1 Koningen 19:19-21
In de orders, die God aan Elia gaf, was Elisa het laatst genoemd, maar hij wordt het eerst geroepen, door hem moesten de twee anderen geroepen worden. Hij moet in Elia's plaats komen, maar Elia is ijverig om hem te verheffen, en is verre van naijverig op zijn opvolger, veeleer verheugt hij zich dat hij het werk Gods in zulke goede handen zal laten
Betreffende Elisa's roeping valt op te merken:
l. Dat het een verrassende roeping was. Elia vond hem door Goddelijke aanwijzing, of misschien is hij tevoren met hem bekend geweest, en wist hij waar hij hem kon vinden. Hij vond hem, niet in de profetenscholen, maar in het veld, niet lezende, noch biddende, noch offeranden offerende, maar ploegende, vers 19. Hoewel hij een vermogend man was (zoals blijkt uit zijn maaltijd, vers 2, eigenaar was van de grond en de ossen, heer was van de dienstknechten, achtte hij het toch geen verkleining voor zich om zelf zijn zaken te doen niet slechts toezicht te houden over zijn dienstknechten, maar zelf zijn handen aan de ploeg te slaan. Luiheid is niemand tot eer, en het landbouwbedrijf is niemand tot schande. Een eerlijk beroep in deze wereld brengt ons volstrekt niet buiten de weg van onze hemelse roeping, evenmin als het Elisa in de weg was, die genomen werd van achter de ploeg om Israël te weiden en het zaad des woords te zaaien, zoals de apostelen van hun vissen geroepen werden om vissers van de mensen te worden. Elisa heeft naar Elia niet gevraagd, zijn roeping voorkwam hem. Wij hebben God lief, en verkiezen Hem, omdat Hij ons eerst verkoren heeft en heeft liefgehad.
2. Dat het een krachtdadige roeping was. Elia heeft slechts zijn mantel op hem geworpen vers 19, ten teken van vriendschap, dat hij hem onder zijn zorg en onderricht zou nemen zoals hij hem onder zijn mantel nam, om een met hem te wezen in hetzelfde gewaad, of ten teken van begiftigd te zijn met de geest van Elia, hij heeft nu iets van zijn eer op hem gelegd, zoals Mozes op Jozua, Numeri 27:20, maar toen Elia naar de hemel ging, ontving hij de hele mantel, 2 Koningen 2:13. En terstond verliet hij de runderen, hij liet ze gaan waarheen zij wilden, en liep Elia na, en verzekerde hem dat hij hem dadelijk ging volgen, vers 20. Een onzichtbare hand raakte zijn hart aan, en heeft hem op onverklaarbare wijze, door een verborgen macht en zonder uitwendige overredingsmiddelen, geneigd om zijn landbouwersbedrijf te verlaten en zich aan de dienst des Heeren te wijden. Het is ten dage van Zijn heirkracht, dat Christus' onderdanen gewillig worden gemaakt, Psalm 110:3, en niemand zou tot Christus komen, zonder aldus getrokken te zijn. Elisa kwam terstond tot een besluit, maar verzocht om een weinig tijd, niet om zijn ouders om verlof te vragen, maar om afscheid van hen te nemen. Dit was geen voorwendsel ten einde uitstel te verkrijgen, zoals Lukas 9:61, waar wij lezen van de man, die begeerde afscheid te gaan nemen van degenen, die in zijn huis zijn, maar slechts een voorbehoud om aan de plicht van de eerbied te kunnen voldoen, die hij aan zijn vader en moeder verschuldigd was. Elia zei hem terug te gaan om dit te doen, hij wilde het hem niet verhinderen, ja meer, indien hij het wilde, kon hij teruggaan en niet tot hem wederkeren. Hij wil geen dwang op hem uitoefenen, hem niet meenemen tegen zijn wil, Iaat hem nederzitten en de kosten overrekenen, en het dan tot zijn eigen vrijwillige daad maken. De kracht van Gods genade bewaart de aangeboren vrijheid van des mensen wil, zodat zij, die goed en Godvruchtig zijn, het zijn door keus en niet door dwang, het zijn geen gepresten, maar vrijwilligers. 3. Dat het hem een lieflijke, aangename roeping was, hetgeen blijkt uit het afscheidsmaal, dat hij voor zijn familie bereidde, vers 21. Toch heeft hij niet alleen al de gemakken en genoegens van zijn vaders huis verlaten, maar zich blootgesteld aan de kwaadwilligheid van Izebel en haar aanhangers, het was een ontmoedigende tijd voor profeten, om als profeten uit te gaan. Iemand, die met vlees en bloed te rade was gegaan, zou niet gesteld zijn geweest op Elia's mantel, noch gaarne zijn rok hebben gedragen. Maar Elisa verlaat blijmoedig alles, om hem te vergezellen. Zo heeft Mattheüs een groten maaltijd aangericht, toen hij het tolhuis verliet om Christus te volgen.
4. Dat het een krachtdadige roeping was. Elia bleef niet op hem wachten, opdat het de schijn niet zou hebben dat hij hem dwong, maar liet hem over aan zijn eigen keus, en weldra stond hij op, en volgde Elia na, hij heeft hem niet alleen vergezeld, maar hij diende hem, was hem ten dienaar, goot water op zijn handen, 2 Koningen 3:11. Het is voor jonge leraren zeer nuttig, om enige tijd door te brengen onder de leiding van hen, die oud en ervaren zien, wier jaren wijsheid leren, en het geen oneer achten om, als de gelegenheid het meebrengt, hen te dienen. Zij, die bekwaam willen zijn om te onderwijzen, moeten tijd hebben om te leren, en zij, die later verhoogd zullen worden, moeten eerst bereid en gewillig zijn om zich neer te buigen en te dienen.