2 Samuël 8:9-14
1. Hier wordt verhaald hoe Davids vriendschap gezocht werd door de koning van Hamath, die toen in oorlog schijnt geweest te zijn met de koning van Zoba. Davids succes vernemende tegen zijn vijand, zond hij zijn eigen zoon tot hem, vers 9, 10, om hem geluk te wensen met de overwinning, en hem dank te betuigen voor de dienst, die hij hem bewezen had door de macht te verbreken van een voor wie hij bevreesd was, en om zijn vriendschap te verzoeken, zodat hij zich niet slechts beveiligde, maar versterkte. En David heeft door deze kleine vorst onder zijn bescherming te nemen niets verloren, evenmin als de oude Romeinen door eenzelfde staatkunde te volgen er iets bij verloren hebben, want de schatten, die hij van de door hem veroverde landen verkreeg als oorlogsbuit, kreeg hij van dit land bij wijze van geschenk zilveren vaten en gouden vaten, beter om ze te verkrijgen door verdrag dan door bedwang.
2. De offerande, die David aan God deed van de buit van de heidenen en al de kostbare dingen, die hem gebracht werden. Hij heiligde het alles de Here, vers 11, 12. Dit kroonde al zijn overwinningen, en zij hebben die van Alexander of Caesar verre overtroffen, daar deze slechts hun eigen eer op het oog hadden, terwijl hij alleen Gods eer bedoelde. Al de kostbare dingen, die hij meester was, waren geheiligde dingen, dat is: zij werden bestemd voor het bouwen van de tempel, en het was een gunstig voorteken van goedertierenheid jegens de heidenen in de volheid des tijds, en het maken van Gods huis tot een huis des gebeds voor alle volken, dat de tempel gebouwd werd van de buit en de geschenken van heidense volken. In toespeling hierop vinden wij, dat "de koningen van de aarde hun heerlijkheid en eer brengen in het nieuwe Jeruzalem," Openbaring 21:24. Hun goden van goud heeft David verbrand, 2 Samuël 5:21, maar hun gouden vaten heeft hij geheiligd. Zo moet als een ziel door de genade van de Zone Davids overwonnen wordt, alles wat zich tegen God stelt, vernietigd worden, elke lust moet gekruisigd en gedood worden, maar wat Hem kan verheerlijken, moet geheiligd worden, de eigenschap er van worden veranderd, zelfs de koophandel en het hoerenloon moeten de Here heilig zijn, Jesaja 23:18, het gewin de Here van de gehele aarde worden verbannen, dat is toegewijd, Micha 4:13, en dan is het in waarheid het onze, en wel op zeer lieflijke wijze.
3. De naam, die hij zich maakte, inzonderheid door zijn overwinning op de Syriërs en hun bondgenoten, de Edomieten, die in verbintenis met hen hebben gehandeld, zoals blijkt uit de vergelijking van het opschrift van de 60sten psalm, die bij deze gelegenheid geschreven werd, met vers 13. Hij maakte zich een naam door al dat beleid en die moed, die de roem uitmaken van een groot veldheer. Waarschijnlijk was er iets buitengewoons in dit krijgsbedrijf, maar hij is zeer zorgzaam om de eer er van aan God toe te schrijven, zoals blijkt uit de psalm, die hij bij deze gelegenheid geschreven heeft, "in God zullen wij kloeke daden doen," Psalm 60:14.
4. Zijn succes tegen de Edomieten, zij werden allen David tot knechten, vers 14. Thans en niet eerder, werd Izaks zegen vervuld, door welke Jakob tot heer over Ezau werd aangesteld, Genesis 27:37-40, en de Edomieten zijn lang aan de koningen van Juda schatplichtig gebleven, evenals de Moabieten aan de koningen van Israël, totdat zij in Jorams tijd in opstand zijn gekomen, 2 Kronieken 21:8, gelijk Izak voorzegd had, dat Ezau na verloop van tijd zijn juk van zijn hals afrukken zal. Aldus heeft David door zijn overwinningen:
a. Vrede verzekerd voor zijn zoon, opdat deze de tijd zou hebben om de tempel te bouwen. b. Rijkdom verkregen voor zijn zoon, opdat deze de middelen zou hebben om hem te bouwen. God gebruikt Zijn dienstknechten op onderscheiden wijs, de een voor dit, een ander voor wat anders, sommigen voor de geestelijke strijd, anderen voor het geestelijk bouwen, en de een bereidt het werk voor de ander, opdat God door allen verheerlijkt zal worden. Al de overwinningen van David waren typen van het succes van het Evangelie tegen het rijk van Satan, waarin de Zone Davids voorspoedig reed op het woord van de waarheid, Psalm 45:5, overwinnende en opdat Hij overwon, en Hij zal heersen, totdat Hij alle tegenstaande overheden en machten nedergeworpen zal hebben, zoals David, vers 2, een snoer om te doden en een snoer om te behouden, want hetzelfde Evangelie is voor sommigen een reuk des levens ten leven, en voor anderen een reuk des doods ten dode.