2 Samuël 10:6-14
I. Hier zien wij de toebereidselen van de Ammonieten voor de strijd, vers 6. Zij zagen dat zij zich bij David zeer gehaat hadden gemaakt zich blootgesteld hadden aan zijn rechtvaardige toorn. Dit hadden zij gemakkelijk kunnen voorzien, toen zij zijn gezanten mishandelden, hetgeen gelijk stond met een oorlogsverklaring en een stoutmoedig tarten was van hem. Het schijnt echter dat zij niet bedacht hebben, hoe weinig zij in staat waren om met hun duizenden de zijnen tegemoet te treden, en zo waren zij genoodzaakt huurtroepen van andere volken in dienst te nemen. Zo zullen de zondaren stoutmoedig God tergen, en zich blootstellen aan Zijn toorn, zonder te bedenken dat Hij sterker is dan zij, 1 Corinthiers 10:22.
De Ammonieten waren de eersten om te beledigen, en zij waren de eersten, die een leger op de been brengen om dit te rechtvaardigen. Hadden zij zich verootmoedigd en David om vergeving gevraagd, dan zou een eervolle voldoening de belediging hebben kunnen uitwissen. Maar toen zij zo roekeloos besloten te blijven bij hetgeen zij gedaan hadden, brachten zij zich ten verderve.
II. De snelle aanval, die Davids krijgsmacht op hen heeft gericht, vers 7. Toen David hoorde van hun oorlogstoebereidselen, zond hij Joab met een groot leger om hen aan te vallen vers 7. Zij, die in oorlog zijn met de Zone Davids, doen niet slechts de uitdaging, maar beginnen de krijg, want Hij wacht om genadig te zijn, maar zij versterken zich tegen Hem, en daarom: indien zij zich niet bekeren, zo zal Hij Zijn zwaard wetten, Psalm 7:13. God heeft dodelijke wapenen tegen hen, die Zijn toorn trotseren, Jesaja 5:19, die hen tot de overtuiging zullen brengen als het te laat is, dat niemand ooit zijn hart tegen God verhard heeft, en voorspoedig is geweest. Het was Davids wijsheid om de oorlog in hun eigen land over te brengen, en de strijd met hen aan te binden bij het binnengaan van de poort hunner hoofdstad Rabba, naar sommigen denken, of Medeba, een stad aan hun grenzen, voor welke zij zich legerden om hun grenzen te bewaren, 1 Kronieken 19:17. Zodanig zijn de verschrikkingen en verwoestingen van de oorlog, dat ieder goed vorst in liefde tot zijn onderdanen hem op zo verre afstand van hen zal houden als maar mogelijk is.
III. Aan beide zijden worden toebereidselen gemaakt voor een veldslag.
1. De vijand verdeelde zich in twee legercorpsen, het ene bestaande uit Ammonieten, dus uit hun eigen volk, dat aan de poort van de stad geposteerd was, het andere bestaande uit Syriërs, die zij in hun soldij hadden genomen, en die daarom op een afstand geposteerd waren in het veld, om de krijgsmacht van Israël in de flank of in de achterhoede aan te tasten, terwijl de Ammonieten hen in het front aanvielen vers 8.
2. Joab, als een bekwaam veldoverste, bemerkte spoedig wat hun bedoeling was, en verdeelde derhalve zijn krijgsmacht, de keurbenden hield hij onder zijn eigen bevel teneinde tegen de Syriërs te strijden, die hij waarschijnlijk als betere krijgslieden kende, en die, huurbenden zijnde, ook beter geoefend waren in de krijg, vers 9. Het overige van zijn krijgsmacht stelde hij onder bevel van Abisai zijn broeder, om de Ammonieten aan te vallen vers 10. Joab schijnt de vijand zo goed toebereid gevonden te hebben om hem te ontvangen, dat zijn moed en beleid nooit op zo zware proef gesteld waren als nu. IV. Joabs rede voordat de veldslag begon, vers 11, 12. Zij is niet lang, maar ter zake en ademt moed.
1. Hij regelt de zaak wijselijk met zijn broeder Abisai zo, dat de verdeling hunner krijgsmacht hen niet zou verzwakken, maar dat de afdeling, die in gevaar zou zijn van verslagen te worden, hulp van de andere zou ontvangen. Hij onderstelt het ergste, namelijk dat een hunner tot wijken zou gebracht worden, maar in dat geval moet op een gegeven teken, de ander een detachement ter hulp zenden. Wederzijds hulpbetoon is broederlijke liefde. Indien het nodig is zult gij mij helpen, en zal ik u helpen. Aldus behoren de krijgsknechten van Christus elkanders handen te sterken in hun geestelijke strijd. De sterken moeten de zwakken ondersteunen en helpen. Zij, die door genade de overwinning hebben behaald over verzoekingen, moeten hen, die verzocht worden raden en vertroosten, en voor hen bidden. "Als gij zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders," Lukas 22:32. De leden van het natuurlijke lichaam helpen elkaar, 1 Corinthiers 12:21.
2. Kloekmoedig moedigt hij zichzelf, zijn broeder en de overige officieren en krijgslieden aan om alle krachten in te spannen. Grote gevaren scherpen de ware moed. Toen Joab zag dat de spits van de slagorde tegen hem was, van voren en van achteren, heeft hij, inplaats van orders te geven voor een eervolle aftocht, zijn mannen aangevuurd om zoveel krachtiger aan te vallen: Wees sterk en laat ons sterk zijn niet voor loon, of eer of bevordering, maar voor ons volk en de steden onzes Gods, voor de openbare veiligheid en welvaart, waaraan de eer van God zo nauw verbonden is, God en ons land was het wachtwoord. "Laat ons dapper zijn uit een beginsel van liefde voor Israël, dat ons volk is, van een zelfde oorsprong als wij, voor hetwelk wij ten strijde zijn uitgetogen, en in welks vrede wij vrede zullen hebben, en uit een beginsel van liefde tot God, want het zijn Zijn steden, om welke te beschermen wij strijden". De betrekking, waarin een persoon of een zaak tot God staat, moet ons liefde er voor geven of doen toenemen, en ons aansporen om er alles voor te doen wat wij kunnen.
3. Godvruchtig laat hij de uitkomst over aan God. "Als wij het onze gedaan hebben naar onze plaats het meebrengt, dan doe de Here wat goed is in Zijn ogen." Laat ons in niets tekortkomen, hoe ook de uitslag moge wezen. Gods werk worde door ons gedaan, en dan zal Gods wil aan ons gedaan worden. Als wij nauwgezet onze plicht vervullen, dan kunnen wij goedsmoeds de uitkomst aan God overlaten, niet wanende dat onze dapperheid Hem verplicht ons voorspoedig te maken, maar hopende op Zijn heil op Zijn eigen wijze en in Zijn eigen tijd.
V. De overwinning, die Joab over de verbonden legers van Syrië en Ammon heeft behaald, vers 13, 14. Hij voorzag voor het ergste, en stelde het geval dat de Syriërs of de Ammonieten te sterk voor hem zouden zijn, vers 11, maar hij bleek te sterk te zijn voor beide. Wij verhinderen ons succes niet door ons te bereiden op teleurstelling. De Syriërs werden het eerst door Joab verslagen, en toen de Ammonieten door Abisai. De laatsten schenen in het geheel niet gestreden te hebben, maar toen de Syriërs terugtrokken, in de stad gevloden te zijn. Het is voor krijgslieden een verzoeking om te vluchten, als zij een stad in hun nabijheid hebben, waarheen zij kunnen vlieden. Het is een ding, als de mannen kunnen vechten of vluchten, maar het is geheel wat anders, als zij of moeten vluchten, of moeten sterven.