2 Samuël 15:7-12
Wij hebben hier de uitbarsting van Absaloms opstand, die hij lang beraamd had. Er wordt gezegd, dat het geschiedde ten einde van veertig jaren, maar van wanneer af dat gerekend moet worden is ons niet gezegd. Wij moeten wel geloven dat hier bij het afschrijven een fout in de tekst geslopen is, dat er inplaats van "arbaïem" veertig "arba" vier moest staan, dat is vier jaren nadat Absalom weer te Jeruzalem gevestigd was, en al zijn kunstenarijen had aangewend om de genegenheid des volks te winnen, de eerste stap, die hij daartoe deed, was naar Hebron te gaan. Dit maakt de zin duidelijk en volledig, en die mening wordt bevestigd door de Syrische en Arabische overzetting, het oordeel van verscheidene bekwame critici en het getuigenis van Josephus, wiens woorden zijn, dat "vier jaren nadat zijn vader met hem verzoend was, deze samenzwering tot uitbarsting kwam". Calmet's commentary, Howell's history in the notes, en Josephus, Joodse oudheden. Boek 7. Hoofdstuk 8.
Absaloms komplot was nu rijp voor de uitvoering.
I. De plaats van samenkomst, die hij uitkoos voor zijn partij, was Hebron, de stad waar hij geboren was, en waar zijn vader zijn regering heeft aangevangen en verscheiden jaren heeft voortgezet, hetgeen zijn aanspraken enigszins begunstigde. Iedereen wist dat Hebron een koninklijke stad was, zij lag in het hart van Juda's erfdeel, in welke stam hij waarschijnlijk dacht groten invloed te hebben.
II. Het voorwendsel om zelf daar heen te gaan en er zijn vrienden bij zich te nodigen, was: Gode een offer te brengen ter vervulling van een gelofte, die hij gedaan had gedurende zijn ballingschap, vers 7, 8. Wij hebben genoeg reden om te vermoeden dat hij nooit zo'n gelofte gedaan heeft, het blijkt niet dat hij zo Godsdienstig gezind was, maar hij, die niet terugdeinsde voor moord en verraad, had ook geen bezwaar tegen een leugen, als zij zijn oogmerk kon bevorderen. Als hij zei dat hij zo'n gelofte gedaan had, dan kon niemand hem logenstraffen. Onder dit voorwendsel:
1. Kreeg hij verlof van zijn vader om naar Hebron te gaan. Het zal hem genoegen gedaan hebben te horen dat zijn zoon, toen hij in ballingschap verkeerde, zo verlangend was om naar Jeruzalem terug te keren, de stad zijns vaders niet alleen, maar de stad des levenden Gods, dat hij tot God opzag om er hem terug te brengen, dat hij een gelofte gedaan had, om, zo hij teruggebracht werd de Here te zullen dienen, wiens dienst hij tot nu toe veronachtzaamd had, en dat hij, teruggebracht zijnde, nu gedacht aan zijn gelofte, en besloot haar te betalen. Als hij het geschikter vindt om dit te Hebron te doen veeleer dan in Zion of te Gibeon, dan maakt de goede, inschikkelijke koning daar geen bezwaar tegen, daar de zaak zelf zozeer zijn goedkeuring wegdraagt. Zie hoe bereid tedere ouders zijn om het beste te geloven van hun kinderen, en bij de minste aanduiding van iets goeds? zelfs van hen, die ongehoorzaam waren en zich verkeerd hebben gedragen, te hopen dat zij berouw zullen hebben en tot bekering komen. Maar hoe gemakkelijk is het voor kinderen om partij te trekken van de lichtgelovigheid hunner goede ouders, en hen te bedriegen met een schijn van Godsdienst terwijl zij nog precies dezelfden zijn, die zij waren! David was verrukt van blijdschap te horen dat Absalom geneigd was de Here te dienen, weshalve hij hem gaarne verlof gaf om naar Hebron te gaan, en zelfs er heen te gaan met plechtigheid.
2. Hij kreeg een goed aantal van sobere degelijke burgers van Jeruzalem om hem derwaarts te vergezellen, vers 11. Twee honderd mannen de voornaamsten van Jeruzalem waarschijnlijk, had hij uitgenodigd om zich met hem te verenigen in het offermaal, en zij gingen in hun eenvoudigheid, niet het minste vermoeden hebbende dat Absalom boze bedoelingen had met zijn reis. Hij wist dat het tevergeefs zou zijn hen te verleiden om deel te nemen in het komplot, zij waren onwankelbaar trouw aan David, maar hij wilde dat zij hem zouden vergezellen, opdat het gemene volk zou geloven dat zij zijn zaak waren toegedaan, en dat David door sommigen van zijn vrienden was verlaten. Het is niets nieuws dat listige mensen gebruik maken van zeer goede dingen om een goede schijn te geven aan hun slechte handelingen. Als Godsdienstige handelingen tot dekmantel worden gebruikt voor oproer en overweldiging, dan is het niet te verwonderen dat sommigen, die de Godsdienst welgezind zijn, zoals hier deze volgelingen van Absalom, door de schijn worden bedrogen, en er toe gebracht worden om door hun naam datgene te steunen, wat zij in hun hart verfoeien, daar zij de diepten van Satan niet gekend hebben.
III. Het plan was op een gegeven teken zich door al de stammen van Israël tot koning te laten uitroepen, vers 10. Er werden verspieders uitgezonden in alle stammen om het bericht met gejuich en vreugdebetoon te ontvangen, en het volk te doen geloven dat de tijding zeer waar en zeer heugelijk was, en dat het nu aller plicht en belang was, om voor hun nieuwe koning de wapens op te vatten. Op de plotselinge bekendmaking: Absalom is koning te Hebron, zullen sommigen denken, dat David gestorven is, anderen dat hij afstand had gedaan van de regering, en zo zullen zij, die in het geheim waren, velen trekken om zich voor Absalom te verklaren en hem ter hulp te komen, die, indien zij de zaak recht hadden begrepen, er het denkbeeld van verafschuwd zouden hebben, maar medegesleept zijnde, hem zullen blijven aanhangen. Zie welke kunstgrepen eerzuchtige mannen gebruiken om hun doel te bereiken, zo laat ons dan in staatszaken evenmin als in Godsdienstige zaken haastig zijn om iedere geest te geloven, maar de geesten beproeven.
IV. De persoon, die hij zeer bijzonder voor zijn zaak wilde winnen, was Achitofel, een staatkundig man met een helder hoofd, die Davids raadsman was geweest, "zijn leidsman en zijn bekende," Psalm 55:14, "zijn vriend, op wie hij vertrouwde en die zijn brood at," Psalm 41:10, maar wegens enigerlei misnoegen van David tegen hem, of van hem tegen David, was hij gebannen en leefde in afzondering op het land, daar hij zich van de openbare zaken had teruggetrokken. Hoe zouden ook een man van zulke goede beginselen als David en een van zulke verdorven beginselen als Achitofel, lang met elkaar overeen kunnen komen? In geheel het koninkrijk kon Absalom geen geschikter werktuig vinden dan in hem, die zo'n bekwaam staatsman was, en tevens zo misnoegd op de tegenwoordige regering. Terwijl Absalom zijn offer bracht ter vervulling van zijn voorgewende gelofte, zond hij om die man. Zozeer was zijn hart gezet op zijn eerzuchtige plannen, dat hij niet kon wachten totdat zijn Godsdienstige verrichtingen volbracht waren, hetgeen aantoonde waarop in dat alles zijn oog gericht was, en dat zijn langdurige offerande slechts een voorwendsel was.
V. De partij, die zich bij hem voegde, bleek ten laatste zeer aanzienlijk te zijn. Het volk, dat bij Absalom was, nam gestadig toe, waardoor de verbintenis sterk en geducht werd. leder, die hij gevleid en geliefkoosd had, (zijn zaken goed en recht verklarende, inzonderheid als daarna de uitspraak tegen hem was) kwam niet alleen zelf, maar wendde al zijn invloed aan op anderen om ook te komen, zodat het hem niet aan getallen ontbrak. De meerderheid is geen stellig bewijs van rechtmatigheid. De gehele aarde verwonderde zich achter het beest. Of Absalom dit plan had gevormd alleen uit eerzucht, of dat er ook kwaadaardigheid in was jegens zijn vader en de begeerte om zich op hem te wreken wegens zijn ballingschap en latere gevangenschap op vrije voeten, hoewel beide een veel minder kwaad voor hem waren dan hij verdiende, blijkt niet. Maar over het algemeen zal wie het op de kroon gemunt heeft, het gemunt hebben op het hoofd, dat haar draagt.