2 Samuël 2:25-32
1. Abner, overwonnen zijnde, verzocht nederig om een wapenstilstand. Hij had het overschot van zijn krijgsmacht verzameld op de top van een heuvel, vers 25, alsof hij opnieuw weerstand wilde bieden, maar wordt een nederig smekeling bij Joab om een weinig tijds ten einde tot verademing te komen, vers 26. Hij, die het ijverigst was om de strijd te beginnen, was nu de eerste, die er genoeg van had. Hij, die van bloedvergieten een spel had gemaakt, vers 14. Laat nu de jongens zich opmaken en voor ons aangezicht spelen, kan het, nu hij aan de verliezende zijde is, niet langer aanzien, het zwaard, dat hij met zoveel lichtvaardigheid uit de schede heeft doen trekken, is hem, nu hij er zelf door bedreigd wordt, een ergernis. Let er op hoe zijn toon nu veranderd is: toen was het slechts een spelen met het zwaard, nu is het: zal dan het zwaard eeuwiglijk verteren? Het had slechts een dag verteerd, maar hem is het alsof het voor eeuwig verteerde omdat het tegen hem was, en zeer gaarne wil hij nu de zon niet laten ondergaan over zijn toorn. Nu kan hij een beroep doen op Joab zelf betreffende de rampzalige gevolgen van een burgeroorlog. Weet gij niet dat het in het laatste bitterheid zal zijn? Er zal met leedwezen op teruggezien worden, als het er toe komt om de rekening op te maken, want wie er ook wint in een burgeroorlog, de gemeenschap lijdt er door. Misschien verwijst hij naar de bitterheid, die er in de stammen Israëls was aan het einde van hun krijg met Benjamin, toen zij zo bitterlijk weenden om de verwoestingen die zij zelf hadden aangericht, Richteren 21:2. Nu verzoekt hij Joab om het sein te geven tot de aftocht, en pleit er op dat zij broederen zijn, die aldus elkaar niet behoren te bijten en te vereten, hij, die des morgens gewild zou hebben, dat Joab het volk gebood om op hun broederen aan te vallen, wil nu dat hij hun zal gebieden de wapens neer te leggen. Zier hier:
a. Hoe gemakkelijk de mensen het verstand zullen gebruiken als het in hun voordeel is, terwijl zij naar geen reden wilden luisteren, toen dit in hun nadeel was. Indien Abner de overwinnaar was geweest, dan zouden wij hem niet horen klagen over het verteren van het zwaard en de rampen van de burgeroorlog, hem er niet op horen pleiten dat beide partijen toch broeders zijn, maar nu hij geslagen is, de nederlaag heeft geleden, komen al die redenen voor de dag, en worden zij gebruikt om zijn aftocht te dekken, en er zijn verstrooide troepen voor te bewaren om allen gedood te worden.
b. Hoe de uitslag van de dingen verandering brengt in het gevoelen van de mensen. Wat in de morgen aangenaam scheen, heeft des avonds een treurig, somber aanzien. Zij, die ijverig zijn om een strijd te beginnen, zullen er misschien berouw van hebben nog voordat hij geëindigd is, en daarom zouden zij beter doen door Salomo's raad te volgen, en hem te verlaten eer hij zich vermengt. Van iedere zonde is het waar, -o dat de mensen het intijds wilden inzien! -dat zij in het einde bitterheid zal zijn in het einde zal zij hen, die zij vleide en verlokte, als een slang bijten.
2. Joab, hoewel overwinnaar, staat de wapenschorsing edelmoedig toe en geeft het sein tot de aftocht, daar hij zeer goed de bedoeling kende van zijn meester, en wist hoe afkerig hij er van was om bloed te vergieten. Wel verwijt hij Abner, en dat wel zeer rechtvaardig, zijn ijver om de strijd te beginnen, geeft hij hem de schuld van het vele bloed, dat vergoten was, vers 27, "zo gij niet gesproken hadt", dat is: "zo gij geen orders hadt gegeven om te strijden, de jongens niet gezegd hadt zich op te maken en voor ons aangezicht te spelen, niemand van ons zou een slag toegebracht hebben noch het zwaard getrokken hebben tegen onze broederen. Gij klaagt dat het zwaard verteert, maar wie heeft het het eerst uit de schede getrokken? Wie begon? Nu wilt gij dat het volk gescheiden worde, maar wie heeft hen het eerst aangespoord om te strijden? Wij zouden ons in de morgen teruggetrokken hebben, zo gij de uitdaging niet hadt gedaan." Zij, die er het eerst bij zijn om kwaad te doen, zijn gewoonlijk ook de eersten om er over te klagen. Dit zou aan Joab tot verontschuldiging hebben kunnen dienen om zijn overwinning voort te zetten en Abners krijgsmacht te verdelgen, maar als een, die medelijden had met de vergissing van zijn tegenstander en het versmaadde om een leger van Israëlieten de dwaasheid van zijn bevelhebber te laten boeten, heeft hij edelmoedig door op de trompet te blazen, een einde gemaakt aan de vervolging, vers 28, en aan Abner een ordelijke aftocht toegestaan. Het is een kostelijke huishoudkunde om spaarzaam te zijn met bloed. Gelijk de krijgslieden hier zeer gehoorzaam waren aan de bevelen van de generaal, zo is deze ongetwijfeld ook de instructies van zijn vorst nagekomen, die het welzijn zocht van geheel Israël, en dus niemands leed of schade begeerde.
3. De legers gescheiden zijnde, trokken zij beide terug naar de plaats vanwaar zij kwamen, en beide marcheerden in de nacht, Abner naar Mahanaim, aan de andere kant van de Jordaan vers 29, en Joab naar Hebron, waar David zich bevond, vers 32. De gedoden aan beide zijden worden geteld, aan Davids zijde werden slechts negentien man vermist, en Asahel, vers 30, die meer waard was dan allen, aan Abners zijde drie honderd en zestig, vers 31. Tevoren werden in burgeroorlogen grote slachtingen aangericht zoals Richteren 12:6, en 20:44. In vergelijking daarmee waren thans de verliezen onbeduidend. Het is te hopen dat zij wijzer en gematigder waren geworden. Er wordt hier melding gemaakt van Asahels begrafenis de anderen werden op het slagveld begraven, maar hem brachten zij naar Bethlehem, en begroeven hem in het graf zijns vaders, vers 32. Aldus wordt er onderscheid gemaakt tussen het stof van sommigen en dat van anderen, maar in de opstanding zal geen ander onderscheid worden gemaakt dan dat tussen de Godvruchtigen en goddelozen, en dat onderscheid zal eeuwig blijven.