Handelingen 20:7-12
Wij hebben hier een bericht omtrent hetgeen er op den laatsten dag van Paulus' verblijf te Troas is voorgevallen.
I. Er was een plechtige Godsdienstige bijeenkomst van de Christenen te dier plaatse, overeenkomstig hun vaste gewoonte, en de gewoonte in alle de gemeenten.
1. De discipelen kwamen bijeen, vers 7. Hoewel zij ieder afzonderlijk de Schrift lazen en overdachten, baden en psalmen zongen, en alzo hun gemeenschap met God onderhielden, was dit toch niet genoeg, zij moeten bijeen komen, ter gemeenschappelijke Godsverering, aldus gemeenschap met elkaar onderhouden door elkaar hulp en steun te verlenen, en van hun geestelijke gemeenschap te getuigen met alle goede Christenen. Er behoren voor de discipelen van Christus vastgestelde tijden van samenkomst te wezen, als zij allen niet op ene plaats bijeen kunnen komen, moeten er toch zo velen bijeen komen als mogelijk is.
2. Zij zijn op den eersten dag der week bijeengekomen, dien zij Dag des Heeren noemden, Openbaring 1:10, den Christelijken sabbat, gevierd tot eer van Christus en den Heiligen Geest, ter gedachtenis van Christus' opstanding, en de uitstorting des Geestes, welke beiden op den eersten dag der week plaats hadden. Deze wordt hier gezegd de dag te zijn, waarop de discipelen bijeen kwamen, dat is: wanneer het in alle gemeenten de gewoonte was bijeen te komen. De eerste dag der week behoort door alle discipelen van Christus waargenomen te worden, het is een teken tussen Christus en hen, want daaraan wordt het bekend, dat zij Zijne discipelen zijn. En hij moet waargenomen worden in plechtige bijeenkomsten, die als het ware een hof zijn, gehouden door Zijne dienstknechten in den naam van den Heere Jezus en ter Zijner ere, en waar allen, die Hem toebehoren, moeten komen om Hem hulde en dienst te bewijzen, en de eerste dag der week is vastgesteld om hof-dag te zijn,
3. Zij waren vergaderd in ene opperzaal, vers 8. Zij hadden geen tempel of synagoge om in te vergaderen, geen ruim, statig gebouw, slechts ene zolderkamer in een particulier huis. Zij waren weinigen in getal en hadden gene behoefte aan ene grote vergaderzaal, en zij waren ook te arm om er een te bouwen, maar toch kwamen zij in die armoedige, ongeriefelijke plaats bij elkaar. Het zal onze afwezigheid van Godsdienstige bijeenkomsten niet verontschuldigen, dat zij gehouden worden in plaatsen, die niet zo geriefelijk en voegzaam zijn als wij wel wensen.
4. Zij waren bijeengekomen om brood te breken, dat is: om de inzetting van des Heeren Avondmaal te vieren, dit ene teken van brood te breken genomen zijnde voor al het overige.
Het brood, dat wij breken, is ene gemeenschap des lichaams van Christus, 1 Corinthiërs 10:16. In het breken des broods wordt niet slechts gedachtenis gevierd van het verbreken van Christus' lichaam voor ons, om een offer te zijn voor onze zonden, maar het is ook ene aanduiding van het verbreken van Christus' lichaam om voedsel te zijn voor onze ziel. In de eerste eeuwen der Christelijke kerk was het in vele gemeenten gebruikelijk om op iedere dag des Heeren het Avondmaal te bedienen, om aldus beide des Heeren dood en Zijne opstanding te gedenken in de plechtige bijeenkomst en aldus getuigenis af te leggen van hun eenheid in hetzelfde geloof en dezelfde aanbidding. II. In deze bijeenkomst heeft Paulus een zeer uitvoerige leerrede voor hen gehouden, het was zijne afscheidsrede, vers 7.
1. Hij handelde met hen, dat is: hij predikte voor hen. Hoewel zij reeds discipelen waren, was het toch zeer nodig, dat hun het woord Gods gepredikt werd, ten einde hen te doen toenemen in kennis en genade. Merk op, dat de bediening der sacramenten vergezeld moet wezen door de prediking van het Evangelie.
Mozes las het boek des verbonds voor de oren des volks, en toen nam hij het bloed en sprengde het op het volk, en zei: Zie, dit is het bloed des verbonds, hetwelk de Heere met ulieden gemaakt heeft over alle die woorden, Exodus 24:7, 8. Wat betekent het zegel zonder geschrift?
2. Het was ene afscheidsrede, zullende hij des anderen daags verreizen. Na zijn vertrek zal hun wel hetzelfde Evangelie gepredikt kunnen worden, maar niet zoals hij het predikte, en daarom moeten zij het meeste nut van hem trekken, terwijl hij nog bij hen is. Afscheidsredenen zijn gewoonlijk zeer aandoenlijk, werken op het gevoel, beide van den prediker en van de hoorders.
3. Het was ene zeer lange rede, hij strekte zijne rede uit tot middernacht, want hij had zeer veel te zeggen, en hij wist niet, of hij ooit weer de gelegenheid zou hebben om voor hen te prediken. Nadat zij het Avondmaal hadden ontvangen, sprak hij hun over de plichten, waartoe zij zich hierdoor hadden verbonden, en over de vertroostingen, waarin zij deelden, en hierover heeft hij in den brede gesproken, hij was uitvoerig en trad in vele bijzonderheden. Er kunnen gelegenheden zijn voor leraren, waarin zij moeten prediken niet alleen tijdig, maar ook ontijdig. Wij kennen sommigen, die Paulus hierom gesmaad zouden hebben als een langdradig prediker, die zijne hoorders vermoeide, maar zij waren gewillig om te horen, hij bemerkte dit, en daarom strekte hij zijne rede uit, bleef hij spreken tot middernacht. Misschien zijn zij des avonds bijeengekomen om meer afgezonderd te zijn, of wel naar het voorbeeld der discipelen, die op den eersten Christelijken sabbat des avonds bijeen waren gekomen. Waarschijnlijk had hij des morgens voor hen gepredikt, en toch heeft hij dien avonddienst tot middernacht voortgezet. Wij zouden wel wensen, dat wij de hoofdpunten dezer lange leerrede hadden, maar wij kunnen onderstellen, dat de inhoud, de substantie, gelijk was aan die zijner brieven. De bijeenkomst voortgezet zijnde tot middernacht, werden kaarsen aangestoken, er waren vele lichten, vers 8, opdat de hoorders de Schriftuurplaatsen zouden naslaan, door Paulus aangehaald, en konden zien, of deze dingen alzo waren, en ook om hierdoor het verwijt hunner vijanden te voorkomen, die zeiden, dat zij des nachts vergaderden voor werken der duisternis.
III. Een jongeling, die onder de preek sliep, werd gedood door een val uit het venster, maar werd weer teruggeroepen in het leven, zijn naam betekent, iemand die goed geluk heeft, Eutychus, bene fortunatus, en hij beantwoordde aan zijn' naam. Merk op:
1. De zwakheid, die hem was overkomen. Waarschijnlijk hebben zijne ouders hem medegenomen naar de vergadering, hoewel hij nog slechts een knaap was, omdat zij wensten hem wel onderwezen te zien in de dingen Gods door zulk een prediker als Paulus was. Ouders moeten hun kinderen medenemen om onder het gehoor der prediking te zijn zodra zij met verstand kunnen horen, Nehemia 8:2, zelfs de kleinen, de kinderkens, Deuteronomium 29:11. Nu was deze jongeling te laken: a. Wegens zijne onvoorzichtigheid om in het venster te gaan zitten, daar dit waarschijnlijk niet van glas voorzien was, en zich aldus aan gevaar heeft blootgesteld, terwijl hij, als hij zich vergenoegd had met op den grond te zitten, veilig zou geweest zijn. Jongens, die, tot verdriet hunner ouders, gaarne klimmen, of zich op andere wijze aan gevaar blootstellen, bedenken niet, dat dit ook ene zonde is voor God.
b. Omdat hij sliep, ja in diepen slaap was gevallen terwijl Paulus predikte, hetgeen een teken was, dat hij niet behoorlijk acht gaf op de dingen, waarvan Paulus sprak, hoewel dit zeer gewichtige dingen waren. Dat er zo bijzonder nota was genomen van zijn slapen doet ons hopen, dat geen der overigen heeft geslapen, hoewel het de tijd was om te slapen, en na den avondmaaltijd. Maar deze jongelíng viel in diepen slaap, hij was er door weggevoerd, zoals de eigenlijke betekenis is van het woord, hetgeen aanduidt, dat hij er wel tegen geworsteld had, maar er door overmand was, zodat hij ten laatste in diepen slaap was gevallen.
2. De ramp, die hem hierdoor getroffen heeft: Hij viel van de derde zoldering nederwaarts en werd dood opgenomen. Sommigen denken, dat er de hand van Satan in was, onder toelating Gods, en dat hij er de verstoring van de bijeenkomst mede op het oog had en een smaad voor Paulus. Anderen zijn van mening, dat God het bedoelde ter waarschuwing van alle mensen om zich te wachten voor slapen terwijl zij het woord horen prediken, en voor- zeker moeten wij er ook die lering uit trekken. Wij moeten het ook beschouwen als ene boze zaak, als een kwaad teken van onze geringachting van het woord Gods, en als een groot beletsel om er van te profiteren. Wij moeten er bang voor wezen, doen wat wij kunnen om te beletten, dat wij slaperig worden, ons niet tot slapen zetten, maar ons hart zo zeer getroffen laten worden door het woord, dat de slaap er door wordt verdreven. Laat ons waken en bidden, om niet in deze verzoeking te komen, en daardoor in nog erger te vervallen. Laat de straf, die over Eutychus kwam, ons vervullen met ontzag, en ons tonen, hoe naijverig God is in zake Zijne aanbidding. Dwaal niet, God laat zich niet bespotten. Zie hoe streng God ene ongerechtigheíd heeft bezocht, die gering scheen, en slechts voorkwam bij een' knaap, en zeg: Wie zou kunnen bestaan voor het aangezicht des Heeren, dezes heiligen Gods? En pas op deze geschiedenis toe de klage, Jeremia 9:20, 21. Hoort des Heeren woord, want de dood is gekomen in onze vensters, om de kinderkens uit te roeien van de wijken, de jongelingen van de straten.
3. De wondere goedertierenheid, die hem werd bewezen door zijne terugroeping in het leven, vers 10. De vergadering was er door afgeleid, en Paulus in zijne prediking gestoord, maar het bleek ene gelegenheid te zijn voor hetgeen ene grote bevestiging was van zijne prediking, en het heeft er toe bijgedragen om haar van kracht en uitwerking te doen zijn op het hart der hoorders.
a. Paulus viel op het dode lichaam, en omving het, waarmee hij een groot medelijden met, en liefdevolle bezorgdheid over, dezen jongeling te kennen gaf, zo verre was het van hem om te zeggen: "Hij heeft dit wel verdiend door geen acht te slaan op hetgeen ik zei!" Mensen met een teder hart, zoals dat van Paulus, worden zeer aangedaan door zulke treurige ongevallen, en het is verre van hen om hen, die er door getroffen worden, te oordelen en te laken, alsof zij, op wie de toren in Siloam viel en ze doodde, schuldenaars zijn geweest boven alle mensen, die in Jeruzalem wonen. Ik zeg u: neen zij. Maar dit was niet alles: dat hij op hem viel en hem omving was in navolging van Elia, 1 Koningen 17:21, en Elisa, 2 Koningen 4:34, ten einde hem in het leven terug te roepen. Niet alsof dit als middel er iets toe kon bijdragen, maar als teken werd er de nederdaling door voorgesteld van de macht Gods in het dode lichaam om er weer leven in te brengen, waar hij tegelijkertijd innerlijk in het geloof om gebeden heeft.
b. Hij verzekerde hun, dat hij tot het leven was teruggekeerd, en dat dit terstond zou blijken. Wij kunnen ons voorstellen hoe dit ongeluk allerlei gedachten heeft opgewekt in die vergadering, maar Paulus maakt aan al die gedachten en overleggingen een einde: " Weest niet beroerd, brengt er u zelven in gene wanorde om, laat het u niet in haast en verwarring brengen, want zijne ziel is in hem, hij is niet dood, hij slaapt. Legt hem ene wijle op een bed, en hij zal weldra tot zich zelven komen, want hij is thans levend". Zo heeft Christus, toen Hij Lazarus opwekte, gezegd: Vader! Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.
c. Na deze stoornis keerde hij terstond terug tot zijn werk, vers 11. Als hij weer boven was gegaan naar de vergadering, braken zij te zamen brood voor een liefdemaal, dat gewoonlijk gepaard ging met het Avondmaal, ten teken van hun gemeenschap met elkaar en ter bevestiging van vriendschap onder hen, en hij sprak lang met hen, tot den dageraad toe. Paulus heeft nu, niet als te voren, ene redevoering voor hen gehouden, maar hij en zijne vrienden kwamen in vrij gesprek met elkaar, waarvan het onderwerp ongetwijfeld goed en tot nuttige stichting was. Christelijke samenspreking is een uitnemend middel om heiligheid te bevorderen, met vertroosting en Christelijke liefde. Zij wisten niet, wanneer zij weer in gezelschap met Paulus zouden komen, en daarom maakten zij een goed gebruik van zijn gezelschap nu zij het hadden, en achtten dat de slaap van een nacht voor dat doel op goede wijs was verloren.
d. Eer zij scheidden, brachten zij den knecht levend in de vergadering. Iedereen wenste hem geluk met zijn terugkeer tot het leven, en zij waren bovenmate vertroost, vers 12. Het was ene oorzaak van grote blijdschap onder hen, niet slechts voor de bloedverwanten van den jongeling, maar voor het gehele gezelschap, daar niet alleen de smaad werd voorkomen die anders over hen gekomen zou zijn, maar de eer van het Evangelie er door hoog werd gehouden.