Deuteronomium 5:6-22
Hier is de herhaling van de tien geboden, waaromtrent wij hebben op te merken:
I. Dat zij, hoewel zij tevoren gesproken en geschreven waren, toch herhaald worden, omdat gebod moet zijn op gebod en regel op regel en dat alles weinig genoeg om het woord Gods in ons hart en onze gedachten te houden, en er de indruk van te bewaren en te vernieuwen. Wij hebben het nodig, dat dezelfde dingen ons dikwijls ingeprent worden, Filippenzen 3:1.
II. Dat hier enig verschil is met Exodus 20 zoals er ook enig verschil is in het gebed van de Heer in Mattheus 6 en in Lukas 11. Voor beide is het meer nodig, dat wij ons binden aan de zaken dan aan de woorden.
III. Dat het grootste verschil is in het vierde gebod. In Exodus 20 wordt de reden, die eraan toegevoegd is, afgeleid uit de schepping van de wereld, hier aan hun bevrijding uit Egypte, omdat deze een type was van onze verlossing door Jezus Christus, ter herinnering waarvan de Christelijke sabbat wordt onderhouden, vers 15. Gij zult gedenken, dat gij een dienstknecht in Egypteland geweest zijt. En daarom:
1. Is het voegzaam, dat uw dienstknechten het voorrecht van sabbatsrust gegeven wordt, "want gij kent het hart van een dienstknecht, en hoe welkom een dag rusten zijn zal na zes dagen van arbeid."
2. Is het voegzaam, dat God geëerd zal worden door het sabbatswerk en de Godsdienstige verrichtingen van die dag in aanmerking van de grote dingen, die Hij voor u gedaan heeft. In de opstanding van Christus zijn wij door een sterke hand en een uitgestrekte arm tot de heerlijke vrijheid gebracht van de kinderen Gods, en daarom wordt ons door de Evangelie- editie van de wet geboden de eerste dag van de week waar te nemen ter herinnering aan dat heerlijk werk van macht en genade.
IV. Aan het vijfde gebod is toegevoegd: Opdat het u wel ga, welke bijvoeging door de apostel wordt aangehaald en het eerst gesteld: Opdat het u wel ga en gij lang leeft op de aarde, Efeziers 6:3. Indien er voorbeelden zijn van sommigen, die zeer gehoorzaam en vol plichtsbesef waren jegens hun ouders, en toch niet lang geleefd hebben op de aarde, dan kunnen wij door deze verklaring er van, het toch in overeenstemming brengen met de belofte: Of zij al of niet lang leven, het zal hen wel gaan, hetzij dan in deze wereld of in een betere. Zie Prediker 8:12.
V. De laatste vijf geboden zijn aan elkaar gevoegd of samen gebonden, wat zij niet zijn in Exodus: En gij zult geen overspel doen, en gij zult niet stelen, enz. Hetgeen aanduidt dat Gods geboden allen van gelijke waarde zijn, hetzelfde gezag dat ons verplicht tot het ene, verplicht ons tot het andere, en ten opzichte van de wet moeten wij niet partijdig zijn, geen voorkeur hebben, maar al de geboden van God houden, want wie de gehele wet zal houden, en in een zal struikelen, die is schuldig geworden aan allen, Jakobus 2:10
VI. Dat deze geboden gegeven werden met zeer veel ontzaglijke plechtigheid, vers 22.
1. Zij werden gesproken met een grote stem, uit het midden van het vuur, van de wolk en van de donkerheid. Dat was een bedeling van verschrikking, bestemd om het Evangelie van de genade des te meer welkom te doen zijn, en om een voorproef te wezen van de verschrikkingen van de dag des oordeels, Psalm 50:3,4.
2. Hij deed daar niets aan toe, daarom moeten ook wij er niets aan toedoen, de wet van de Heer is volmaakt.
3. Hij schreef ze op twee stenen tafelen, ten einde ze te bewaren tegen verderf, en opdat zij zuiver en geheel aan het nageslacht overgeleverd zouden worden, voor wiens gebruik zij bestemd waren, zowel als voor het tegenwoordige geslacht. Dit de hoofden zijnde van het verbond, wordt de kist, waarin de beschreven tafelen neergelegd werden, de ark des verbonds genoemd. Zie Openbaring 11:19.