Lukas 9:37-42
In Mattheus en Markus volgt deze gebeurtenis onmiddellijk op Christus gedaanteverandering en Zijn gesprek daarna met de discipelen, maar hier wordt gezegd, dat het was daags daaraan, als zij van den berg afkwamen, hetgeen ene bevestiging is van het vermoeden, dat de verheerlijking van Christus op den berg in den nacht heeft plaatsgehad, en het schijnt dat zij, hoewel zij gene tabernakelen maakten, zoals Petrus had voorgesteld, toch enige beschutting gevonden hebben om te kunnen rusten gedurende dien nacht, want het was niet voor den volgenden dag, dat zij van den berg afkwamen, en toen vond Hij enige wanorde onder Zijne discipelen, hoewel zij niet zo erg was, als die Mozes vond toen hij van den berg afkwam. Als wijze en vrome mensen in hun geliefde afzondering zijn, dan zullen zij goed doen met eens te bedenken, of hun tegenwoordigheid ook wellicht op hun openbare standplaats wordt vereist. Merk op in dit verhaal:
1. Hoe ijverig het volk was om Christus bij Zijne terugkomst te ontvangen. Hoewel Hij slechts kort afwezig was geweest, kwam Hem een grote schare tegemoet, gelijk op andere tijden een grote schare Hem volgde, want aldus was het van Hem voorzegd: Tot Hem zullen de volken vergaderd worden.
2. Hoe dringend de vader van het maanzieke kind bij Christus aanhield om hulp, vers 38 :Ik bid U, zie toch mijn zoon aan, dat is zijn verzoek, en het is zeer bescheiden, een medelijdende blik van Christus is genoeg om alles in orde te brengen. Laat ons ons zelven en onze kinderen tot Christus brengen om door Hem te worden aangezien. Hij pleit er op dat hij zijn enig kind is. Zij, die veel kinderen hebben, kunnen tegen de beproeving, die zij hebben in het ene, de vertroosting doen opwegen, die zij hebben in de andere, maar als het een enig kind is, dat is een grievend leed, de beproeving hierin kan opgewogen worden door de liefde van God, die Zijn eniggeboren Zoon voor ons heeft overgegeven.
3. Hoe treurig de toestand was van het kind, vers 39. Hij was onder de macht van een bozen geest, die hem nam, en krankheden van dien aard zijn schrikkelijker dan die, welke uit bloot-natuurlijke oorzaken voortkomen. Als de aanval over hem kwam, zonder enig teken van waarschuwing, dan riep hij plotseling, en menigmaal hebben zijne kreten het hart van zijn liefhebbenden vader verscheurd. Deze boze geest scheurde hem, en verpletterde hem, en week nauwelijks van hem, en niet anders dan met een dodelijken greep, als het ware, bij het heengaan. O hoe zwaar zijn de beproevingen der beproefden in deze wereld! En welk een kwaad doet Satan aan hen. die hij bezit! Maar zalig zij, die toegang hebben tot Christus!
4. Hoe onvolkomen het geloof was der discipelen. Ofschoon Christus hun macht had gegeven over onreine geesten, konden zij toch dezen bozen geest niet uitwerpen, vers 40. Zij hebben of de macht mistrouwd, van waar hun kracht moest komen, of de opdracht, die hun was gegeven, of zij hebben zich niet naar behoren geoefend in het gebed, hierom worden zij door Christus bestraft. O ongelovig en verkeerd geslacht. Dr. Clarke vat dit op als gesproken tot de discipelen: "Zult gij nog zo ongelovig zijn en zo vol van wantrouwen, dat gij de opdracht, die Ik u gaf, niet kunt uitvoeren?"
5. Hoe afdoend en volkomen de genezing was, die Christus aan dit kind heeft gewrocht, vers 42. Christus kan voor ons doen wat de discipelen niet kunnen: Jezus bestrafte den onreinen geest toen hij hem het meest kwelde en scheurde. De duivel wierp het kind neer en scheurde hem, verwrong hem, alsof hij hem in stukken wilde scheuren. Maar een enkel woord van Christus maakte het kind gezond, en herstelde de schade, die de duivel hem had toegebracht. En er wordt hier bijgevoegd, dat Hij hem zijn vader wedergaf. Als onze kinderen uit ziekte worden hersteld, moeten wij hen beschouwen, als aan ons teruggegeven, hen ontvangen als levend uit de doden, en zoals toen wij hen voor het eerst ontvingen. Het is troostrijk om hen uit de hand van Christus te ontvangen, Hem ze ons te zien wedergeven: "Hier, neem dit kind, en wees dankbaar, neem het, en voed het op voor Mij, want gij hebt het van Mij terugontvangen. Neem het, maar stel er uw hart niet te veel op." Met waarschuwingen als dezen behoren ouders hun kinderen uit Christus' handen te ontvangen, om hen dan weer met vertroosting in het hart in Zijne handen over te geven.