1 Johannes 5:18-21
Hier hebben wij:
I. Een korte samenvatting van de voorrechten en voordelen der gezonde Christelijke gelovigen.
1. Zij zijn verzekerd tegen de zonden, tegen de volheid van hare heerschappij en van haar schuld. Wij weten, dat een iegelijk die uit God geboren is (en die in Christus gelooft is uit God geboren, vers 1) niet zondigt, vers 18, niet zondigt met die overgegevenheid van hart en geest van den onwedergeborene (gelijk in Hoofdstuk 3:6-9 was gezegd) en bijgevolg niet met de volheid van schuld, waarmee anderen zondigen, en daardoor is hij gevrijwaard tegen het begaan van de zonde, die onvermijdelijk tot den dood is, of die onfeilbaar den zondaar gevangen houdt in de strikken van den eeuwigen dood. De nieuwe natuur, en daardoor de inwoning van den Geest Gods, voorkomt het bedrijven van de onvergeeflijke zonde.
2. Zij zijn versterkt tegen de verwoestende pogingen des duivels. Die uit God geboren is, bewaart zich zelven, dat is: hij wordt in staat gesteld zich zelven te bewaren, en de boze vat hem niet, vers 18, dat is: de boze kan hem niet aanraken ten dode. Dit is naar het schijnt geen eenvoudige voorstelling van den plicht en de praktijk van de wedergeborenen, maar ene aanwijzing van hun macht uit hoofde hunner wedergeboorte. Zij zijn daardoor toegerust en in beginsel veilig gesteld tegen de noodlottige slagen, den doodsteek, van den boze, hij raakt hun zielen niet aan, hij kan die niet vergiftigen zoals de anderen, hij kan het beginsel der wedergeboorte, dat het tegenmiddel tegen de werking van zijn vergif is, er niet uitroeien, hij kan hen niet er toe brengen om de zonde te begaan, die ook onder de bedeling der Evangelies onherstelbaar overlevert aan den eeuwigen dood. Hij kan in zoverre de overhand over hen krijgen, dat hij hen tot sommige zondige daden vervoert, maar het schijnt de bedoeling des apostels te zijn te verzekeren, dat hun wedergeboorte hen waarborgt tegen zulke aanvallen van den duivel, als hen in den toestand en onder het vonnis des duivels zouden brengen.
3. Zij zijn aan de zijde Gods, in tegenstelling van den staat der wereld. Wij weten dat wij uit God zijn en dat de gehele wereld ligt in het boze, vers 19. De mensheid is in twee grote partijen of rijken verdeeld, die welke aan God behoort en die welke aan het boze of aan den boze behoort. De Christelijke gelovigen behoren aan God. Zij zijn van God, en uit Hem, en voor Hem. Zij volgen op in de rechten en in de plaats van het oude Israël Gods, van hetwelk gezegd wordt: De Heere is zijn erfdeel, en Jakob is het deel Zijner erfenis, Zijn bezitting in deze wereld, het deel dat Hem naar zijn eigen beschikking door het lot is toe- gevallen, Deuteronomium 32:9, terwijl aan de andere zijde, de gehele wereld, de overigen, verreweg de grote meerderheid, in het boze ligt, in de klauwen, in de ingewanden, van den boze. Er zijn inderdaad, wanneer wij de mensen ieder op zich zelven beschouwen, vele bozen, veel boze geesten, in de hemelse plaatsen of de lucht, maar zij zijn een door hun boze natuur, wijze van handelen, beginselen, en zij zijn verenigd onder een hoofd. Er is een vorst der duivelen en van het duivels rijk. Er is een hoofd van de boosheid en de boze wereld, en hij heeft zoveel invloed dat hij de god dezer wereld genoemd wordt. Het is zonderbaar, dat zulk een machtige geest zo onverzoenlijk tegen den Almachtige en diens belangen ontvlamd is, terwijl hij niet anders weten kon dan dat dit eindigen moest in zijn volkomen nederlaag en eeuwige verdoemenis. Hoe vreeslijk is het oordeel Gods over den boze! Moge de God van de Christelijke wereld voortdurend zijn koninkrijk in deze wereld vernietigen en zielen overbrengen in het koninkrijk van Zijn geliefden Zoon.
4. Zij worden verlicht in de kennis van den waarachtigen eeuwigen God. Doch wij weten dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen, vers 20. "De Zoon van God is in onze wereld gekomen en wij hebben Hem gezien, en kennen Hem door al de bewijzen, die reeds gegeven zijn, Hij heeft ons den waarachtigen God geopenbaard, zie Johannes 1:18, en Hij heeft ons het verstand geopend om deze openbaring te verstaan, innerlijk licht in onze zielen gegeven, waardoor wij de heerlijkheid van den waarachtigen God kunnen onderscheiden, en wij zijn er van verzekerd dat het de waarachtige God is, dien Hij ons geopenbaard heeft. Hij is oneindig verheven boven al de goden der heidenen in reinheid, macht en volkomenheid. Hij bezit al de uitnemendheden, schoonheden en rijkdommen van den levenden en waarachtigen God. Het is dezelfde God, die naar het verhaal van Mozes de hemelen en de aarde gemaakt heeft, dezelfde die onze vaderen, de patriarchen, met zich in een eeuwig verbond nam, dezelfde die onze voorouders uit Egypte leidde, die op den berg Sinaï de vurige wet gaf, die ons de heilige Schriften schonk, en die de roeping en bekering der heidenen beloofde. Door Zijn raad en werken, Zijn liefde en genade, Zijn verschrikkingen en oordelen, weten wij dat Hij, en Hij alleen, in al de volheid van Zijn wezen, is de levende en waarachtige God." Het is een grote gelukzaligheid den waarachtigen God te kennen, Hem te kennen in Christus, het is het eeuwige leven, Johannes 17:3. Het is de heerlijkheid van de Christelijke openbaring, dat zij ons de beste mededeling omtrent den waarachtigen God geeft en ons de beste ogenzalf toedient, opdat wij den waarachtigen God mogen onderkennen.
5. Zij zijn in gelukzalige vereniging met God en met Zijnen Zoon. En wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus, vers 20. De Zoon leidt ons tot den Vader, en wij zijn in beiden, in de liefde en de gunst van beiden, in verbond en vereniging met beiden, in geestelijke vereniging met beiden door de inwoning van hunnen Geest. En opdat gij moogt weten hoe groot dat geluk en die zaligheid zijn, moet gij u herinneren dat deze Waarachtige is de waarachtige God en het eeuwige leven, Of liever nog: want dit schijnt de ware lezing te zijn: Deze Zoon van God is zelf de waarachtige God en het eeuwige leven, Johannes 1:1 en 1 Johannes 2. Zodat door vereniging met een hunner, veel meer nog door vereniging met beiden, wij verenigd zijn met den waarachtigen God en het eeuwige leven.
II. De apostel besluit met de volgende waarschuwing: Kinderkens (dierbare kinderen, zoals het uitgelegd kan worden) bewaart uzelven van de afgoden, vers 21. Omdat gij den waarachtigen God kent, en in Hem zijt, moet uw licht en liefde u bewaren tegen al wat in tegenstelling met Hem aangevoerd of met Hem in vergelijking gebracht wordt. Vliedt van de valse goden der heidenwereld. Zij zijn niet te vergelijken met den God, wiens gij zijt en dien gij dient. Vereert niet uw God door standbeelden en afbeeldingen, die dan in Zijne eer delen. Uw God is een onbegrijpelijke Geest, en wordt door zulke onredelijke voorstellingen onteerd. Hebt geen gemeenschap met uw heidense naasten in hun afgodische verering. Uw God is naijverig en wil dat gij van hen uitgaat en van hen u onderscheiden zult, doodt uw vlees, weest der wereld gekruisigd, opdat dezen niet den troon in uw hart moge overweldigen, die alleen aan God gewijd zijn moet. De God dien gij kent is Hij, die u geschapen heeft, die u door Zijn Zoon verlost heeft, die u Zijn Evangelie gezonden heeft, die u uw zonden vergeven heeft, die u door Zijn Geest voor zich zelven wedergeboren heeft, en u het eeuwige leven gegeven heeft. Hangt Hem aan door het geloof en door liefde en volhardende gehoorzaamheid, in tegenstelling met alle dingen, die uw harten en zielen van dien God willen aftrekken. Dezen levenden en waarachtigen God zij de heerlijkheid en het koninkrijk in alle eeuwigheid. Amen.