8. Waarmee Hij overvloedig is geweest over ons in de mededeling van alle wijsheid en voorzichtigheid (
Colossenzen 1:9) of verstand.
Tot hiertoe heeft de apostel, om uiteen te zetten wat hem drong, zijn schrijven met een prijzen van God te beginnen, van datgene gesproken, wat God ons heeft gedaan en wel zo, dat Hij uitging van hetgeen Hij ons in de tijd heeft gedaan (Vers 3) vandaar tot de daad overging, die voor de tijd had plaats gehad en aan Zijn handelen ten grondslag lag (Vers 4-6) en eindelijk weer op het eerste terugkwam (Vers 6). Van nu aan zegt hij daarentegen van ons, wat wij bezitten en wat ons is geschied, waarbij Hij dan de nadruk legt op het middelaarschap van de Geliefde, waaraan wij dat alles te danken hebben.
Met de woorden: "waarin wij hebben de verlossing door Zijn bloed", wordt het werk van de Zoon nader voorgesteld. In Hem hebben wij of bezitten wij de verlossing, zodat die niet maar een ideaal voorwerp van de hoop, maar een werkelijk goed voor de gelovigen is: zij is echter geschied door het bloed van Christus, waardoor diens dood de betekenis van een offer verkrijgt en wel van het offer aller offers, dat de goddelijke weldaden niet slechts typisch heeft voorspeld, maar integendeel factisch heeft aangebracht. De werking van deze offerdood nu is de vergeving van de zonden. Met het aannemen van deze is voor hem, die ze uit de rijkdom van de goddelijke genade ontvangt, in allerlei wijsheid en verstand, ook een hogere, geestelijke kennis verbonden. De wijsheid ziet de hoogste bedoelingen, het verstand de geschiktste middelen; pas door de goddelijke genade van vergeving van de zonden erkent de mens het hoogste doel van zijn bestemming, wat tot zijn eeuwige vrede dient; en eerst wanneer hij de zaligheid als zijn hoogste goed heeft erkend, zal hij ook zo verstandig worden, te geloven in Hem, die de enige weg tot zaligheid is.
Wijsheid grijpt Gods daden aan, erkent en verstaat de raad van Zijn genade, verstand richt zich op hetgeen wij te doen hebben, vestigt het oog op onze roeping en hoe die te vervullen is; voor de eerste zijn de door God bestuurde omstandigheden duidelijk, de tweede richt daarnaar ons gedrag.