1 Johannes 3:11-13
De apostel heeft aangetoond, dat een van de kenmerken van de kinderen des duivels is het haten der broederen. Hij neemt hieruit gelegenheid om:
I. De broederlijke Christelijke liefde aan te bevelen, en dat om haar uitnemendheid, haar oudheid en om den voorrang van het bevel daartoe. Dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt (dit behoort onder de voornaamste delen van het praktische Christendom) dat wij elkaar zouden liefhebben, vers 11. Wij moeten den Heere Jezus liefhebben en Zijne liefde op prijs stellen, en dientengevolge liefhebben allen, die Hij liefheeft, dus al onze broederen in Christus.
II. Te vermijden en te ontraden alles wat daarentegen ingaat, allen onwil jegens de broederen, en zulks door het voorbeeld van Kaïn. Diens afgunst en boosaardigheid moeten ons terughouden van het kweken van dezelfden hartstocht, en wel om deze redenen:
1. Hij toonde dat hij de eerstgeborene van het zaad der Slang was, hij de eerste zoon van den eersten mens, was uit den boze. Hij geleek op den eersten boze, een duivel, en volgde dien na.
2. Zijn onwil werd niet beteugeld, die ging zo ver dat hij een moord beraamde en volvoerde, en dat bij den aanvang der wereld, toen de gaping nog nauwelijks aangevuld kon worden. Hij sloeg zijn broeder dood, vers 12. De zonde, eens toegelaten, kent geen grenzen.
3. Hij ging zo ver en had zoveel van het zaad des duivels in zich, dat hij zijn broeder vermoordde ter oorzake van den godsdienst. Hij was gebelgd over den voorrang van Abels dienst, en benijdde hem de gunst en de aanneming, die hij van God genoot. En daarom maakte hij zijn broeder tot martelaar. En om wat oorzaak sloeg hij hem dood? Omdat zijne werken boos waren, en die van zijn broeder rechtvaardig, vers 12. Onwil zal ons leren haten en wreken wat wij moesten bewonderen en naleven.
III. Te zeggen dat het geen wonder is, dat de godvruchtigen op die wijze behandeld worden. Verwondert u niet, mijne broeders, zo u de wereld haat, vers 12. De slangenaard blijft in de wereld. De grote Slang regeert hier als de god der wereld. Verwondert er u dus niet over als de slangenwereld u haat en tegen u sist, die behoort tot het zaad, dat den kop der Slang vermorzelde.