1 Kronieken 25:8-31
Vier en twintig personen werden aan het begin van dit hoofdstuk genoemd als zonen van deze drie grote mannen: Asaf, Heman en Jeduthun. Ethan was de derde, Hoofdstuk 6:44 maar waarschijnlijk was hij gestorven eer deze inrichting tot volkomenheid was gebracht, en is Jeduthun in zijn plaats aangesteld. Gods voorzienigheid had het zo beschikt, dat van deze drie Asaf vier zonen had, Jeduthun zes en Heman veertien, dus allen tezamen vier en twintig-genoemd in vers 2-4 -die allen bekwaam waren voor het werk en er toe geroepen werden. Maar nu was de vraag: In welke volgorde moeten zij dienen? Dit werd beslist door het lot, teneinde twist om de voorrang te voorkomen, een zonde, die hen, welke anderszins vrome en Godvrezende mensen zijn, toch lichtelijk omringt.
1. Het lot werd met onpartijdigheid geworpen. Zij werden in vier en twintig groepen van ieder twaalf, verdeeld in twee rijen, twaalf groepen in een rij, en zo wierpen zij de loten over de wacht tegen elkaar, hen allen op gelijke voet plaatsende, klein en groot, leermeester en leerling. Het ging dus niet naar rang van ouderdom, noch naar hun rang, noch naar de graad van bedrevenheid, die zij in de muziekscholen hadden verkregen, maar het werd overgelaten aan Gods beschikking, vers 8. Klein en groot, leermeesters en leerlingen, zijn gelijk voor God, die niet handelt naar onze regelen van onderscheiding en voorrang. Zie Mattheus 20:23.
2. God beschikte het naar het Hem behaagde, waarschijnlijk de persoonlijke verdiensten van de mannen in aanmerking nemende, die van veel meer belang zijn dan rang van ouderdom of eerstgeboorte. Laat ons hen vergelijken bij de vorige lijst, en wij zullen bevinden dat:
a. Jozef de tweede zoon was van Asaf.
b. Gedalja de oudste zoon was van Jeduthun.
c. Zakkur de oudste zoon was van Asaf.
d. Jizri de tweede zoon was van Jeduthun.
e. Nethanja de derde zoon was van Asaf.
f. Bukkia de oudste zoon was van Heman.
g Jesarela de jongste zoon was van Asaf.
h. Jesaja de derde zoon was van Jeduthun.
i. Mattanja de tweede zoon was van Heman.
j. Simei de jongste zoon was van Jeduthun.
k. Azareeil de derde zoon was van Heman. l. Hasabja de vierde zoon was Jeduthun.
m. Subael de vierde zoon was van Heman.
n. Mattithja de vijfde zoon was van Jeduthun.
o. Jeremoth de vijfde zoon was van Heman.
p. Hananja de zesde.
q. Josbehasa de elfde.
r. Hanani de zevende.
s. Mallothi de twaalfde.
t. Eliatha de achtste.
u. Hothir de dertiende.
v. Giddalti de negende.
w. Mahazioth de veertiende
x. Romamthi-Ezer de tiende was van Heman.
Zie hoe God sommigen deed toenemen, en de jongeren voor de ouderen stelde.
3. Ieder van deze had het getal twaalf in zijn koor, zij worden hun zonen en hun broederen genoemd, omdat zij hen beschouwden als zonen en met hen samenwerkten als broederen. Waarschijnlijk hebben twaalf, sommigen voor de stem en anderen voor de muziekinstrumenten het concert uitgemaakt. Laat ons leren een van ziel en een van mond God te verheerlijken en dat zal het beste en schoonste concert wezen.