in verdediging van onrecht, hielp hun kracht noch beleid en moesten zij het onderspit delven. Het recht zal ten laatste zegevieren.
4. Hoe doelloos het is voor hen, die God niet aan hun zijde hebben, om zich weer te verzamelen en te versterken. Hoewel de Syriërs geen eigenlijk belang hadden bij de zaak en slechts als gehuurde hulptroepen van de Ammonieten dienden, achtten zij zich toch verplicht om, toen zij geslagen waren, hun verloren eer te herwinnen, en daarom riepen zij de hulp in van de Syriërs aan de andere kant van de Eufraat maar tevergeefs, zij vloden voor het aangezicht Israëls, vers 18.
Zij verloren zeven duizend man die in 2 Samuël 10:18 gezegd worden de mannen te zijn van zevenhonderd wagenen want gelijk thans op een oorlogsschip tien man aangewezen worden voor een kanon, zo werden toen tien man aangewezen voor een wagen.
5. Als zij, die "zich mengen in een twist die hun niet aangaat", bemerken dat zij dit tot hun eigen schade en nadeel gedaan hebben, dan doen zij wel met ten laatste wijsheid te leren en er zich niet verder in te mengen. Bevindende dat Israël aan de overwinnende zijde was, hebben de Syriërs niet alleen hun verbond met de Ammonieten verbroken, maar zij wilden hen voortaan niet meer helpen, vers 19. Zij maakten vrede met David, en dienden hem. Laat hen, die zich tevergeefs verzet hebben tegen God, aldus wijs handelen voor zichzelf en spoedig welgezind jegens Hem zijn, terwijl zij nog met Hem op de weg zijn. Laat hen Hem dienen, want zij moeten wel zien dat zij verloren zijn zo zij Zijn vijanden zijn.