Openbaring 20:11-15
De volkomen vernietiging van het rijk des duivels voert zeer geleidelijk tot een verhaal van den dag des oordeels, waarop voor iedere mens zijn toestand voor de eeuwigheid zal beslist worden. Wij kunnen er zeker van zijn dat er een oordeel volgen zal, nu wij zien dat de overste dezer wereld geoordeeld is, Johannes 16:11. Er komt een grote dag, een dag, waarop wij allen zullen geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus. De Heere geven ons standvastig aan de leer van het laatste oordeel vast te houden. Het was de leer, die Felix deed sidderen. Wij hebben hier ene beschrijving ervan. Merk op:
1. Wij zien een troon, een rechtbank, groot en wit, zeer heerlijk en volmaakt rechtvaardig.
De stoel der schadelijkheden, die moeite verdicht bij inzetting, heeft geen gemeenschap met dezen gerechtigen troon des gerichts.
2. De verschijning van den Rechter, den Heere Jezus Christus, die dan met zoveel majesteit en verschrikking zal bekleed zijn dat de aarde en de hemel voor Zijn aangezicht wegvloden en er geen plaats voor hen gevonden werd. Er volgt ontbinding van het gehele samenstel der natuur, 2 Pet. 3:10.
3. De personen, die geoordeeld zullen worden, vers 12. De doden, klein en groot, dat is, jong en oud, hoog en laag, arm en rijk. Niemand is zo gering of hij heeft een talent te verantwoorden, niemand is zo voornaam dat hij zich aan deze rechtbank onttrekken kan. Niet alleen verschijnen zij, die tot op de wederkomst van Christus levend overgebleven zijn, maar ook alle reeds gestorvenen. Het graf zal de lichamen der mensen wedergeven, de hel levert de zielen der goddelozen uit, en de zee brengt de ontelbaren boven, die in haar verloren schenen. Die drie plaatsen zijn de gevangenissen des konings en Hij zal ze noodzaken haar gevangenen weer te geven.
4. De regel van het oordeel vastgesteld. De boeken werden geopend. Welke boeken? Het boek van Gods alwetendheid, dat meer bevat dan onze gewetens, dat alles bevat (er is een boek der gedachtenis voor Zijn aangezicht, beide voor de goeden en voor de kwaden). Het boek van het geweten van iedere zondaar, dat vroeger wel gesloten was maar nu geopend wordt. En een ander boek werd geopend, het boek der Schrift, het grondwetboek van den hemel, den regel des levens. Dat boek wordt geopend omdat het de wet bevat, den toetssteen, waaraan het hart en de wandel van iedere mens getoetst wordt. Dit boek stelt de regels van het recht vast, gelijk het andere boek de daden mededeelt. Sommigen verstaan onder dat andere boek, dat het boek des levens genoemd wordt, het boek van Gods eeuwige raadsbesluiten, maar dat behoort naar het schijnt niet bij de zaken, die het oordeel betreffen. In Gods eeuwige verkiezing handelt Hij niet als rechter, maar uit algehele vrijmacht.
5. Elk geval wordt onderzocht, dat is de werken der mensen, naar zij gedaan hebben, hetzij goed, hetzij kwaad. Naar hun werken zullen zij gerechtvaardigd of veroordeeld worden, want ofschoon God hun staat en beginselen kent en daar in hoofdzaak op let, toch zal Hij, om zich voor engelen en mensen een rechtvaardig God te bewijzen, hun beginselen aan hun daden toetsen, en zo zal Hij gerechtvaardigd worden in Zijn woorden en overwinnen wanneer Hij oordeelt. 6. De uitslag van het verhoor en het vonnis. Dat zal zijn overeenkomstig de bewijzen der handelingen en de regelen van het recht. Allen, die een verbond met den dood en een voorzichtig verdrag met de hel gemaakt hebben, zullen met hun helse bondgenoten veroordeeld worden en met hen geworpen in den poel des vuurs, als zijnde niet gerechtigd tot het eeuwige leven, volgens de regelen van het leven in de Schrift neergelegd. Maar zij, wier namen in dat boek geschreven zijn, dat is zij, die door het Evangelie gerechtvaardigd en aangenomen zijn, zullen dan door den Rechter gerechtvaardigd en vrijgesproken worden en ingaan ten eeuwigen leven, zonder enige verdere vrees voor den dood, of de hel, of de goddelozen, die dan allen tezamen vernietigd zullen worden. Dat het ons de grootste belangstelling inboezeme op welken voet wij staan met onzen Bijbel, of die ons nu rechtvaardigt of veroordeelt, want daarnaar zal de Rechter oordelen.
Christus zal alle verborgenheden van de mensen oordelen naar mijn Evangelie. Gelukkig zij, die hun staat hebben geordend en vastgemaakt overeenkomstig het Evangelie, zodat zij reeds tevoren weten, dat zij in den groten dag des Heeren gerechtvaardigd zullen worden.