1 Corinthiërs 9:24-27
In deze verzen doelt de apostel op de grote bemoediging, welke hij door die handelwijze verkrijgt. Hij heeft een roemrijken prijs, een onverderflijke kroon, in zicht. Daarin vergelijkt hij zich zelven met de hardlopers en worstelaars in de Isthmische spelen, een gelijkenis bij de Corinthiërs wèl bekend, omdat zij daarin beroemd waren in hun omgeving. Weet gijlieden niet dat die in de loopbaan lopen, allen wel lopen, maar dat een den prijs ontvangt? vers 24. In uw spelen lopen wel allen, doch slechts een bereikt het doel en wint de kroon. En hier:
I. Wijst hij hen op hun plicht: Loopt alzo, dat gij dien moogt verkrijgen. Het gaat in den wedloop der Christenen anders dan in den uwen, waar slechts een den prijs winnen kan. Gij moogt allen zo lopen dat ge hem verkrijgt. Gij hebt daardoor grote aanmoediging om in uw wedloop voortdurend, ijverig en met geestdrift vol te houden. Er is voor allen gelegenheid om den prijs te winnen. Hij kan u niet ontgaan zo gij wèl loopt. Toch moet er een edele wedstrijd zijn, de een moet trachten den ander vooruit te komen. En het is een edele kamp wie het eerst ten hemel gaan zal of de grootste beloning in die gezegende wereld ontvangen. Ik beijver mij om te lopen, doet gij ook zo gelijk ge mij ziet voorgaan. Het is der Christenen plicht dicht achter hun dienaren te volgen in den loop naar de eeuwige heerlijkheid, en het is de roem en de plicht der dienaren daarin aan hun hoofd te gaan.
II. Hij geeft hun leiding in hun loop, door, steeds bij dat beeld blijvende, zijn eigen voorbeeld meer op den voorgrond te plaatsen.
1. Zij, die in hun spelen liepen, hadden zich te onthouden. Een iegelijk, die om prijs strijdt, onthoudt zich in alles, vers 25. De worstelaars in uw spelen worden aan strenge onthouding en tucht gewend, zelfs plaatsen zij zich zelven daaronder. Zij vieren zich niet den teugel, maar onthouden zich van voedsel en van de vrijheden, die ze bij andere gelegenheden genieten. En zouden dan de Christenen zich zelven niet veel meer sommige vrijheden ontzeggen, teneinde zulk een roemrijk doel te bereiken als het winnen van den loop en het verkrijgen van de hun voorgehouden kroon? Zij gebruikten een zeer strengen leefregel en mager voedsel en ontzegden zich zelven veel om zich voor loop of worsteling voor te bereiden, zo doe ik ook, zo moet gij, naar mijn voorbeeld ook doen. Het is dwaas indien ge ter wille van de hemelse kroon u niet van de heidense feesten onthouden kunt.
2. Zij waren niet enkel matig, maar oefenden zich in onthouding. Zij, die in deze spelen elkaar bevechten zouden, bereidden zich daartoe voor door in de lucht te slaan, zoals de apostel het noemt, of door de armen te rekken en daardoor zich zelven te harden om in den strijd zware slagen uit te delen, of zwaaiden de armen daartoe. Voor zulke oefeningen is in den Christelijken kampstrijd geen gelegenheid. Der Christenen krijg is altijd ernst. De vijanden bieden fieren en heftigen tegenstand en zijn altijd waakzaam, en daarom moeten zij altijd in ernst tegen hem op wacht liggen, nooit den tegenstand opgeven, nooit daarin verflauwen. Zij moeten strijden, niet als de lucht slaande, zij moeten met alle macht hun vijanden weerstaan. Een vijand noemt de apostel hier: ons lichaam dat moet bedwongen worden, bont en blauw geslagen, zoals de worstelaars in de Griekse kampspelen, en tot dienstbaarheid gebracht. Onder het lichaam moeten we verstaan vleselijke begeerlijkheden en neigingen. De apostel zet er zich toe om die te onderwerpen en te overwinnen, en de Corinthiërs waren verplicht hem daarin te volgen. Zij, die waarlijk ernst maken met het welzijn hunner zielen, moeten het lichaam bedwingen en tot dienstbaarheid brengen. Zij moeten hevig strijden tegen hun vleselijke lusten, tot ze die ondergebracht hebben, geen verkeerde begeerten voeden, niet naar heidense feesten verlangen, of daarvan de offeranden eten, hun vlees ten genoege en tot gevaar van de zielen hunner broederen. Het lichaam moet de dienaar der ziel gemaakt worden, men mag niet gedogen dat het de heer zij.
III. De apostel dringt dezen raad bij de Corinthiërs aan met dezelfde beweegredenen aan het voorbeeld ontleend.
1. Zij ondergaan pijn en lijden ontbering, opdat zij een verderfelijke kroon zouden ontvangen, vers 25, maar wij een onverderflijke. Zij, die in deze spelen overwonnen, werden gekroond met de verwelkelijke bladeren en twijgen van bomen, olijven en laurieren. Maar de Christenen hebben een onverderflijke kroon in zicht, een kroon die nimmer verdwijnt, een onverderflijke erfenis in de hemelen voor hen bewaard. En zouden zij het dan dulden dat ze moeten onderdoen voor deze lopers en worstelaars? Kunnen zij een strengen leefregel opvolgen, zich gedurig in hardlopen oefenen, hun lichamen in den strijd aan zoveel ongemak blootstellen, die niets meer in het vooruitzicht hebben dan de toejuichingen van een wufte menigte en een kroon van lauweren? En zullen dan de Christenen, die hopen op de goedkeuring van den vrijmachtigen Rechter en op een onverderflijke kroon uit Zijne hand, niet zich uitstrekken in den hemelsen loopbaan, en zich oefenen in het bekampen en onderwerpen van hun vleselijke neigingen, die sterkten der zonden?
2. De lopers in de spelen liepen in het onzekere. Allen liepen, maar slechts een ontving den prijs, vers 24. Iedere hardloper is daardoor in het onzekere of hij winnen zal. Maar voor den Christelijken loper bestaat die onzekerheid niet. Ieder die loopt kan zeker zijn van den prijs, maar hij moet lopen volgens de regelen, in den weg van voorgeschreven plicht, -dat is naar sommigen menen de bedoeling van: lopen niet als op het onzekere, vers 26. Hij, die binnen de voorgeschreven grenzen blijft en in den loop volhardt, zal nooit de kroon missen, ofschoon anderen hem vooruitkomen. De Griekse hardlopers bleven binnen de grenzen, oefenden zich tot het uiterste, terwijl slechts een kon winnen en allen in onzekerheid verkeerden wie die ene zijn zou. Hoeveel te meer behoren dan de Christenen ijverig en vurig te zijn, daar ze allen van de kroon verzekerd zijn indien ze den loop voleindigen.
3. Hij stelt hun voor hoe hij en zij beiden gevaar lopen voor vleselijke lusten te bezwijken indien ze het lichaam met zijn lusten en neigingen niet bedwingen. Ik bedwing mijn lichaam en breng het tot dienstbaarheid, opdat ik niet enigszins, daar ik anderen gepredikt heb, zelf verwerpelijk worde, vers 27 :afgekeurd, een wie de rechter of scheidsrechter van het spel de kroon niet zou toestaan. De vergelijking met de spelen wordt tot het einde volgehouden. Merk op: Een prediker der verlossing kan zelf haar ontgaan. Hij kan anderen den weg ten hemel wijzen zonder er zelf te komen. Om dit te voorkomen, spant Paulus zich zo in om zijn lichaam te bedwingen en ten onder te houden, opdat in elk geval hij zelf die anderen gepredikt had, de kroon niet missen zou, en verworpen of afgekeurd worden door zijn vrijmachtigen Rechter. Een heilige vrees voor hemzelf was hem nodig om zijne getrouwheid als apostel te bewaren, hoeveel te meer is die ons nodig voor ons behoud! Heilige vrees voor ons zelven, en geen aanmatigend zelfvertrouwen, is de beste verzekering tegen afval van God en eindelijke verwerping door Hem.