23. En dit doe ik omwille van het Evangelie, opdat dit overal ingang en opname vind, opdat ik het met hen, die ik daarvoor win, ook deelachtig zou worden, namelijk dezaligheid en de schatten, die het hier beneden reeds geeft en voor de toekomst belooft.
Merk de ootmoed van de uitdrukking op. Hij, die meer gearbeid heeft dan allen, heeft toch alleen voor zichzelf de zaligheid met de gelovigen gemeen, hij heeft geen hoger loon op het oog.
Met deze woorden, die de beste verklaring van Vers 15-18 geven, gaat de apostel nu reeds tot het volgende over. Hij toont aan hoe het geenszins iedereen vrij staat of hij ook met zodanige zelfverloochening van zijn recht afstand doen, of wel daarop onverzettelijk zal blijven staan. Hijzelf verloochent zich op deze manier om het Evangelie om de daarvoor beloofde zegeningen deelachtig te kunnen worden.
Waar men het Evangelie en zijn kracht en zijn zegen en zijn dierbare beloften wil verkrijgen, daar maakt men er geen bezwaar om af te dalen, evenals de Zoon van God in Zijn vernedering tot ons heeft gedaan.
c. Vers 24-Hoofdstuk 10:13. De apostel wekt de Korinthiërs op zijn grondstellingen in beoefening te brengen. Ieder gelovige toch moet naar de omstandigheden, waarin hij leeft, zichzelf verloochenen. Paulus vergelijkt het leven van de Christen met een wedloop, zoals die bij de grote Griekse feesten, ook op de Isthmus, in de nabijheid van Korinthe, op bepaalde tijden geregeld werden gehouden. De Christenen mogen het niet laten bij het lopen naar het doel, maar zij moeten de overwinnaar, die werkelijk het loon ontvangt tot voorbeeld nemen en om een loper te kunnen worden, die een goed uitzicht op de prijs heeft, daartoe behoort volgens het oordeel van de Griekse lopers een grote zelfverloochening. De apostel haalt nog een ander voorbeeld uit die wedstrijden aan: het vuistgevecht. Hij stelt het lichaam, dat orgaan van lagere begeerten, voor als de tegenstander, die men door vuistslagen moet overmeesteren en als overwinnaar zich tot knecht moet maken. Zijn rede wordt steeds ernstiger en dringender als hij hierop nader spreekt over het waarschuwend voorbeeld van het Israël, dat van Egypte naar Kanaän reisde. Hierdoor wijst hij aan dat het niet genoeg is genade te hebben ontvangen, maar dat men daarin moet blijven tot aan het einde, om niet van het ene vallen tot het andere te komen en altijd dieper in het verderf te storten en ten slotee geheel verloren te gaan.
EPISTEL OP ZONDAG SEPTUAGESIMA Omdat de geestelijkheid reeds met deze zondag haar vasten beginnen moest, verkreeg die in de mond van het volk de naam van "Herenvasten", ter onderscheiding van de vastenstijd van het volk, die met aswoensdag begint. In deze brief nu vermaant de apostel, zich beroepend op zijn eigen voorbeeld, tot het worstelen om de onvergankelijke kroon, bijzonder wijzende op de plicht om het lichaam in bedwang te houden.
Dadelijk bij het intreden van de vastentijd wordt ons zeer nadrukkelijk gezegd: "niets baat u, als u niet echt strijdt tegen eigen vlees en bloed; de Heere heeft Zijn vlees geofferd aan het hout, u moet uw vlees ook offeren, doden. "
De zelfverloochenende liefde, die graag van haar recht en haar vrijheid terwille van de naaste afstand doet, heeft de apostel zijn lezers aanbevolen. Hij heeft hen erop gewezen hoe hij zelf uit zuivere liefde tot hen in velerlei opzichten geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht en zijn macht, hem als apostel van Jezus Christus gegeven, opdat hij hun zielen voor het Evangelie zou winnen. Hij houdt hen voor hoe het einddoel van zijn arbeid is, dat hij tegelijk met hen de zaligheid verkrijgt, die in het Evangelie van Christus aan allen wordt aangeboden. In onze afdeling gaat hij er nu toe over om de lezers als navolgingswaardig voorbeeld voor te stellen wat hij zich heeft getroost en hoe hij alles op zich heeft genomen, om de zaligheid niet te verliezen. Hij vergelijkt het leven van de Christen met een strijd, waarin ernstige zelfverloochening moet plaats hebben, zal men de overwinning behalen. De hoge ernst van het leven van de Christens: het is zo ernstig 1) om de verloochening, die het eist; 2) om de strijd, die het brengt; 3) om het oordeel, waarmee het eindigt.
Loopt u om het loon van de aarde of om de kroon van de hemel? 1) Daar is het een vergankelijke krans, hier een onvergankelijk kleinood; 2) daar kan slechts één winnen, hier mag ieder hopen: 3) daar is de weg breed, hier loopt men binnen goddelijke perken; 4) daar is de prijs onzeker, hier is die voor de getrouwe strijder zeker.
De betekenis van de heilige sacramenten voor de loop en strijd van de Christen: 1) de doop stelt de Christen aan het begin van de weg en maakt hem geschikt tot de loop naar het doel; 2) het avondmaal verkwikt de Christen in zijn lopen naar het doel en geeft hem kracht tot de zegerijke strijd; 3) doop en avondmaal beide brengen de Christen alleen dan tot het doel, in zoverre hij de genade, die zij ons verzekeren, getrouw gebruikt tot een juiste loop en een ware strijd.
"Loop zo, dat u de prijs mag verkrijgen. " Wij beschouwen 1) de grenzen, waarbinnen de Christen om de prijs loopt; 2) de juiste manier van lopen; 3) de prijs, waarvoor wij moeten lopen.
Het beeld van een strijder van God: 1) waarnaar een strijder van God moet zoeken; 2) waarvan hij zich moet onthouden; en 3) hoe hij moet strijden.
Ons leven hier beneden een loop, een strijd, een pelgrimsreis; 1) een prijs is ons voorgehouden, waaromn wij moeten lopen; 2) een kroon wordt ons bewaard, die wij moeten winnen; 3) een hemels Kanaän is ons beloofd, waarheen wij moeten streven.