Richteren 7:16-23
I. Wij hebben hier de verschrikking, die Gideon in het holst van de nacht over het leger van de Midianieten bracht, want het was bestemd dat zij, die zo lang een schrik waren geweest voor Israël, hen zo dikwijls beangst hadden, zelf zuiver en alleen door verschrikking verslagen en ten ondergebracht zouden worden. De aanval, die hier gedaan werd, was in vele opzichten gelijk aan die van Abraham op het leger, dat Lot gevangen had genomen, het getal van de manschappen was ongeveer gelijk, Abraham had drie honderd en achttien mannen, Gideon drie honderd, beide hebben hun krijgsmacht verdeeld, beide hebben hun aanval gedaan in de nacht, en beide hebben onder voor hen zeer ongunstige omstandigheden de zege behaald, Genesis 14:14 :15, en Gideon is niet slechts een zoon van Abraham (dat waren de Midianieten ook door Ketura) maar een erfgenaam van zijn geloof.
1. Gideon verdeelde zijn leger, hoe klein het ook was, in drie bataljons, vers 16, over een er van nam hijzelf het bevel op zich, vers 19 omdat grote legers (en zodanig een wilde hij voorstellen) gewoonlijk verdeeld waren in rechtervleugel, linkervleugel en het centrum of hoofdbestanddeel van het leger tussen die beide in.
2. Hij gebood hun allen te doen zoals hij deed, vers 17. Hij zei hun nu waarschijnlijk wat zij doen moesten, want anders zou het zo vreemd geweest zijn, dat zij het nauwelijks zo opeens gedaan zouden hebben, maar hij wilde door het eerst te doen hun het sein geven wanneer zij het moesten doen, zoals officieren hun soldaten oefenen door het woord van bevel of door het slaan van de trom. Ziet naar mij, en doet alzo. Dat is woord van bevel dat onze Heere Jezus, de overste leidsman van onze zaligheid, geeft aan Zijn krijgsknechten, want Hij heeft ons een voorbeeld nagelaten met de last het te volgen. Gelijk Ik doe, alzo zult gijlieden doen.
3. Hij deed zijn aanval in de nacht, toen zij allen gerust waren en hem het minst verwachtten, hetgeen een grote ontsteltenis onder hen zou teweegbrengen, en wanneer de kleinheid van zijn leger niet ontdekt zou worden. In de nacht zijn alle verschrikkingen het ergst, inzonderheid in het holst van de nacht, zoals nu, een weinig na middernacht, toen de middelste nachtwake begon, en het alarm hen uit de slaap zou doen opschrikken. Wij lezen van "de schrik des nachts" als iets ontzettends. Psalm 91:5, Hooglied 3:8.
4. Wat Gideon op het oog had was dit grote leger te verschrikken, hun niet slechts een volkomen, maar een zeer schandelijke nederlaag toe te brengen. Hij rustte zijn leger uit door aan ieder man een bazuin in zijn rechterhand te geven en een aarden kruik in zijn linkerhand, waarin een fakkel gestoken was, en hijzelf achtte het geen verkleining om aldus gewapend voor hen uit te gaan. Hij wilde van de overwinning op dit leger slechts een grap maken, en gaat er tegen uit meer als tegen een troep kinderen dan soldaten. "De jonkvrouw, de dochter Zions, veracht u, zij bespot u," Jesaja 37:22. Het kleine getal van zijn mannen begunstigde zijn plan, want, omdat zij met zo weinigen waren, marcheerden zij in grote stilte en met meer snelheid naar het leger zodat zij niet ontdekt werden voor zij dicht bij het leger waren, en hij er in slaagde het alarmsein te geven, juist toen zij de wachters gesteld hadden, opdat de schildwachten, die toen wakker waren, zoveel spoediger de schrik door het leger zouden verspreiden, dat de beste dienst was, die zij hem konden bewijzen. Op drieërlei wijze heeft Gideon het aangelegd de schrik te slaan in dit leger en het in verwarring te brengen.
A. Door een groot, sterk geraas. Ieder man moest zo krachtig mogelijk op zijn bazuin blazen, en terzelfder tijd een aarden kruik in stukken slaan, waarschijnlijk heeft ieder man zijn kruik tegen die van zijn buurman stukgeslagen, zodat zij tezamen gebroken werden, hetgeen niet slechts een groot geraas zou maken, maar ook een beeld zou zijn van de uitwerking, die de verschrikking zou teweegbrengen, namelijk dat de Midianieten elkaar zouden doden.
B. Door een sterk, schitterend licht. De aangestoken toortsen waren in de kruiken verborgen, als een kaars onder een korenmaat totdat zij bij het leger kwamen, en toen allen tegelijk er uit genomen zijnde, verspreidden zij een schitterenden gloed, die als een bliksemstraal door het leger ging, dat de verwarring zeer vermeerderde.
C. Door een groot, sterk geroep. Ieder man moest luidkeels roepen: Voor de Heere en voor Gideon, vers 18, of zoals het in vers 20 staat: Het zwaard van de Heere en van Gideon! Hij schijnt dit wachtwoord ontleend te hebben aan de droom van de Midianiet, vers 14 :Dit is niet anders dan het zwaard van Gideon. Bevindende dat zijn naam een verschrikking voor hen was, gebruikt hij dit aldus tegen hen, maar stelt de naam van JAHWEH eerst als het cijfer zonder hetwelk zijn eigen naam slechts een nul zou wezen. Dat zal leven brengen in zijn eigen mannen, die wel bemoedigd konden zijn als zij zo'n God hebben als JAHWEH, en zo'n man als Gideon om voor te strijden, en die voor hen streden, wèl konden zij volgen, die zulke aanvoerders hadden. Het zal hun vijanden verschrikken, die vanouds van JHWH's grote naam hadden gehoord, en nu onlangs van die van Gideon. Het zwaard des Heeren is alles in alles voor het zwaard van Gideon maar toch moet het zwaard van Gideon gebruikt worden. De mensen als werktuigen en God als de werker, moeten beide in hun plaats geëerd worden, maar de mensen, ook de voornaamsten en besten, altijd in ondergeschiktheid aan God. Dit leger moest zuiver en alleen door verschrikking worden verslagen, en dit inzonderheid is het zwaard des Heeren. Als deze krijgsknechten een zwaard op zijde droegen, dan was dit ook alles, zij hadden er geen in hun hand, maar zij behaalden de overwinning door "het zwaard" te roepen. Zo worden de vijanden van de kerk verslagen "door het zwaard, dat uitging door de mond", Openbaring 19:21.
Deze methode nu, die hier gebruikt werd om de Midianieten te verslaan, kan beschouwd worden:
a. Als type of afschaduwing van de verwoesting van het rijk van de duivel in de wereld door de prediking van het eeuwig Evangelie, het blazen van deze bazuin en het doen schijnen van dat licht uit aarden vaten, want dat zijn de bedienaars van het Evangelie, in wie de schat van dat licht is neergelegd, 2 Corinthiers 4:6, 7. Aldus heeft God het dwaze van de wereld uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou, een gerstebrood om de tenten van de Midianieten omver te werpen, opdat de uitnemendheid van de kracht zij Godes. Het Evangelie is een zwaard, niet in de hand, maar in de mond, het zwaard des Heeren en van Gideon, van God en Jezus Christus, van Hem, die op de troon zit en van het Lam.
b. Als voorstellende de verschrikkingen van de grote dag. Aldus heeft de uitnemende bisschop Hall het toegepast. Indien deze aarden kruiken, bazuinen en fakkels aldus de trotse troepen van Midian en Amalek hebben ontzet en verschrikt, wie zal dan kunnen bestaan voorde laatste verschrikking, als de bazuin van de aartsengel gehoord zal worden, de elementen zullen branden, de hemelen zullen voorbijgaan met gedruis, en de Heere zelf meteen geroep zal nederkomen van de hemel?
II. De wonderbaarlijk goede uitslag van die verschrikking. De Midianieten werden door dit geroep gedood, zoals de muren van Jericho door bazuingeschal werden nedergeworpen, opdat Gideon zien zou, wat hij kort tevoren nog gewanhoopt heeft te zullen zien, namelijk de wonderen, die hun vaders hun hebben verteld. Gideons soldaten gaven acht op hun orders zij stonden een ieder in zijn plaats rondom het leger, vers 21, blazende op zijn bazuin om hen aan te zetten elkaar te doden, en hen bijlichtende tot hun verderf. Zij stormden niet in het leger van de Midianieten, als begerig hakende, hetzij naar bloed of naar buit, maar geduldig stilstaande om het heil des Heeren te zien een heil, dat is een verlossing, zuiver en alleen door Hem gewerkt. Let op de uitwerking van het plan,
1. Zij vreesden de Israëlieten. Geheel het leger werd terstond door schrik bevangen, die schrik vloog als de bliksem door al hun gelederen, en het gehele leger verliep, zij schreeuwden en vloden, vers 21. Er was iets natuurlijks in deze verschrikking, wij kunnen veronderstellen dat zij geen bericht hadden van de grote vermindering van Gideons leger, maar veeleer in het denkbeeld verkeerden, dat het sinds hun laatste berichten al talrijker en talrijker was geworden, en zij dus reden hadden te vermoeden, wetende hoe gehaat zij zich hadden gemaakt en welke wreedheden zij hadden gepleegd, en welke stoutmoedige maatregelen de Israëlieten hadden genomen om hun juk af te werpen, dat het een groot, talrijk leger was hetwelk aldus door deze trompetters en fakkeldragers werd voorafgegaan en ingeleid. Maar er was nog meer bovennatuurlijke kracht in deze verschrikking, God zelf heeft haar gewerkt, om te tonen hoe deze belofte vervuld zou zijn indien zij de vervulling er van niet hadden verbeurd: Één uit u zal er duizend verjagen. Zie ook de kracht van de verbeelding, en hoezeer zij soms een verschrikking kan worden, gelijk zij op andere tijden een genot en genoegen is.
2. Zij liepen tegen elkaar aan, vers 22. De Heere zette het zwaard van de een tegen de ander, In deze verwarring bemerkende dat de bazuinblazers en fakkeldragers stil bleven staan buiten hun kamp, dachten zij, dat het gros van het leger reeds binnengedrongen was, en zo liep ieder tegen de eersten aan, die hij ontmoette, hem een vijand wanende, hoewel hij een vriend was, en een zodanige vergissing veroorzaakte er velen, want hij, die doodde, werd dan zeer zeker voor een vijand gehouden en terstond door anderen gedood. Het is van groot belang voor ons om zozeer onze geest te beheersen, dat wij voor geen verschrikking bevreesd zijn, want wij kunnen ons niet voorstellen, welke onheilen wij door zo'n vrees over ons brengen. Zie ook hoe God dikwijls de vijanden van Zijn kerk tot werktuigen maakt om elkaar te, verderven. Het is jammer dat de vrienden van de kerk ooit op zodanige wijze verdwaasd worden.
3, Zij vluchtten terwille van hun levens. Misschien begonnen zij, toen het daglicht aanbrak, zich bewust te worden van hun vergissing, waardoor zij elkaar waren aangevallen, en nu dachten zij, dat zij door die noodlottige vergissing zich zó verzwakt hadden, dat het niet meer mogelijk was om Israël het hoofd te bieden, en dus trachtten zij zo goed zij konden hun eigen land te bereiken, hoewel de drie honderd man, voor zoveel blijkt, bleven waar zij waren. "De goddelozen vlieden daar geen vervolger is," Spreuken 28:1. "De beroeringen zullen hem rondom verschrikken, en hem verstrooien op zijn voeten," Job 18:11.