2 Samuël 16:15-23
Aan Absalom werd spoedig door sommigen van zijn vrienden te Jeruzalem bericht gezonden, dat David met een klein gevolg de stad had verlaten, zodat de weg nu voor hem open is om te Jeruzalem te komen. De poorten zijn open, en er is niemand om hem tegenstand te bieden. Dientengevolge kwam hij zonder uitstel, vers 15, in de wolken van blijdschap ongetwijfeld over dit succes al bij het begin, en dat hetgeen waarin hij, toen hij zijn plan had gevormd, waarschijnlijk de grootste moeilijkheid heeft gezien, zo gemakkelijk en volkomen uit de weg was geruimd. Nu hij meester is van Jeruzalem, acht hij alles gewonnen te hebben, het land zal wel vanzelf volgen. God laat aan boze mensen toe, om voor een wijle voorspoedig te zijn in hun boze plannen, zelfs boven hun eigen verwachting opdat later hun teleurstelling zoveel smartelijker en schandelijker voor hen zijn zal.
De beroemdste staatsmannen van die tijd waren Achitofel en Husai, de eerste brengt Absalom met zich mee naar Jeruzalem, vers 15, de andere wacht hem aldaar op, vers 16, zodat hij zich wel verzekerd moet houden van succes nu hij die beide tot zijn raadslieden heeft, op hen steunt hij en raadpleegt de ark niet, hoewel deze onder zijn bereik was. Maar ellendige raadslieden waren zij beide voor hem, want:
I. Husai zal hem hooit aanraden wijselijk te handelen, hij was in werkelijkheid zijn vijand, voornemens hem te verraden, terwijl hij voorgaf zijn belangen te zijn toegedaan, zodat hij geen gevaarlijker man in zijn nabijheid kon hebben.
1. Husai wenste hem geluk met zijn troonsbestijging, alsof hij volkomen overtuigd was van zijn recht er op, en het hem groot genoegen deed hem in het bezit er van te zien komen vers 16. Tot welke geveinsde vleierijen zullen diegenen zich al niet verlagen, die zich door vleselijke wijsheid laten besturen, en hoe gelukkig zijn zij, die deze diepten van Satan niet gekend hebben, maar hun wandel in de wereld hebben in alle eenvoudigheid en Godvruchtige oprechtheid!
2. Absalom is verwonderd Husai zijn zaak te zien toegedaan, daar hij toch bekend was als Davids innigste vriend en vertrouweling. Is dit uw weldadigheid aan uw vriend? vraagt hij hem, vers 17, zich vleiende met de gedachte, dat allen voor hem zijn zullen nu Husai voor hem is. Hij twijfelt niet aan zijn oprechtheid, maar gelooft gemakkelijk wat hij wenst waar te zijn, namelijk dat Davids beste vrienden zo ingenomen zijn met hem, Absalom, dat zij gebruik maakten van de eerste gelegenheid om zich voor hem te verklaren, maar "de trotsheid zijns harten heeft hem bedrogen," Obadja 3. Husai doet hem geloven dat hij hem van harte is toegedaan. David is wel zijn vriend, maar hij, Husai, is voor de koning in bezit, vers 19, voor de opgaande zon. Het is waar, hij had zijn Absaloms-vader bemind, maar deze heeft nu zijn dag gehad, en die is nu voorbij, waarom zou hij dan nu zijn opvolger niet evenzeer beminnen? Aldus wendt hij voor reden te geven voor een besluit, waarvan hij zelfs de gedachte verafschuwde.
II. Achitofel heeft hem aangeraden goddelooslijk te doen, en daarmee heeft hij hem evenzeer verraden als hij, die hem voorbedachtelijk ontrouw was. Want zij, die de mensen aanraden te zondigen, geven hun gewis raad tot hun verderf, en de regering, die gegrond is in zonde, is op zand gegrond. Achitofel schijnt bekend te zijn geweest als een diepzinnig staatsman, zijn raad was alsof men naar Gods woord had gevraagd, vers 23. Hij had zich zo'n naam gemaakt voor loosheid en schranderheid ten opzichte van publieke zaken, zozeer overtrof hij alle andere raadsheren in diepte van gedachten, zo goede redenen wist hij te geven voor zijn adviezen, en zoveel voorspoed was er in het algemeen op zijn plannen, dat alle mensen, goeden en slechten David en Absalom, de grootste waardering hadden voor zijn gevoelen, veel te groot, als zij zijn raad als een woord Gods beschouwden, kan de wijsheid van enige sterveling in vergelijking komen met Hem, die alleen wijs is? Laat ons uit dit bericht van Achitofels roem als staatsman opmerken:
1. Dat velen uitmunten in wereldlijke wijsheid, die volkomen ontbloot zijn van hemelse genade, want zij, die zichzelf opwerpen als orakelen, zijn maar al te geneigd de orakelen Gods te minachten. God heeft het dwaze van de wereld verkoren, en de grootste staatsmannen zijn zelden de grootste heiligen.
2. Dat de grootste staatsmannen dikwijls zeer dwaselijk handelen voor zichzelf. Achitofel wordt hoog geroemd als een orakel, en toch kiest hij zeer onverstandig Absaloms zijde, die niet slechts een overweldiger was, maar een roekeloos jongeling, van wie het geheel onwaarschijnlijk is dat hij ooit tot iets goeds zal komen, wiens val, en de val van allen, die hem aanhingen, iemand die ook maar het tiende deel van de wijsheid bezat als waarop Achitofel aanspraak maakte, kon voorzien. Wel, met dat al, is eerlijkheid toch de grootste wijsheid, en zal dit op de lange duur ook blijken te zijn.
Merk op:
A. De goddeloze raad, die Achitofel gaf aan Absalom. Bevindende dat David zijn bijwijven had achtergelaten om het huis te bewaren, raadt hij hem aan, tot haar in te gaan vers 21, een zeer goddeloze daad, de wet Gods had haar tot een halsmisdaad gemaakt, Leviticus 20:11.. De apostel spreekt er van als van een slechtheid, "die onder de heidenen niet genoemd wordt", 1 Corinthiers 5:1. Ruben heeft er zijn eerstgeboorterecht om verloren. Maar Achitofel adviseert het als een staatkundige daad, omdat hierdoor aan geheel Israël de verzekering zal worden gegeven:
a. Dat het hem zeer ernst was met zijn aanspraken, ongetwijfeld had hij besloten zich meester te maken van al de bezittingen zijns voorgangers, toen hij begon met deze bijwijven.
b. Dat hij besloten was om onder generlei beding vrede te sluiten met zijn vader, want door deze daad zal hij zich bij zijn vader zo gehaat maken, dat hij zich wel nooit met hem zal willen verzoenen, waarvoor het volk misschien bevreesd was, daar zij dan wel aan die verzoening opgeofferd zouden worden. Het zwaard getrokken hebbende, heeft hij door deze daad de schede weggeworpen, en dat zal de handen van zijn partij sterken, en hen trouw aan hem doen blijven. Dit was zijn gevloekte staatkunde, die hem veeleer als een orakel van de duivel deed kennen, dan van God.
B. Absaloms instemming met die raad. Hij strookte volkomen met zijn ongebonden en goddeloos hart, en hij toefde niet om hem uit te voeren, vers 22. Als een onnatuurlijke rebellie de opera was, welke gepaster proloog kon er dan voor wezen dan zo'n onnatuurlijke lust? Zo bleef zijn goddeloosheid zich dan in alles gelijk, en was tot zo'n ontzettende hoogte gekomen dat iemand, wiens geweten niet geheel en al toegeschroeid was, er niet zonder de grootste afschuw aan kon denken. Ja meer, de cliënt overtreft in de uitvoering wat zijn raadsman hem voorgesteld heeft: Achitofel zegt hem het te doen, opdat geheel Israël het zou horen, maar, alsof dat nog niet genoeg was, zal hij-zo volkomen heeft hij alle gevoel voor eer en deugd verloren-het doen, en geheel Israël zal het zien. Dientengevolge wordt dus een tent tot dat doel gespannen op het dak, zo onbeschaamd spreekt hij zijn zonde vrijuit als Sodom. Maar hierin wordt het woord Gods letterlijk vervuld, God had David door Nathan gedreigd dat, wegens zijn verontreinigen van Bathseba, zijn vrouwen openlijk onteerd zullen worden, Hoofdstuk 12:12, en sommigen denken dat Achitofel door dit aan te raden zich op David heeft willen wreken wegens het onrecht, gedaan aan Bathseba, die zijn kleindochter was, want zij was de dochter van Eliam, Hoofdstuk 11:3, die de zoon was van Achitofel, Hoofdstuk 23:34. Job spreekt van zo'n geval als van de rechtvaardige straf op overspel, Job 31:9. 10, zo ook de profeet Hosea, Hoofdstuk 4:13, 14. Wat te denken van deze bijwijven, die zich onderwierpen aan deze goddeloosheid, zou gemakkelijk zijn te zeggen, maar hoe onrechtvaardig Absalom en zij ook geweest zijn, wij moeten zeggen: de Here is rechtvaardig, ook zal geen van Zijn woorden ter aarde vallen.