22. Want, en daarom juist moet gij niet toornig op hem worden, uw hart heeft ook veelmalen bekend, en uw geweten getuigt het, dat gij ook anderen gevloekt hebt, hun uit bitterheid kwaad toegewenst, en alzo het achste gebod overtreden hebt. Daarom, wanneer de mensen kwaad van u spreken, laat het u dan veeleer tot zelfonderzoek leiden; in het algemeen echter wend uw hart van de mensen af, om het tot God te keren, en streef naar die rust, die in alles Gods bestuur erkent.
23.
III. Vers 23-Hoofdstuk 8:15. In de vorige afdeling heeft de Prediker uiteengezet, waarin de ware levenswijsheid bestaat, die den mens gelukkig kan maken. Nu laat hij de beschrijving volgen van die grote verzoekingen, waaraan een ieder blootgesteld is, die begonnen is den weg dezer wijsheid te bewandelen, en waarop hij ondanks deze verzoekingen zal moeten voortgaan, indien hij zich niet in het verderf wil storten.
1) Boven alles moet de wijze zich wachten voor de verleidingen der ontucht; het gevaar is groot, want het verderf onder de mannen elk vrouwen is algemeen (Vers 23-29). -2) Daarna eist het zowel de wijsheid, als in het bijzonder de afgelegde eed, om elk aanzoek tot opstand tegen de bestaande machten van de hand te wijzen, omdat de Overheid ene ordening van God is, die ze niet ongestraft laat omverwerpen (Hoofdstuk 8:1-8). -Eindelijk moet de wijze zich onthouden van alle ongerechtigheid en onderdrukking; want, al schijnt het tegendeel, eenmaal ontvangen zij toch allen hun rechtvaardige straf van God (Vers 9-13). Elk dezer drie delen wordt door ene algemene inleiding over de hoge waarde der wijsheid voorafgegaan.