Romeinen 15:17-21
In deze woorden geeft de apostel enige mededelingen omtrent zich zelven en zijn eigen zaken. Nadat hij zijne bediening en zijn apostelschap genoemd heeft, gaat hij er toe over om die bediening in haar uitoefening te prijzen en tot verheerlijking van God den groten zegen op zijn dienst en de wondervolle dingen, die God door hem gedaan heeft, te vermelden tot aanmoediging van de Christelijke gemeente te Rome. Zij zagen daaruit dat zij niet alleen stonden in de belijdenis van het Christendom, maar ofschoon zij in vergelijking met de grote menigte van hun afgodische naburen, slechts een klein kuddeke waren, toch werden er, hier en ginds in het land, velen gevonden, die hun deelgenoten waren in het koninkrijk en de lijdzaamheid van Jezus Christus. Evenzo was het een krachtige bevestiging van de waarheid der Christelijke leer, dat deze zulk een buitengewoon- voorspoedigen loop had, en zich zo heinde en ver uitbreidde door zulke zwakke en ongeëvenredigde middelen, dat zulke grote menigten gevangen werden tot gehoorzaamheid aan Christus door de dwaasheid der prediking. Daarom doet Paulus hun deze mededelingen, die hij maakt tot een aanleiding tot roem, geen ijdele roem, maar heilige genadige roem, hetgeen duidelijk blijkt uit de bijvoeging: het is door Jezus Christus. Hij verenigt dus al zijn roem op Jezus Christus, en hij leert ons even- zo te handelen, 1 Corinthiërs 1:31. Niet ons, o Heere! Psalm 115:1. En hij roemt in de dingen die God aangaan. De bekering van zielen is een der dingen, die God aangaan, en die is het onderwerp van Paulus roem, niet de dingen van het vlees. Zo heb ik dan roem, vers 17, echo ven kauchesin en Christooi Jêsoe ta pros theon, waarop ik roemen mag. Beter is wellicht het te lezen als volgt: Daarom heb ik ene blijdschap in Christus Jezus (hetzelfde woord wordt gebruikt in 2 Corinthiërs 1:12 en Filippenzen 3:3, waar als een kenmerk van de ware besnijdenis genoemd wordt dat zij roemt (zich verblijdt) kauchoomenoi, in Christus Jezus, ten aanzien van, met betrekking tot, de dingen Gods, of de dingen die Gode geofferd worden, -de levende offeranden der heidenen, vers 16. Paulus verlangt dat zij zich met hem verheugen over de uitgebreidheid en de krachtdadigheid van zijn bediening, over welke hij spreekt niet alleen met den grootst-mogelijken eerbied voor de macht van Christus en de krachtdadige werking van den Heiligen Geest als alles in allen, maar met een plechtige bevestiging van de waarachtigheid zijner woorden, vers 18. Want ik zou niet durven iets zeggen, hetwelk Christus door mij niet gewrocht heeft. Hij wil niet roemen van dingen boven de maat, of den roem aannemen voor het werk van een ander, zoals hij zou kunnen doen in het schrijven aan vreemdelingen op verren afstand, die hem misschien niet konden weerleggen. Hij zegt echter: dat zou ik niet durven doen, een betrouwbaar man durft niet liegen, hoewel hij er toe in verzoeking komt, en durft waar blijven, ofschoon dat hem verschrikking brengt. In deze mededelingen omtrent hem zelven, moeten wij letten op:
I. Zijn onvermoeide ijver en bezigheid in zijn werk. Hij had overvloediger gearbeid dan zij allen.
1. Hij had gepredikt in vele plaatsen. Van Jeruzalem af (vanwaar de wet uitgegaan was als een schijnende lamp) en rondom tot Illyricum toe, vers 19, op vele honderden mijlen afstands van Jeruzalem. Wij hebben in het boek der Handelingen een verhaal van Paulus' reizen. Daar zien wij hoe hij arbeidde nadat hij uitgezonden werd om het Evangelie aan de heidenen te brengen, Handelingen 13.. Eerst ging hij tot dat gezegende werk in Seleucië, Cyprus, Pamphylië, Pisidia en Laodicea, Handelingen 13, 14.. Daarop reisde hij door Syrië en Cilicië, Frygië, Galatië, Mysië, Troas, en werd vandaar geroepen naar Macedonië en dus in Europa, Handelingen 15, 16.. Vervolgens vinden wij hem in Thessalonica, Berea, Athene, Corinthe, Efeze en de omliggende delen ijverig bezig. Zij, die iets weten van de uitgestrektheid van deze landen en van de grote afstanden, zullen zeker tot het besluit komen dat Paulus een werkzaam man was, vrolijk als een sterke held voor den wedloop. Illyricum is het land, dat nu Slavonië heet, op de grens van Hongarije. Sommigen menen dat Bulgarije wordt bedoeld, anderen het zuidelijk deel van Pannonia, in elk geval: het lag op groten afstand van Jeruzalem. Nu kan men er zeker van zijn, dat wanneer Paulus zoveel. werk ondernam, hij het toch niet ten halve uitvoerde. Neen, zegt hij, ik heb het Evangelie van Christus vervuld, ik heb het Evangelie ten volle gepredikt, ik gaf hun een volledige voorstelling van de waarheden en voorwaarden van het Evangelie. Ik heb niets achtergehouden, dat ik niet al den raad Gods zou verkondigd hebben, Handelingen 20:27, niets achterwege gehouden, waarvan de kennis nodig is ter zaligheid. Het Evangelie vervuld, peplêrookenai to evangelion, het volgemaakt, zoals het net bij een goede haal gevuld wordt met vissen, of het Evangelie vervuld, hen met het Evangelie vervuld. Zulk ene verandering brengt het Evangelie teweeg dat, wanneer het in een plaats komt, het die plaats vervult. Andere kennis is nevelachtig en laat de zielen ledig, maar de kennis van het Evangelie vervult ze.
2. Hij predikte in plaatsen, waar het Evangelie vroeger nooit gehoord was, vers 20, 21. Hij brak den maagdelijken grond op, legde op vele plaatsen den eersten steen, en leidde het Christendom in in streken, waar gedurende vele eeuwen niets anders geheerst had dan afgoderij, toverij en allerlei soorten van duivelsdienst. Paulus brak het ijs en het kan dus niet anders of daardoor stuitte hij menigmaal op moeilijkheden en ontmoedigingen in zijn werk. Degenen, die in Judea werkten, hadden in dat opzicht een veel gemakkelijker taak dan Paulus, die de apostel der heidenen was, want zij gingen in tot den arbeid van anderen, Johannes 4:38. Paulus, die een krachtig man was, werd geroepen tot het zwaarste werk, er waren wel onderwijzers, maar Paulus was de grote vader, velen die nat maakten, maar Paulus was de grote planter. Hij was een moedig man, die den eersten aanval deed op de vesting van den sterk-gewapende in de heidenwereld, hij besprong daar het eerst de sterkte van Satans belangen, en Paulus was het, die in vele plaatsen het eerste optreden waagde en er dan ook zwaar voor geleden heeft. Hij vermeldt dit als een bewijs voor zijn apostelschap, want de bediening der apostelen was voornamelijk hen binnen te brengen, die buiten stonden, en zo de grondslagen te leggen voor het nieuwe Jeruzalem, zie Openbaring 21:14. Paulus predikte wel in vele plaatsen, waar anderen reeds gewerkt hadden, maar voornamelijk nam hij het werk ter hand onder hen, die nog in duisternis gezeten waren. Hij vermeed altijd zeer zorgvuldig te bouwen op een fondament, dat een ander gelegd had, ten einde niet daardoor zijn apostelschap in twijfel te doen trekken en aanleiding te geven aan hen, die er op uit waren om aanmerking op hem te maken. Hij haalt hierbij een plaats aan uit Jesaja 52:15. Dewelke van hem niet was geboodschapt, die zullen het zien, en dewelke het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan. De profeet gebruikt bijna dezelfde woorden. En dat maakt de zegen op Paulus prediking des te merkwaardiger. De overgang van de duisternis tot het licht is duidelijker waarneembaar dan de avondschemering en het afnemen van het daglicht. En gewoonlijk heeft het Evangelie in een plaats den meesten invloed bij de eerste verkondiging, later worden de mensen gewoonlijk tegen de prediking bestand.
II. De grote en verwonderlijk-goede uitslag van zijn prediking. Die was krachtdadig geweest tot gehoorzaamheid der heidenen. De bedoeling van het Evangelie is de mensen tot gehoorzaamheid te brengen, niet alleen te maken dat zij de waarheid geloven, maar ook dat zij haar gehoorzamen. Daarop werkte Paulus in al zijn reizen, en niet voor zijn eigen gemak en eer (zo dat zijn doel geweest was dan had hij het jammerlijk gemist!), maar voor de bekering en behoudenis der zielen, daar had hij zijn hart op gezet en daarvoor was hij gestadig in arbeid. En hoe werd nu dit grote werk gewrocht? 1. Christus was de voorname uitvoerder ervan. Hij zegt niet, "hetwelk ik wrocht'"maar: "hetwelk Christus door m ij gewrocht heeft," vers 18. Wat wij ooit goeds doen, wij zijn het niet, maar het is Christus die het door ons doet, het werk is Zijns, de kracht is Zijne, Hij is alles in allen, Hij werkt al ons werken, Filippenzen 2:13, Jesaja 26:12. Paulus grijpt alle gelegenheden aan om dat te erkennen, opdat al de lof aan Christus gebracht moge worden.
2. Paulus was een zeer arbeidzaam werktuig. Met woord en werk, dat is, door zijne prediking en door de wonderen, die hij verrichtte om zijne leer te bevestigen, -of door zijn prediking en zijn leven. Die dienaren hebben de meeste kans zielen te zullen winnen, die prediken beide met woord en werk, die door hun wandel de kracht van de door hen verkondigde waarheid bewijzen. Dit is overeenkomstig het voorbeeld van Christus, die begon beide te doen en te leren, Handelingen 1:1. Door kracht van tekenen en wonderheden, en dunamei sêmeioon, door kracht, of in de kracht, van tekenen en wonderen. Deze maakten de prediking des Woords zo krachtdadig, want zij waren de aangewezen middelen tot overtuiging, en het goddelijk zegel op het Evangelisch getuigschrift, Markus 16:17, 18.
3. Door de kracht van den Geest Gods. Deze maakte het geheel zo krachtdadig en bekroonde het met het gewenste welslagen, vers 19.
A. De kracht van den Geest in Paulus, zowel als in de andere apostelen, voor het werken van deze wondertekenen. De wonderen werden gewrocht door de kracht des Heiligen Geestes, Handelingen 1:8, en daarom is het smaden van de wonderen lasteren tegen den Heiligen Geest. Of:
B. De macht van den Heiligen Geest in de harten dergenen, aan wie het Woord werd verkondigd en die de wonderen zagen, en die deze middelen van uitwerking deden zijn bij sommigen en niet bij anderen. Het is de werking des Geestes, die het onderscheid veroorzaakt. Paulus zelf, hoewel hij zulk een groot prediker was, met al zijn machtige tekenen en wonderen, kon geen enkele ziel gehoorzaam maken dan voorzover de kracht van Gods Geest zijn werk vergezelde. Het was de Geest van den Heere der heirscharen, die de bergen voor Zerubbabel tot een vlak veld maakte. Dit is een aanmoediging voor getrouwe dienaren, welke arbeiden onder een gevoel van grote zwakheid en gebrek, dat het geheel aan den Geest staat te werken door de krachtigen of door de zwakken. Hij is dezelfde Geest, de almachtige Geest, die door Paulus heerlijke krachten werkte juist in diens zwakheid, en die lof toebereidt uit den mond van kinderkens en zuigelingen. De goede gevolgen, die hij op zijne prediking gezien had, zijn hem hier een oorzaak van blijdschap, want de bekeerde volken waren zijne blijdschap en kroon. En hij zegt hun dit, niet alleen opdat zij zich met hem zouden verblijden, maar ook opdat zij des te bereidwilliger zouden zijn om de waarheden aan te nemen, die hij hun geschreven had, en om hem te erkennen, die door Christus op zo buitengewone wijze was erkend.