Deuteronomium 34:9-12
Wij hebben hier een zeer eervolle lofspraak beide op Mozes en Jozua, ieder hunner heeft zijn lof, en behoort die te hebben. Het is ondankbaar om onze levende vrienden zó te verheerlijken, dat wij de verdiensten vergeten van hen, die heengegaan zijn, aan wier nagedachtenis eer verschuldigd is, al de eerbied moet niet aan de opgaande zon worden bewezen, en van de anderen kant: het is onrechtvaardig om de verdiensten van hen, die heengegaan zijn, zó te verheffen, dat wij het voorrecht verachten, dat wij hebben in hen, die hen zijn opgevolgd. Laat, evenals hier, God in beide worden verheerlijkt.
I. Jozua wordt geprezen als een man, uitnemend bekwaam voor het werk, waartoe hij geroepen is, vers 9. Mozes heeft Israël tot aan de grenzen van Kanaän gebracht, en toen stierf hij en verliet hij hen, om aan te duiden dat de wet geen ding volmaakt heeft, Hebreeën 7:19. Zij brengt de mensen in de woestijn de overtuiging van zonde, maar niet in het Kanaän van de rust en van de gevestigde vrede. Het is een eer, weggelegd voor Jozua (onze Heer Jezus, van wie Jozua een type was) om voor ons te doen hetgeen van de wet onmogelijk was dewijl zij door het vlees krachteloos was, Romeinen 8:3. Door Hem gaan wij in de rust, de geestelijke rust van het geweten, en de eeuwige rust in de hemel. Drie dingen hebben samengewerkt om Josua's roeping tot deze grote onderneming te rechtvaardigen.
1. God maakte hem er toe bekwaam. Hij was vol van de Geest van de wijsheid, en daaraan had hij ook wel behoefte, die zo'n weerstrevend volk had te besturen en zo'n sluw volk had te overwinnen. Beleid is in een legerhoofd een even noodzakelijk vereiste als kloekmoedigheid. Hierin was Jozua een type van Christus, in wie al de schatten van de wijsheld verborgen zijn.
2. Mozes had hem op Gods bevel er toe geordend. Hij had zijn handen op hem gelegd, hem aldus aanwijzende als zijn opvolger, en God biddende hem bekwaam te maken voor het werk en de dienst, waartoe Hij hem had geroepen, en dit wordt aangeduid als de reden waarom God hem een meer dan gewone geest van wijsheid had gegeven, daar hij door God zelf voor de regering was aangewezen. Hen die door God worden gebruikt, zal Hij geschikt maken voor hetgeen waarvoor Hij hen gebruikt, en omdat dit het was, dat Mozes voor hem van God gevraagd heeft, heeft hij toen zijn handen op hem gelegd. Toen Christus' lichamelijke tegenwoordigheid aan Zijn kerk werd ontnomen, bad Hij de Vader een andere Trooster te zenden en Hij verkreeg hetgeen waar Hij om gebeden had.
3. Het volk heeft hem blijmoedig erkend, en zich aan hem onderworpen. In de genegenheid des volks te delen is een groot voorrecht en een grote bemoediging voor hen, die tot enigerlei openbaar ambt geroepen zijn. Het was ook een grote zegen voor het volk dat zij, toen Mozes gestorven was, niet waren als schapen zonder herder, maar iemand in hun midden hadden, die zij eenstemmig en met het grootste vertrouwen als zodanig konden aannemen.
II. Mozes wordt geprezen, vers 10-12, en wel met reden.
1. Hij was inderdaad een zeer groot man, inzonderheid in twee opzichten.
a. Zijn vertrouwdheid met de God van de natuur. God heeft hem gekend van aangezicht tot aangezicht, en zo heeft hij God gekend. Zie Numeri 12:8. Hij zag meer van de heerlijkheld Gods dan ooit een van de heiligen (van het Oude Testament tenminste) gezien heeft. Hij had vrijer en menigvuldige toegang tot God, en God sprak met hem niet in visioenen en sluimeringen op de legerstede, maar als hij wakker was en voor de cherubim stond. Andere profeten werden als God tot hen sprak verschrikt Daniël 10:7, maar Mozes bleef altijd kalm als hij een Goddelijke openbaring ontving. Zijn invloed en macht in het rijk van de natuur, de wonderen van oordeel, die hij deed in Egypte aan Farao, en de wonderen van genade, die hij deed in de woestijn ten behoeve van Israël, bewezen dat hij een bijzonder gunstgenoot des hemels is geweest, en een bijzondere opdracht had om op deze aarde te handelen zoals hij gehandeld heeft. Nooit was er een mens, die Israël meer reden had om lief te hebben en wie de vijanden van Israël meer reden hadden te vrezen. Let er op dat de geschiedschrijver de wonderen, door Mozes gewrocht, tekenen en wonderen noemt, gedaan met een sterke hand en grote verschrikking, hetgeen naar de verschrikkingen van de berg Sinai kan verwijzen, door welke God Mozes' opdracht ten volle bevestigde en haar buiten allen twijfel bewees Goddelijk te zijn, en dat wel voor de ogen des gehele Israëls.
2. Hij was groter dan iemand uit de andere profeten des Ouden Testaments, hoewel zij mannen waren, grotelijks bemind en bevoorrecht door God, en van grote invloed op aarde was toch niemand hunner te vergelijken bij deze grote man, niemand heeft zo klaarblijkelijk een opdracht van de hemel bewezen, en haar zo ten uitvoer gebracht als Mozes. Dit schijnt lang daarna geschreven te zijn, en toch was er toen nog geen profeet opgestaan gelijk Mozes, en er is zo'n ook niet opgestaan tussen die tijd en de verzegeling van het visioen en de profetie. Door Mozes heeft God de wet gegeven en de Joodse kerk geformeerd, door de andere profeten heeft Hij slechts bijzondere bestraffingen, onderrichtingen en voorzeggingen gezonden. De laatste van de profeten besluit met de last de wet van Mozes te gedenken, Maleachi 4:4. Christus zelf heeft zich dikwijls op de geschriften van Mozes beroepen, en hem tot getuige geroepen als één, die van verre Zijn dag gezien heeft en van Hem heeft gesproken. Maar zover de andere profeten bij hem achterstonden, zover heeft onze Heere Jezus hem overtroffen, Zijn leer was voortreffelijker, Zijn wonderen waren groter en heerlijker, en Zijn gemeenschap met de Vader inniger en meer vertrouwelijk, want Hij was van eeuwigheid in de schoot des Vaders, en door Hem spreekt God in deze laatste dagen tot ons. De geschiedenis van Mozes verlaat hem begraven in de vlakke velden van Moab, en besluit met het einde van zijn regering, maar de geschiedenis van onze Zaligmaker verlaat Hem zittende aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen, en ons is verzekerd, dat van de grootheid van Zijn heerschappij en des vredes geen einde zal zijn. In zijn brief aan de Hebreeën toont de apostel de voortreffelijkheid van Christus boven Mozes helder en uitvoerig aan, als een goede reden waarom wij, die Christenen zijn, gehoorzaam en getrouw moeten zijn aan de heiligen Godsdienst, die wij belijden. God make ons allen alzo door Zijn genade!