1 Koningen 9:10-14
De overeenkomst tussen Salomo en Hiram toen het bouwwerk begonnen moest worden hebben wij gezien in Hoofdstuk 5. Hier hebben wij een bericht van hun vriendelijke verhouding toen zij scheidden, nadat het werk voltooid was.
1. Hiram heeft in alle opzichten het verdrag trouw uitgevoerd. Hij had Salomo voorzien van materialen naar al zijn begeerte, vers 11, en ook van goud, vers 14. Zover was het van hem om Salomo zijn toenemende grootheid en roem te benijden, of naijverig op hem te zijn, dat hij er het zijne toe bijdroeg om hem groot te maken. Salomo's macht met Salomo's wijsheid behoeft door geen van zijn naburen gevreesd te worden. God eert hem, en daarom zal Hiram hem ook eren.
2. Salomo van zijn kant is de overeenkomst ongetwijfeld ook trouw nagekomen, en gaf aan Hiram spijze voor zijn huis, zoals overeen was gekomen, Hoofdstuk 5:9. Maar hier wordt ons gezegd dat hij hem, behalve dat, nog twintig steden gegeven heeft, (wij kunnen veronderstellen dat het kleine steden waren, zoals die, vermeld in vers 19), in het land van Galilea, vers 11. Het schijnt dat deze aan geen van de stammen Israëls waren toegewezen, (want de grens van Aser naderde er toe, Jozua 19:27, hetgeen aanduidt, dat zij er niet in begrepen waren) maar in de macht van de inboorlingen zijn gebleven, totdat Salomo er zich meester van heeft gemaakt, en ze toen aan Hiram ten geschenke gaf, hun, die groot en goed zijn, betaamt het vrijgevig te zijn. Hiram kwam om deze steden te bezien, maar zij bevielen hem niet, vers 12 zij waren niet recht in zijn ogen. Hij noemde ze het land Kabul, een Fenicisch woord, zegt Josefus, hetwelk betekent: mishagend, vers 13. Daarom gaf hij ze terug aan Salomo, zoals wij zien in 2 Kronieken 8:2, die ze herstelde en er toen de kinderen Israëls in deed wonen, hetgeen aangeeft dat zij er tevoren niet in gewoond hadden. Maar toen Salomo terug ontving wat hij had gegeven, heeft hij het ongetwijfeld aan Hiram vergoed in iets anders. Maar wat zullen wij er van denken? Was Salomo zo krenterig, dat hij aan Hiram gaf wat niet van de moeite waard was om aangenomen te worden? Of was Hiram grillig en gemelijk, en moeilijk te voldoen? Ik ben geneigd er anders over te denken, namelijk dat het land en de steden, die er in waren, wel degelijk van waarde waren, maar niet naar Hirams smaak. De Tyriërs waren kooplieden, die in fraaie huizen woonden en door de zeevaart rijk waren geworden, maar geen land wisten te waarderen, dat geschikt was voor koren en weiden, dat was een beroep, dat buiten hun gezichtskring lag, en daarom verlangde Hiram dat Salomo ze zou terugnemen, hij wist niet wat er mee te doen, en zo hij hem genoegen wenste te doen, laat hem het dan zo doen, dat hij-Hiram-in zijn eigen element bleef, door zijn deelgenoot te worden in de handel, en wij bevinden dat hij dit ook gedaan heeft, vers 27. Hiram, die gewoon was aan de nette, zindelijke straten van Tyrus, kon geen behagen scheppen in de modderige wegen van het land van Kabul, terwijl toch gewoonlijk het beste land de slechtste wegen heeft. Zie hoe de voorzienigheid van God de gemakken en gelegenheden van deze aarde schikt naar de diverse neigingen van de mensen, en de neigingen van de mensen naar de diverse gemakken en gelegenheden van de aarde, en dat alles tot welzijn van het mensdom in het algemeen. Sommigen scheppen behagen in de landbouw, en vragen zich verwonderd af welk genoegen zeelieden kunnen smaken op de onstuimige zee, anderen scheppen evenveel behagen in de zeevaart, en begrijpen niet welk genot akkerlieden kunnen vinden in het vuile land, zoals het land van Kabul. Dat is zo in veel gevallen, waarin wij de wijsheid kunnen opmerken van Hem, wiens alle zielen zijn en alle landen.