Filippenzen 3:1-3
Het schijnt dat de gemeente van Filippi, alhoewel een gelovige en bloeiende gemeente, ontroerd werd door Judese leraars, die trachtten de wet van Mozes te doen onderhouden, en haar voorschriften vermengden met de leer en instellingen van Christus. Hij begint dit hoofdstuk met een waarschuwing tegen zulke verleiders.
I. Hij vermaant hen zich te verblijden in den Heere, vers 1, voldaan te blijven met het deel, dat zij aan Hem hadden, en de zegening, die zij van Hem hoopten. Het is het kenmerk en de gesteldheid van oprechte Christenen zich te verblijden in Christus Jezus. Hoe meer wij ons de vertroostingen van onzen godsdienst toe-eigenen, des te meer zullen wij Hem aanhangen, hoe meer wij ons in Christus verblijden, des te gewilliger zullen wij zijn om voor Hem te werken en te lijden, en des te minder gevaar zullen wij lopen van Hem afgetrokken te worden.
De blijdschap des Heeren is onze sterkte, Nehemia 8:10.
II. Hij waarschuwt hen om op hun hoede te zijn tegen valse leraars. Dezelfde dingen aan u te schrijven, is mij niet verdrietig en het is u zeker, dat is: dezelfde dingen, die ik u alreeds verkondigd heb, alsof hij zeggen wilde: "Wat tot uw oren is gebracht zal ik u nu onder de ogen brengen, wat ik vroeger tot u gesproken heb, zal ik u nu schrijven, om u te tonen dat ik niet van gevoelen veranderd ben.
Dat is mij niet verdrietig.
1. Dienaren moeten geen ding verdrietig vinden, waarvan zij reden hebben te geloven dat het voor hun gemeente nuttig en opbouwend is.
2. Het is goed voor ons dikwijls dezelfde waarheden te horen, om de herinnering levendig te houden en den indruk van belangrijke dingen te versterken. Het is ijdele nieuwsgierigheid, wanneer men verlangt telkens iets nieuws te horen. -Hier wordt een nodige waarschuwing gegeven: Ziet op de honden, enz. vers 2. De profeet noemt de valse profeten stomme honden, Jesaja 56:10, en de apostel schijnt aan dat woord te denken. Honden, om hun kwaadaardigheid jegens de getrouwe belijders van het Evangelie van Christus, die tegen hen blaffen en hen bijten. Zij verhieven goede werken in tegenstelling met het geloof in Christus, maar Paulus noemt hen kwade arbeiders. Zij beroemden zich er op uit de besnijdenis te zijn, maar hij noemt hen de versnijding. Zij trokken en scheurden de gemeente van Christus en sneden haar in stukken, en ijverden voor een afgeschafte plechtigheid, een onbetekenend snijden in het vlees.
III. Hij beschrijft de ware Christenen, die de echte besnijdenis zijn, de geestelijke besnijdenis, het afgezonderd volk van God, die met Hem in het verbond staan, evenals de Oud-Testamentische Israëlieten. Wij zijn de besnijding, wij die God in den Geest dienen en in Christus Jezus roemen, en niet in het vlees betrouwen, vers 3. Hier zijn drie kenmerken.
1. Zij dienen (aanbidden) in den Geest, in tegenstelling met de vleselijke voorschriften van het Oude Testament, die bestonden in spijzen, en dranken, en verscheidene wassingen enz. Het Christendom neemt die dingen ons van de schouders, en leert ons inwendig met God omgaan in al onze plichten van aanbidding. Wij moeten God aanbidden in geest, Johannes 4:24. Het werk van den godsdienst mag zich niet verder uitstrekken dan het hart er bij betrokken is. Al wat wij doen, moeten wij van harte doen als den Heere, en wij moeten God aanbidden door de kracht en genade van den Heiligen Geest, die het kenmerk is van de bedeling des Evangelies, de bediening des Geestes, 2 Corinthiërs 3:8.
2. Zij roemen in Christus Jezus en niet in de bijzondere voorschriften van de Joodse kerk, of hetgeen daarmee in de Christelijke gemeente overeenkomt-bloot-uitwendige ceremoniën en verrichtingen. Zij roemen in hun betrekking tot Christus en hun deel aan Hem. God stelde den Israëlieten ten plicht zich in Zijn huis voor Zijn aangezicht te verheugen, maar nu het wezen gekomen is, heeft de schaduw afgedaan en roemen wij alleen in Christus Jezus.
3. Zij betrouwen niet in het vlees, in deze vleselijke instellingen en uitwendige voorschriften. Wij moeten afgebracht worden van alle vertrouwen op onze eigen gronden, en alleen bouwen op Christus Jezus, de eeuwige Rotssteen. Ons vertrouwen, zowel als onze roem, is alleen in Hem.