1 Koningen 7:13-47
Wij hebben hier een bericht omtrent het koperwerk van de tempel. Er was geen ijzer in of aan de tempel, maar wij bevinden dat David voor de tempel bereid heeft "ijzer voor ijzeren werken," 1 Kronieken 29:2. Wat die werken waren wordt ons niet gezegd, maar sommigen van de koperen werken worden hier beschreven, en de overige vermeld.
I. De koperslager, die Salomo gebruikte om dit deel van het werk te besturen, was Hiram die van moeders zijde een Israëliet van de stam van Nafthali, maar van vaders zijde een Tyriër was, vers 14. Indien hij het vernuft had van een Tyriër, en de genegenheid van een Israëliet voor het huis van God, (het hoofd van een Tyriër en het hart van een Israëliet) dan was het gelukkig dat het bloed van de twee volken zich in hem vermengde, daardoor was hij bekwaam gemaakt voor het werk, waarvoor hij bestemd was. Gelijk de tabernakel gebouwd was van de rijkdom van Egypte, zo is de tempel gebouwd met het vernuft van Tyrus. God zal zich bedienen van de gewone gaven van de kinderen der mensen.
II. Het koper, dat hij gebruikte, was het beste, dat te krijgen was, al de koperen vaten waren van gepolijst koper, vers 45, van goed koper, zegt de Chaldeër, dat het sterkst en het fraaist was. God, die de beste is, moet gediend en geëerd worden met het beste.
III. De plaats, waar al die koperen vaten gegoten werden, was de vlakte van de Jordaan, omdat de grond daar hard en kleiachtig was, geschikt om er vormen van te maken voor het gieten van het koper, vers 46, en Salomo wilde dit mindere werk niet in of nabij Jeruzalem laten verrichten.
IV. De hoeveelheid werd niet berekend, de vaten waren ongeteld, ( zo kan het in vers 47 gelezen worden, zowel als ongewogen), vanwege de zeer grote menigte, en het zou eindeloos geweest zijn om er rekening van te houden. Ook werd het gewicht van het koper, als het aan de werklieden overgegeven was, niet onderzocht, zo eerlijk waren de werklieden en zo groot was de hoeveelheid koper, die zij hadden, dat er geen gevaar was dat zij tekort zouden komen. Wij moeten het aan Salomo's zorg toeschrijven, dat hij zoveel heeft verschaft, niet aan zijn zorgeloosheid, dat hij er geen rekening van hield.
V. Er worden enige bijzonderheden van het koperwerk beschreven.
1. Twee koperen pilaren, die opgericht werden in het voorhuis des tempels, vers 21, of het onder bedekking van het voorhuis was of in de open lucht, is niet zeker, het was tussen de tempel en het voorhof van de priesters. Deze pilaren dienden noch om er poorten aan op te hangen, noch om er enigerlei bouwwerk op te laten rusten, maar zuiver en alleen tot sieraad en betekenis.
a. Welk ornament zij waren kunnen wij nagaan uit het bericht, dat hier gegeven wordt van het kunstig werk, dat er aan aangebracht was, ingelegd werk, ketenwerk, netwerk, leliewerk en granaatappelen in rijen, en alles van blinkend koper, gevormd naar de beste regelen van evenredigheid, om het oog te behagen.
b. Hun betekenis wordt aangeduid door de namen, die er aan gegeven zijn, vers 21. Jachin-Hij zal bevestigen, en Boaz-In hem is kracht. Sommigen denken dat het gedenktekenen waren aan de wolk en vuurkolom, die Israël door de woestijn geleid heeft, ik denk veeleer, dat zij bestemd waren om aan de priesters en anderen, die kwamen om aan Gods deur te aanbidden, te doen gedenken:
a.a. Dat zij alleen op God en niet op enigerlei genoegzaamheid in henzelf, moesten steunen voor kracht en bevestiging in hun oefeningen van de Godsvrucht. Als wij komen om God te aanbidden, en bevinden dat ons hart afdwaalt en ongestadig is, zo laat ons door het geloof hulp inroepen van de hemel: "Jachin-God zal dit dwaalziek hart standvastig maken, het is goed, dat het hart gesterkt worde door genade." Wij bevinden dat wij zwak en onbekwaam voor heilige plichten zijn, maar dit is ons ter bemoediging. "Boaz-In Hem is onze kracht," die beide het willen en het werken in ons werkt. Ik zal heengaan in de mogendheden des Heren Heren. Geestelijke kracht en standvastigheid kunnen verkregen worden aan de deur van Gods tempel, waar wij in het gebruik van de middelen van de genade op de gaven van de genade moeten wachten.
b.b. Het was hun een memoriaal van de sterkte en vastigheid van de tempel Gods onder hen. Laat hen zich dicht bij God houden en bij hun plicht, en zij zullen nooit hun waardigheden en voorrechten verliezen, maar de schenking zal hun bevestigd en bestendig worden. Het is de Evangeliekerk, die God zal bevestigen en versterken, en tegen welke de poorten van de hel nooit zullen vermogen. Maar wat deze tempel aangaat: toen hij verwoest werd, is bijzonder nota genomen van het afbreken van deze pilaren, 2 Koningen 25:13, 17, die de tekenen zijn geweest van zijn bevestiging, en dit zouden gebleven zijn indien het volk God niet had verlaten.
2. Een koperen zee, een zeer groot vat van ongeveer zes meter middellijn, en dat meer dan vijfhonderd ton water kon bevatten, ten gebruike van de priesters om zichzelf en de offers te wassen en de voorhoven des tempels rein te houden, vers 23 en verv. Zij stond opgeheven op twaalf koperen beelden van runderen, zo hoog, dat zij er òf langs trappen toe moesten opklimmen, òf van onderen kranen moesten hebben om er water uit te krijgen. Aan de Gibeonieten of Nethinim, die water moesten putten voor het huis Gods, was de zorg opgedragen om haar te vullen. Sommigen denken dat Salomo dit grote waterreservoir op de beelden van runderen of ossen gesteld heeft in minachting van het gouden kalf, dat Israël had aangebeden, opdat (zoals bisschop Patrick het uitdrukt, het volk zien zou dat er in die beelden niets aanbiddenswaardigs was, dat zij meer geschikt waren om tot voetstukken te dienen dan om er goden van te maken. Toch heeft dit Jerobeam niet weerhouden om de kalveren als godheden op te richten. In het voorhof van de tabernakel was slechts een koperen wasvat voor de priesters om er zich in te wassen, maar in het voorhof van de tempel een koperen zee, te kennen gevende dat door het Evangelie van Christus veel vollediger voorzien is voor onze reiniging dan door de wet van Mozes. Die had een wasvat, dit heeft een zee, "een fontein, die geopend is," Zacheria 13:1.
3. Tien koperen stellingen, waarop tien wasvaten geplaatst werden, om ten dienste van de tempel met water te worden gevuld, omdat er aan de gegoten zee geen plaats zou zijn voor allen, die zich daar moesten wassen. De stellingen, waarop deze wasvaten geplaatst werden, zijn hier zeer uitvoerig beschreven, vers 27 en verv. Zij waren op onderscheiden wijze versierd, en op wielen gezet, opdat zij, als dit nodig was, verplaatst konden worden, maar gewoonlijk stonden zij in twee rijen, vijf aan iedere zijde van het voorhof, vers 39. Zij, die de vaten des Heren dragen, moeten zeer rein zijn. Geestelijke priesters en geestelijke offeranden moeten gewassen worden in het wasvat van Christus' bloed en van de wedergeboorte. Wij moeten ons dikwijls wassen, want dagelijks verontreinigen wij ons, onze handen wassen en onze harten reinigen. Er is ruime voorziening gemaakt voor onze reiniging, zodat het onze eigen schuld zal zijn, indien ons lot voor eeuwig onder de onreinen moet wezen.
4. Behalve deze was er nog een zeer groot aantal van koperen potten gemaakt, om er het vlees van de dankoffers in te koken, waarop de priesters en de offeraars tezamen voor het aangezicht des Heren onthaald werden, zie 1 Samuël 2:14, alsmede de schoffelen, waarmee zij de as van het altaar wegnamen. Sommigen denken dat het woord vleeshaken betekent, waarmee zij het vlees uit de pot namen. Ook de besprengbekkens, waarin zij het bloed van de offers deden, waren van koper. Deze zijn genomen voor al de gereedschappen des altaars, Exodus 38:3. Aan dit werk zijnde, hebben zij er zeer vele van gemaakt, opdat er een goede voorraad van aanwezig zou zijn, als die, welke het eerst in gebruik werden genomen, versleten zouden zijn. Aldus heeft Salomo, daar hij het benodigde er voor had, ook voor het nageslacht voorziening gemaakt.