Ruth 3:6-13
I. Hier is Boaz' goed bestuur van zijn gewone zaken, waarschijnlijk overeenkomstig het gebruik.
1. Toen zijn dienstknechten wanden, was hij bij hen, en had zijn oog op hen, om te voorkomen, niet dat zij van zijn koren zouden stelen (hij had geen reden om hiervoor te vrezen) maar dat zij door onachtzaamheid bij het wannen er iets van teloor zouden laten gaan.
Meesters kunnen grote verliezen lijden door dienstknechten, die achteloos zijn, al zijn zij ook eerlijk, hetgeen een reden is, waarom de mensen naarstig moeten zijn om goed op de hoogte hunner zaken te wezen, en er wèl acht op te geven.
2. Toen hij meer dan gewoon werk te doen had, heeft hij zijn dienstknechten op een buitengewoon maal onthaald, en tot hun aanmoediging heeft hij met hen gegeten en gedronken. Het betaamt hun, die rijk en voornaam zijn, om vrijgevig te zijn voor, en ook gemeenzaam te zijn met hen, die zij in hun werk gebruiken.
3. Toen Boaz de avondmaaltijd met zijn werklieden had gebruikt en een wijle vrolijk en genoegelijk met hen had doorgebracht, ging hij ter bestemder tijd naar bed, zo vroeg dat hij te middernacht reeds zijn eersten slaap heeft gehad, vers 8, en dus geschikt kon zijn voor zijn werk op de volgenden dag. Ieder, die een goed heer des huizes is, zal vroege uren liefhebben, zich gaarne vroeg ter ruste begeven en zichzelf noch zijn gezin aan ontijdige vrolijkheid overgeven, die tot laat in de nacht aanhoudt. De Chaldeeuwse paraphrast heeft deze lezing van vers 7 :Boaz at en dronk, en zijn hart was goed, (dat is ook de betekenis van het Hebreeuwse woord) en hij loofde de naam des Heeren, die zijn gebeden had verhoord, en de hongersnood in het land Israëls had doen ophouden. Zodat hij zich sober ter ruste begaf, zijn hart was in een goede stemming, niet bezwaard door overmatig eten of door dronkenschap. En hij ging ook niet zonder gebed naar zijn legerstede. Nu hij gegeten had en verzadigd was, loofde hij de naam des Heeren, en nu hij ging rusten, beval hij zich in de hoede van de Goddelijke voorzienigheid. Het was goed dat hij dit deed, want er wachtte hem een buitengewone verzoeking, hoewel hij het niet wist.
4. Zijn bed was gespreid aan het uiterste van een korenhoop, niet omdat hij daar zijn hart op had gezet, noch alleen maar om hem tegen dieven te behoeden, maar het was te laat om naar zijn huis in de stad te gaan, en hier zou hij bij zijn werk wezen, en er de volgende morgen gereed voor zijn. Hij wilde ook tonen dat hij niet al te kieskeurig was voor zijn nachtverblijf, geen grootse staat wilde voeren, en niet op zijn gemak gesteld was, maar, evenals zijn vader Jakob, een eenvoudig man was die, als het nodig was, zijn bed kon hebben in een scheur, en zeer tevreden op stro kon slapen.
II. Ruths kloekmoedigheid in het ten uitvoer brengen van deze zaak. Zij volgde de orders van haar moeder, ging zich neerleggen, niet naast hem, maar dwars aan zijn voeten, in haar klederen, en bleef wakker, wachtende op de gelegenheid om te doen waarvoor zij gekomen was.
Toen hij in de nacht ontwaakte en bemerkte dat er iemand aan zijn voeten lag, en vroeg wie dit was, zei zij hem haar naam, en daarna haar boodschap, vers 9, namelijk dat zij gekomen was om zich onder zijn bescherming te stellen, daar hij de persoon was, door de wet Gods aangewezen om haar beschermer te zijn. "Gij zijt het, die het recht hebt om een geslacht en een erfbezitting te lossen, te behoeden van om te komen en verloren te gaan, breid dan uw vleugel over mij uit, het behage u mij en mijne zaak te huwen." Zo moeten wij door het geloof ons wenden tot Jezus Christus als onze nabestaande, die machtig is ons te verlossen, komen onder Zijn vleugelen, waartoe wij uitgenodigd zijn, Mattheus 23:37, en Hem bidden Zijn vleugel over ons uit te breiden. "Heere Jezus, neem mij op in Uw verbond, en onder Uwe hoede, ik word onderdrukt, wees Gij mijn Borg."
III. De goede ontvangst, die aan Ruth van Boaz te beurt viel. Wat zij gedaan had, had geen slechte uitwerking, zodat Naomi zich niet vergist had in haar goede mening over haar bloedverwanten. Hij wist dat haar eis rechtvaardig en eerbaar was, en dienovereenkomstig behandelde hij haar, maar heeft met zijn zuster niet als met een hoer gedaan. Genesis 34:31.. Want:
1. Hij heeft niet gepoogd haar kuisheid te schenden, hoewel hij er alle gelegenheid toe had. De Chaldeeuwse paraphrast weidt er in dier voege over uit: Hij onderdrukte zijn zucht tot wellust, en naderde haar niet, maar deed als Jozef de Rechtvaardige, die zijn Egyptische meesteres niet wilde naderen, en zoals Palthiël de Vrome aan wie Saul zijn dochter Michal, Davids huisvrouw, 1 Samuël 25:44, S. had gegeven, die een zwaard legde tussen hem en haar ten einde haar niet aan te roeren. Boaz wist, dat het geen zondige lust was, die haar herwaarts heeft gebracht, en daarom heeft hij kloekmoedig zowel zijn eigen als haar eer bewaard.
2. Hij heeft geen boze uitlegging gegeven aan hetgeen zij gedaan heeft, heeft haar niet gesmaad als een schaamteloze vrouw, die ongeschikt was om de huisvrouw te zijn van een eerbaar man. Daar zij zich goed gedragen had in het veld, geheel haar houding en gedrag van zedigheid en ingetogenheid getuigden, wilde hij niet vanwege hetgeen zij nu gedaan had haar karakter verdenken, of daar de schijn van hebben. Wellicht heeft hij er zichzelf om gelaakt, dat hij aan deze in treurige omstandigheden verkerende weduwen zijn dienst als nabestaande niet had aangeboden, en was hij bereid te zeggen wat Juda van zijn schoondochter gezegd heeft: Zij is rechtvaardiger dan ik. Maar integendeel:
A. Hij prijst haar, sprak vriendelijk tot haar, noemde haar zijn dochter, en sprak met ere van haar als van een vrouw van uitnemende deugd. Zij heeft in deze zaak nog meer vriendelijkheid betoond aan haar schoonmoeder en aan de familie, waaraan zij zich door het huwelijk had verbonden, dan in alles wat zij vroeger gedaan heeft. Het was zeer goed in haar om haar vaderland te verlaten en met haar schoonmoeder naar het land Israëls te gaan om er bij haar te blijven en te helpen haar te onderhouden, daarvoor had hij haar reeds gezegend, Hoofdstuk 2:12, . maar nu zegt hij: Gij hebt deze uw laatste weldadigheid beter gemaakt dan de eerste, vers 10,. daar zij niet met haar eigen zin en wil is te rade gegaan voor een tweede huwelijk, maar met het geslacht van haar overleden echtgenoot. Zij had geen liefdesbetuigingen van jonge lieden aangenomen veel minder nog die gezocht hetzij van rijk of arm, maar was bereid te huwen volgens het voorschrift van de wet, al was het dan ook een oud man, omdat het voor de eer en het belang was van de familie, waarin zij gehuwd was en waaraan zij zo van harte was toegewijd. Als jonge lieden over zichzelf beschikken, dan moeten zij daarbij minder hun eigen neiging, de lust hunner ogen volgen, dan wel zoeken God en hun ouders te behagen.
B. Hij beloofde haar te zullen huwen, vers 11.. "Vrees niet, dat ik u zal veronachtzamen of u te schande zal maken, neen, al wat gij gezegd hebt zal ik u doen, want het is hetgeen door de wet vereist wordt van de nabestaande, en ik heb geen reden om het te weigeren, want de ganse stad mijns volks weet dat gij een deugdelijke vrouw zijt", vers 11.. Voorbeeldige deugd moet haar lof hebben, Filipp. 4:8, en zij zal beide mannen en vrouwen aanbevelen in de achting van de wijsten en de besten. Ruth was een arme vrouw, en armoede doet dikwijls de luister van de deugd tanen, maar van Ruths deugden zelfs in kommervolle omstandigheden werd door ieder kennis genomen, zij konden niet verborgen blijven, ja haar deugden namen de smaad weg van haar armoede, als arme lieden slechts Godvruchtige lieden zijn, dan zullen zij eer ontvangen van God en van de mensen. Ruth was merkwaardig om haar nederigheid, die de weg heeft geëffend voor deze eer, hoe minder zij zelf van haar deugden sprak, hoe meer zij door haar naburen werden opgemerkt. Bij de keuze van echtgenoten, behoort inzonderheid acht geslagen te worden op deugd, bekende en bewezen deugd, laat de Godsdienst de keuze bepalen, en dan zal die keus voorzeker gekroond worden en lieflijk gemaakt. Wijsheid is beter dan goud, en als er gezegd wordt, dat zij goed is met een erfdeel, dan betekent dit, dat zonder haar een erfdeel weinig waarde heeft.
C. Hij deed zijn belofte voorwaardelijk, en dat kon hij niet anders, want er scheen een bloedverwant te zijn, die nader was dan hij, aan wie het recht van de lossing behoorde, vers 12.. Dit wist hij, maar wij kunnen redelijkerwijs onderstellen, dat Naomi (die lang buitenslands is geweest, en misschien niet nauwkeurig op de hoogte was van al de graden van bloedverwantschap van haar overleden echtgenoot) dit niet geweten heeft, want anders zou zij haar dochter nooit tot Boaz hebben gezonden, om hem haar eis te stellen. Toch zegt hij haar niet, dat zij zelf naar die anderen bloedverwant moest gaan, want dat zou zeer hard en zwaar voor haar geweest zou zijn. Maar hij belooft:
a. Dat hijzelf het voorstel aan die anderen nabestaande zal gaan doen teneinde te weten wat deze zou willen. Het Hebreeuwse woord voor weduwe betekent een die stom is. Boaz zal daarom zijn mond openen voor de stomme Spreuken 31:8, en zal voor deze weduwe zeggen wat zij zelf niet weet te zeggen.
b. Dat, zo de andere bloedverwant weigerde de plicht des naastbestaanden te vervullen, hij het zou doen, de weduwe zou huwen, het land zou lossen, en de familie weer zou oprichten. Deze belofte bevestigt hij met een plechtigen eed, want het was een voorwaardelijk huwelijksverdrag, vers 13,. zo waarachtig als de Heere leeft. De zaak aldus opschortende, zegt hij haar te wachten tot aan de morgen. In zijn overdenkingen geeft bisschop Hall deze korten inhoud van die zaak. Boaz heeft, inplaats van haar aan te raken als een wellusteling haar gezegend als een vader, haar bemoedigd ais een vriend, haar beloften gedaan als een bloedverwant, haar beloond als een beschermer en haar weggezonden, beladen met hoop en met gaven, niet minder kuis en meer gelukkig dan toen zij kwam. O bewonderenswaardige ingetogenheid, waardig de voorvader van Hem, op wiens lippen en in wiens hart geen bedrog werd gevonden."