19. En de tempel van God, waaruit daarna de engelen, die de zeven plagen hadden, zouden voortgaan (
Hoofdstuk 15:5), de tempel in de hemel is geopend geworden na het lofgezang van de hemelse legerschaar (
Vers 15) en het dankgebed van de ouderlingen (
Vers 11 v.), ten teken dat God ook werkelijk onder de zevende bazuin zou volbrengen, wat zo-even werd voorgesteld als reeds tot Zijn eer verwezenlijkt. En de ark van Zijn verbond, die in het heilige der heiligen stond, is gezien in zijn tempel; en er kwamen bliksems en stemmen en donderslagen, evenals in
Hoofdstuk 4:5 en aardbeving en grote hagel, evenals in
Hoofdstuk 16:18,
Het zichtbaar worden van de ark des verbonds in de hemelse tempel van God, juist bij het begin van de zevende bazuin, betekent niet anders dan de volkomen openbaring, zowel van Zijn rechtvaardig oordeel aan Zijn tegenstanders, als van Zijn genade en eeuwige verbondstrouw jegens allen, die door het bloed van het verbond met Hem in gemeenschap staan. Evenals eens voor het volk van Israël, toen het in de strijd trok, de ark des verbonds werd gedragen, ten teken van de zegenende tegenwoordigheid van de Heere, zo heeft het volk van God ook in zijn laatste strijden, als de zevende bazuin klinkt, zijn ark des verbonds, die, Gode zij dank! nooit in de handen van de Filistijnen kan vallen, maar wel verheven staat in het hemelse heiligdom en die evenwel het geloof altijd voor ogen heeft. Het is de volkomen verzoening met God door Jezus Christus en het daarop rustende eeuwige genadeverbond van God, dat ook door de stormen van de laatste tijd niet wordt omvergeworpen, maar integendeel door middel daarvan tot zijn volle verwezenlijking en openbaring komt. En evenals eens van de ark des verbonds van Israël schrik en verderf uitging over alle onbesnedenen en onreinen, zoals de daarin bewaarde wet onder donder en bliksem van de Sinaï weerklonk, zo was ook voor het nieuwe heidendom van de laatste tijd de heiligheid en gerechtigheid van God in de oordelen van God tot een verterend vuur. Maar inzonderheid zal het gericht van de zevende schaal het vreselijkste, meest omvattende aller oordelen van God zijn; door bliksemen, stemmen en donderslagen is het als gericht aan andere gelijk; door aardbeving van onderen en grote hagel van boven als een gericht van hele vernietiging en verwoesting voorgesteld, zoals dat later nader wordt geopenbaard.
Voor de blik van Johannes is het Heilige en het Heilige der Heiligen van de hemelse tempel geopend. Het voorhangsel is weggenomen, dat het ene van het andere scheidde, want de ark des Verbonds is zichtbaar als een zinnebeeld voor de gelovigen, dat de Heere, Zijn Verbond gedachtig, de Zijnen zal verlossen uit de hand van hun vijanden, opdat zij Hem dienen zonder vrees, eeuwig en altoos. Vijf tekenen strekken tot zinnebeelden van het jongste gericht: bliksems, stemmen, donderslagen, aardbeving en hagel, zoals elders, betekent ook hier het vijftal iets onvolkomens, iets onvoltooids, zodat hier nog geen volledige voorstelling van het jongste gericht gevonden wordt, maar deze eerst in de volgende taferelen zal gegeven worden. Dezelfde betekenis heeft het vijftal ook later. Toen de toekomstige oordelen nog slechts werden aangekondigd, werden de "stemmen" en "donderslagen" het eerst genoemd; hier, waar wij op de schouwplaats van het gericht zelf gevoerd worden, staan de "bliksemen" aan het hoofd, wegens de vernietiging, die dit jongste oordeel over de goddelozen brengt. Bovendien wordt er de "hagel" bijgevoegd, die nergens voorkomt als teken van een aankondiging en bedreiging, maar altijd slechts daar vermeld wordt, waar het oordeel als tegenwoordig verschijnt. Ook elders, waar dit eveneens plaats heeft, staan ook de bliksems eerst en de hagel het laatst. Reeds in het Oude Verbond komt de hagel vaker voor als een beeld van het goddelijke gericht. De "aardbeving" is een aanduiding van de verbrijzeling en vernietiging van de tegen God vijandige wereldheerschappij. Als wij ons voorstellen, het onherstelbare van het lot van degenen, die zich afkeren van Hem, die van de hemelen is, hoezeer moeten wij dan voelen het nadrukkelijke van de roepstem: "terwijl het nog heden voor u genoemd wordt, verhard uw harten niet! " Zie, voor het geloofsoog van Johannes stond de ark des Verbonds zichtbaar, die geheimzinnige ark, die onder Israël het zinnebeeld was van de heerlijkheid van de Heere; dat herinnert ons ernstig het woord van de gewijde schrijver: "Als zij niet zijn ontvlucht, die degene verwierpen, die op aarde goddelijke antwoorden gaf, hoeveel te minder wij, als wij ons afkeren van Hem, die van de hemelen is. " Zie, broeders, u bent niet gekomen tot de tastelijke berg en het brandende vuur en de donkerheid en de duisternis en het onweer en tot het geklank van de bazuin en de stem van de woorden, die, die ze hoorden, baden, dat het woord tot hen niet meer zou gedaan worden. Maar u bent gekomen tot de berg Sion en de stad van de levenden van God, tot het hemelse Jeruzalem en de vele duizenden van de engelen; tot de algemene vergadering en de gemeente van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn en tot God, de Rechter over allen en de geesten van de volmaakt rechtvaardigen en tot de Middelaar van het Nieuwe Testament, Jezus en het bloed van de besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel. Zie dan toe, ja, zie ernstig, zorgvuldig, aanhoudend toe, dat u Die, die tot u spreekt, niet verwerpt.
Alles, waarom de strijdende Kerk van God "tempel" heet, past meer ten volle op de zegepralende. God is bij deze zo nauw tegenwoordig, dat er zelfs geen uitwendige schijn van afzijn te vinden is. Hij wordt er allervolmaaktst gediend. Hij wordt geopend gezien, ten blijke, dat het gebouw volmaakt is en dat de heerlijkheid aan aller ogen getoond wordt.
Dit is een visioen of gezicht, want in de hemel is geen tempel. Het is een zinspeling op de Joodse tempel, die in de tijden van goddeloze koningen verwaarloosd en gesloten werd, maar toen er weer godzalige koningen waren, werd de tempel weer geopend en de ware godsdienst hersteld. Zo zou het ook gaan onder de zevende bazuin. De ware godsdienst was in de 1260 dagen van de heerschappij van de antichrist in de Kerk verwaarloosd, onderdrukt en als gesloten, zodat men bijna geen vergaderingen waarin God naar Zijn wil gediend werd, kon hebben; maar onder de zevende bazuin werd de zuivere godsdienst weer hersteld en openlijk geoefend. De Heere Jezus, de ark des Verbonds en Zijn voldoening tot verzoening van de zonden was in de vorige dagen bedekt; niet gebruikt, maar men liep tot bijgelovigheden en afgoderij, om daardoor verzoening te bekomen. Maar in de dagen van de zevende bazuin wordt Christus en de verzoening door Hem duidelijk gepredikt, gekend en gebruikt. Ofschoon de Kerk zo heerlijk voor de dag zou komen, zou de anti-christ niet meteen vernietigd worden. Schoon hij niet meer heerste over de Kerk, zou hij nochtans heersende blijven over zijn volk en al zijn kracht en listen in het werk stellen om de Kerk weer onder zijn geweld te krijgen. Al was de Kerk van Babel uitgegaan, zo zou zij nochtans niet meteen in vrede zijn en in de heerlijke staat komen, waarvan in de Heilige Schrift zoveel gesproken is, maar zij zou te strijden hebben tegen de antichrist. Daar waren bliksems, stemmen en donderslagen, aardbeving en grote hagel. Vervaarlijke voorvallen, die de mensen doen schrikken en beven. Terwijl de Kerk in strijd was tegen de anti-christ zouden er grote beroeringen en omkeringen en oordelen komen, niet alleen over de anti-christ, door het uitgieten van de zeven schalen, maar ook over de Kerk, zoals de ondervinding geleerd heeft. Want sinds de hervorming is uitgebroken, heeft de Kerk veel te lijden gehad. Het bloed van de heiligen is van die tijd af vergoten als water, zodat Alstedius aantekent, dat er van het jaar 1540 tot zijn tijd 900. 000 martelaren gedood zijn. De moord van Parijs, de moord in Ierland, de achttien duizend in Nederland door beulshanden omgebracht, de vaker herhaalde moorden in de valleien van Piëmont, het uitroeien van de Kerk in Boheme, Moravië, Silezië, Hongarije en Frankrijk, zijn overvloedige bewijzen van de ellenden, die over de Kerk gekomen zijn. En wie zal zeggen, wat zij nog te lijden zal hebben en hoe zij nog afgekort zal worden, eer zij in een heerlijke en vreedzame staat zal komen? Zodat de Kerk van de tijd van de hervorming af tot op het duizendjarig rijk geen rust gehad heeft noch hebben zal; maar zij zal openbaar blijven strijden tegen de anti-christ en hem ten slotte overwinnen.