Jozua 4:20-24
De twaalf stenen, die neergelegd waren te Gilgal, vers 8, worden hier opgericht, hetzij opgestapeld, de een op de ander, maar toch zo, dat zij goed van elkaar onderscheiden en geteld konden worden, of wel in een rij, naast elkaar, want als zij opgericht zijn, worden zij niet een hoop van stenen genoemd, maar die stenen.
I. Hier wordt uitgegaan van de vaste veronderstelling, dat het nageslacht naar de betekenis er van zal vragen, begrijpende, dat zij daar waren opgericht ter gedachtenis. "Uw kinderen zullen hun vaderen vragen, (immers, aan wie anders zullen zij het vragen?) Wat zijn deze stenen?" Zij, die wijs willen wezen als zij oud zijn, moeten weetgierig wezen als zij jong zijn. Onze Heere Jezus heeft, hoewel Hij de volheid van de kennis had in zichzelf, door Zijn voorbeeld kinderen en jonge lieden geleerd te horen en te vragen, Lukas 2:46. Toen Johannes dopende was in de Jordaan te Bethabara (het huis van de overtocht, waar het volk is overgetrokken) heeft hij misschien naar deze zelfde stenen gewezen, zeggende: "God kan uit deze stenen (die het eerst door de twaalf stammen werden opgericht) Abraham kinderen verwekken." Daar de stenen een gedachtenis waren aan de wonderen, kon de vraag van de kinderen gelegenheid geven om ze te verhalen, maar onze Heiland zegt, Lukas 19:40, "Zo de kinderen zwijgen, zullen de stenen haast roepen," want op de een of andere wijze zal de Heere in Zijn wonderwerken worden verheerlijkt.
II. Aan de ouders wordt hier gezegd welk antwoord te geven op deze vraag, vers 22. "Gij zult uw kinderen te kennen geven, wat gij zelf vernomen hebt uit het geschreven woord en van uw vaderen." Het is de plicht van de ouders om hun kinderen op tijd bekend te maken met het woord en de werken Gods, opdat zij opgeleid, onderwezen worden in de weg, die zij te gaan hebben, Spreuken 22:6.
1. Zij moeten hun kinderen bekendmaken, dat de Jordaan voor het aangezicht van de kinderen Israëls achterwaarts werd gedreven, en dat zij op het droge door deze Jordaan zijn gegaan, en dat hier de plaats was, waar zij overgegaan waren. Zij zagen hoe diep en sterk een stroom de Jordaan nu was, maar de Goddelijke macht deed haar stilstaan, zelfs toen zij aan al haar oevers vol was-"en dit voor u, die zolang daarna leeft." Gods barmhartigheden aan onze vaderen waren barmhartigheden voor ons, en wij moeten van alle gelegenheden gebruik maken, om de grote dingen te gedenken, die God in de dagen vanouds voor onze vaderen gedaan heeft. De aldus gekenmerkte plaats zou een herinnering voor hen zijn. Israël is over deze Jordaan gekomen. Een lokale herinnering zal hun van nut wezen, en het aanschouwen van de plaats zou hen herinneren aan hetgeen hier gedaan was. En niet alleen de inwoners des lands, maar ook vreemdelingen en reizigers zullen deze stenen aanzien en onderricht ontvangen. Na de bezichtiging van deze stenen zullen velen hun Bijbels ter hand nemen, en er de geschiedenis lezen van dit wonderwerk, en sommigen zullen na het lezen van de geschiedenis hoewel zij op een afstand er van wonen, zich opgewekt gevoelen om er heen te reizen en de stenen te gaan zien.
2. Zij moeten die gelegenheid aangrijpen om hun kinderen te verhalen van het uitdrogen van de Rode Zee veertig jaren tevoren, "gelijk als de Heere, uw God, aan de Schelfzee gedaan heeft." Het verheerlijkt grotelijks latere zegeningen om ze te vergelijken met vroegere zegeningen want door die vergelijking blijkt dat God dezelfde is gisteren, en heden, en tot in eeuwigheid. Latere zegeningen moeten de vorigen in de herinnering terugroepen, en onze dankbaarheid er voor verlevendigen. 3. Zij moeten trachten een goed gebruik te maken van deze wonderwerken waarvan de kennis hun aldus zorgvuldig werd overgeleverd, vers 24.
a. Hierdoor werd de macht van God verheerlijkt. Geheel de wereld was overtuigd-of kon overtuigd zijn, dat de hand des Heeren sterk is, dat niets te moeilijk voor God is om te doen, en dat geen macht, zelfs niet die van de natuur zelf, verhinderen kan wat God wil tot stand brengen. De uitreddingen van Gods volk zijn voor alle volken leringen, en waarschuwingen om niet met Gods almacht te strijden.
b. Het volk van God werd opgewekt en aangemoedigd om in Zijn dienst te volharden: opdat gijlieden de Heere, uw God, vreest alle dagen, en bijgevolg uw plicht jegens Hem volbrengt, alle dagen. "iederen dag, al de dagen uws levens, en uw zaad tot in alle geslachten." De herinnering aan dit wonderwerk zal hen krachtdadig terughouden van andere goden te dienen, en hen nopen te blijven en overvloedig te zijn in de dienst van hun eigen God. Bij alles wat ouders hun kinderen leren en mededelen moeten zij voornamelijk dit op het oog hebben: hen te leren en op te wekken om God ten allen tijde te vrezen. Ernstige Godsvrucht is de beste geleerdheid.