23. Dit alles, wat ik in de vorige afdeling (
Vers 1-
23), hun die in dit leven gelukkig en tevreden willen leven, heb geleerd en aangeraden, heb ik ook zelf in mijn leven met wijsheid verzocht en bevonden, 1) dat het de proef kon doorstaan. Ik zei: Ik zal wijsheid bekomen, maar zij was, zij bleef ondanks mijn zoeken nog verre van mij; want ofschoon ik enige vorderingen op den weg der wijsheid maakte, hare volle hemelse gedaante en heerlijkheid heb ik nog niet gezien en zolang ik met dit lichaam des doods omkleed blijf, zal ik er ook nimmer toe geraken, hare goddelijke diepten te peilen en te doorgronden (
1 Corinthiërs 13:9.
Filippenzen 3:12). 1) Zij zijn de beste leermeesters, die zelven ondervonden hebben, wat zij anderen voorhouden.
Hij bezat alzo de wijsheid tot een zekere hoogte en deelsgewijze; zijn in dit ééne woord, ik zal wijsheid bekomen, zich te zamen vattende voornemen ging echter daarop uit, haar volkomen en geheel en al te bezitten..
Wijsheid bekomen, of wijs worden, in den zin van, doordringen tot de diepste raadselen des levens, oplossen de hoogste levensvragen en de zwaarwichtigste leerstukken omtrent het heden en de toekomst, het hier en het hier namaals te weten, te zoeken en te verklaren. Wat hij echter verwacht verkreeg hij niet. Evenmin Job (Hoofdstuk 28:12-22) de wijsheid in dezen zin kon bemachtigen, evenmin de Prediker. Ook wat de meest begaafde kan leveren, is slechts stukwerk.