1 Kronieken 28:11-21
Voor de algemenen last, die David zijn zoon gaf om God te zoeken en Hem te dienen was het boek van de wet zijn enig richtsnoer, en er was geen ander voor nodig, maar voor het bouwen van de tempel zal David hem nu drie dingen geven.
1. Een voorbeeld of model van het gebouw, want het moest een gebouw worden zoals hij noch zijn bouwmeesters er ooit een gezien hadden. Aan Mozes was een voorbeeld van de tabernakel getoond op de berg, Hebreeën 8:5, en zo werd aan David door de onmiddellijke hand Gods op hem, een voorbeeld van de tempel gegeven, vers 19.
Het was hem gegeven in schrift, waarschijnlijk door de dienst van een engel of even duidelijk en helder voorgesteld aan zijn geest, alsof hij het in schrift voor zich had.
Maar in vers 12 wordt gezegd, dat hij dit voorbeeld had door de Geest. In een zaak van die aard moet noch op de vinding van Davids vroomheid noch op die van Salomo's wijsheid afgegaan worden.
De tempel moest een heilige zaak zijn en een type van Christus, er moet niet slechts gerieflijkheid in zijn, maar betekenis, het was een soort van sacrament en moest dus niet aan van de mensen kunst of vinding worden overgelaten, maar naar Goddelijke aanwijzing ingericht worden.
Christus de ware tempel, de kerk de Evangelietempel, en de hemel de eeuwige tempel, zijn allen geformeerd naar de Goddelijken raad het plan er van is gelegd door de Goddelijke wijsheid, verordineerd vóór de grondlegging van de wereld, tot Gods heerlijkheid en de onze. Dit voorbeeld of model gaf David aan Salomo opdat hij zou weten wat hij te doen had en naar een vasten regel te werk kon gaan. Toen Christus Zijn discipelen de last liet om Zijn Evangeliekerk te bouwen, gaf Hij er hun een nauwkeurig voorbeeld van, hun bevelende waar te nemen wat Hij had geboden, dat, en niets anders.
De bijzondere modellen worden hier genoemd:
van het voorhuis, dat hoger moest wezen dan het overige, zoals een klokketoren, van de huizen, het heilige van de heiligen, met de daaraan belendende kamers, die gebruikt werden voor schatkamers, van de opperzalen en de binnenkamers, inzonderheid de plaats of het huis des verzoendeksels, vers 11, ook van de voorhoven en de kameren er om heen, waarin de geheiligde dingen bewaard werden.
Bisschop Patrick onderstelt dat daar, onder andere dingen, de tabernakel door Mozes opgericht, met zijn gereedschappen, die nu niet meer nodig was, bewaard werd, aanduidende dat in de volheid des tijds geheel de Mozaïsche bedeling met al haar ceremoniën eerbiedig ter zijde gelegd zal worden en er iets beters in haar plaats zal komen. Hij gaf hem een tabel van de afdelingen van de priesters, voorbeelden van de dienstvaten, vers 13, en een voorbeeld van de wagen van de cherubim, vers 18. Behalve de twee cherubim boven het verzoendeksel, waren er nog twee veel grotere, wier vleugelen de twee overgestelde wanden raakten, 1 Koningen 6:23 en verv, en van deze gaf David hier het model, genaamd een wagen, aan Salomo, want de engelen zijn Gods wagens Psalm 68:18.
2. Materialen voor de kostbaarste gereedschappen van de tempel. Opdat zij niet minder zouden zijn dan het voorbeeld, woog hij de juiste hoeveelheid af voor ieder stuk gereedschap, zowel van goud als van zilver, vers 14.
In de tabernakel was slechts een gouden kandelaar, in de tempel waren er tien 1 Koningen 7:49, behalve nog zilveren die, naar men onderstelt, handkandelaren of blakers zijn geweest, vers 15.
In de tabernakel was slechts een tafel, maar in de tempel waren er behalve die, waarop de toonbroden gelegd werden, nog tien andere, die tot ander gebruik dienden, 2 Kronieken 4:8, behalve nog zilveren tafels Want, daar dit huis veel groter was dan dat eerste, zou het kaal en hol gestaan hebben, indien de meubelen er niet aan geëvenredigd waren.
Van het goud des reukaltaars wordt inzonderheid gezegd dat het van gelouterd goud was, vers 18, van zuiverder goud dan al het overige, want dat was een type van de voorbede van Christus en niets is zuiverder en meer volkomen dan zij.
3. Een aanwijzing vanwaar hij hulp moet verwachten in deze grote onderneming. "Vrees geen tegenstand, wees niet bevreesd voor de onkosten, de zorg en moeite, die er voor nodig zijn, vrees niet voor mislukking, zoals in het geval van Uza, vrees niet voor de schande van de dwazen bouwer, die begon te bouwen, maar niet kon voleindigen. Wees niet verslagen:
a. God zal u helpen, en tot Hem moet gij in de eerste plaats opzien, vers 20, de Heere God, mijn God, die ik verkoren en gediend heb, die al die tijd met mij geweest is, mij voorspoedig heeft gemaakt, en aan wie ik u naar mijn eigen ervaring van Zijn macht en goedheid aanbeveel, zal met u zijn om u te besturen, te bekrachtigen en voorspoedig te maken, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten."
Wij kunnen er zeker van wezen dat God, die onze vaderen gekend en doorgeholpen heeft in de dienst van hun dag, ons, indien wij Hem getrouw zijn, evenzo zal helpen en met ons zal wezen, ons nooit zal verlaten zolang Hij nog werk in ons en voor ons te doen heeft. Dezelfde aanmoediging, die aan Jozua, Jozua 1:5, en hier aan Salomo is gegeven, wordt gegeven aan alle gelovigen, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten. God verlaat de mensen niet, voordat zij Hem verlaten hebben.
b. "Goede mensen zullen u helpen, vers 21. De priesters en Levieten zullen u van raad dienen, en gij kunt met hen beraadslagen. Gij hebt goede werklieden, die zowel gewillig als bekwaam zijn," en dat zijn twee zeer goede eigenschappen in een werkman, inzonderheid in hen, die aan de tempel werken.
Eindelijk. "De vorsten en het volk zullen wel verre van het werk tegen te staan of het te vertragen, geheel tot uw dienst zijn, ieder op zijn plaats gereed en bereid zijn om het te bevorderen." Een goed werk zal waarschijnlijk goeden voortgang hebben als allen, die er belang bij hebben, er met hart en ziel in zijn, niemand het in het geheim belemmert, maar allen het van harte voorthelpen.